Abonneer u op onze wekelijkse nieuwsbrief:

e-mailadres:






Spanje in Antwerpen


Antwerpen was ongetwijfeld de meest Spaanse stad van de Lage Landen. Niet voor niets noemde Brederode de Antwerpenaars spottend sinjoren, een vernederlandsing van het Spaanse woord señor, mijnheer, omdat ze zich zo kleurrijk kleedden in de Spaanse stijl en omdat ze zo arrogant waren. Maar ook nu, bijna vijf eeuwen later, zijn in Antwerpen nog veel sporen van Spanje te vinden.

De Lage Landen

De Nederlanden waren toen een samenraapsel van zelfstandige gewesten die keizer Karel V met veel moeite tot een zelfstandige eenheid probeerde te smeden. Dat werd bemoeilijkt door de sterke opkomst van de steden, die zich bleven beroepen op hun oude privileges en die, als het zo uitkwam, schermden met hun economische macht.

De Lage Landen hadden toen verschillende namen: Les Pays Bas, La Germanie Inférieure, Basse Allemagne, Inferiors Germaniae, Omnium Belgii, Paysos Bajos en Alemania la Baja.

Antwerpen was in de ogen van de Spanjaarden een echt ketterbolwerk. Je had er lutheranen, wederdopers en calvinisten. Regelmatig werden er ketters verbrand.

Stad met koloniale allures

Antwerpen was in de 16de en in de 17de eeuw een stad met koloniale allures. De bevolking nam in de eerste helft van de 16de eeuw enorm toe: in 1496 telde Antwerpen 40.000 inwoners, in 1568 waren het er 104.000.

De politieke en religieuze strubbelingen deden het bevolkingsaantal dalen tot 83.905 (1582) en instorten tot 59.082 (1586). In het laatste kwart van de 16de eeuw woonden nog slechts 46.123 mensen in Antwerpen. Na 1600 begint het aantal inwoners terug te stijgen.

Antwerpen was toen een van de grootste steden van Europa. De stad was niet alleen een wereldhaven, het was ook een regionaal centrum voor een netwerk van middelgrote steden als Lier, Herentals, Diest, Turnhout, ‘s-Hertogenbosch, Bergen-op-Zoom, e.a.

Antwerpen was ook het vertrekpunt van grote handelswegen over land naar de Duitse gebieden, Italië en Frankrijk. De sluiting van de Schelde in 1585 was een zware klap, maar geen echte ramp. De dispositionshandel bleef bestaan: koopwaren werden rechtstreeks van hun plaats van herkomst naar hun bestemming verstuurd zonder dat ze ooit in Antwerpen gelost werden. Na de sluiting van de Schelde opereerden de grote Antwerpse kooplieden vanuit de Zeeuwse voorhavens.

Stenen getuigen

Enkele belangrijke gebouwen, zoals de beurs, de kathedraal, de kerk Carolus Borromeus en het stadhuis getuigen in Antwerpen nog steeds van de Spaanse aanwezigheid. Het Hanzehuis, ook Oostershuis genoemd, naar de concentratie van de handelsactiviteiten van de Hanze in het gebied rond de Oostzee, werd gebouwd in 1564. Het gebouw werd volledig door brand verwoest in 1893.

De kathedraal (De Vrouwe Kerck) is de grootste gothische kathedraal van de Nederlanden. Met de bouw werd begonnen in 1352 en pas na 170 jaar, in 1521, was de kerk afgewerkt.



De Antwerpse beurs is een van de oudste (misschien wel de oudste) ter wereld. Het stadhuis werd eveneens in de Spaanse periode gebouwd en is een van de mooiste gebouwen van de Lage Landen. De eerste steen van dit renaissancegebouw werd in 1561 gelegd en vier jaar later was het stadhuis klaar.





De kerk Carolus Borromeus is een voormalige jezuïtenkerk in barokke stijl. De kerk werd ontworpen door leden van de jezuïtenorde en gebouwd tussen 1615 en 1621. Oorspronkelijk was de kerk gewijd aan de stichter van de orde, Ignatius van Loyola. Na het opheffen van de orde in 1773 werd de kerk opnieuw gewijd, ditmaal aan Carolus Borromeus. De kerk is een typisch product van de contrareformatie waarin de katholieke kerk probeerde met pracht en praal het volk aan zich te binden en waarin de jezuïten een leidende rol speelden. De voorgevel is een kopie van de Gesù-kerk in Rome, de moederkerk van de jezuïten. Aan de decoratie van de kerk werden belangrijke bijdragen geleverd door Pieter Pauwel Rubens, die zowel schilderijen als beeldhouwwerken voor de kerk maakte. Tijdens een brand op 18 juli 1718 werd het interieur zwaar beschadigd en gingen onder andere 39 plafondschilderijen verloren.



De citadel was een vijfhoekig fort dat gelegen was in het huidige Antwerpen-Zuid. De citadel werd gebouwd tussen 1567 en 1572 door de hertog van Alva ter repressie van de opstandige Antwerpenaren. Er werd ook een rechtstreekse waterverbinding aangelegd tussen de Schelde en de citadel die de watergordel rond de citadel moest bevoorraden. Daar waar ooit de citadel stond, ligt nu de trendy wijk ‘t Zuid, een van de meest populaire woonwijken van Antwerpen.

In 1610 kocht Rubens zijn woning op de Wapper en de volgende vijf jaar breidde hij die uit. Toen stroomde hier de Herentalse Vaart, een klein kanaal met aan zijn twee oevers een smal straatje. Ook vandaag stroomt er onder de Wapper nog water. Er stond in Rubens’ tijd een wipvormig tuig (een ‘wapper') dat het zoete kanaalwater overhevelde in leidingen die naar naburige brouwerijen liepen. Hierdoor kon je de lange gevel van het Rubenshuis - met zijn twee delen: woning en atelier - niet in de volle breedte bewonderen. Voor bouwheer Rubens was de façade dus minder belangrijk.


Pas op de binnenplaats liet hij zien wie hij was. Rubens bracht in dit huis vanaf 1615 - hij is dan 38 - een groot deel van zijn tijd door. Hij woont er met zijn eerste en tweede vrouw en zijn kinderen, heeft er zijn ateliers en brengt er zijn collecties kunst- en andere voorwerpen onder. Nog tijdens zijn leven wordt deze plek druk bezocht door collega’s en door vorstelijke en andere prominenten. De kunstenaar overlijdt er op 30 mei 1640.

Spaanse omwalling

Het plan voor de Spaanse omwalling werd op 10 mei 1540 goedgekeurd. Boni de’Pellizuoli had de algemene leiding van de werken, terwijl de praktische uitvoering bij de Antwerpse stadsbouwmeester Peter Frans berustte. Van 1542 tot 1545 krijgen we de vijfde stadsvergroting. De stad wordt uitgebreid met de Nieuwstad en er komen talrijke brouwerijen bij. De Spaanse omwalling werd gebouwd op de plaats waar nu de ‘Leien’ liggen.



In 2005 werd onder de Leien een deel van de Spaanse omwalling blootgelegd. De archeologen en vrijwilligers offerden hun vrije paasdagen op om de muur bloot te leggen. Daarna werd de muur afgebroken want onder de Leien kwam een grote parkeergarage. De muur liet goed zien hoe de Antwerpenaars in de 16de eeuw te werk gingen. Na een laag krijtblokken, die de muur stabieler maakte omdat die de grote druk van het water wegnam, metselden de arbeiders verschillende lagen bakstenen. De Spaanse omwalling van Antwerpen die in moderne Italiaanse stijl was opgetrokken, was beroemd in heel Europa.

Bij de bouw van de Spaanse omwalling werd het zware werk ook door vrouwen gedaan. Elk van die vrouwen kreeg 2 stuivers per dag uitbetaald om aarde aan te dragen voor de borstweringen op de bolwerken van de stadsomwalling. De vrouwen werden toen al minder betaald dan de mannen.

Spanje herovert Antwerpen

Tapabars rijzen in de Vlaamse steden als paddestoelen uit de grond. Paella, pata negra en tortilla’s gaan in Vlaamse grootwarenhuizen vlotjes van de hand en op het Sfinksfestival in Boechout was cava het populairste drankje. De Spaanse producten lijken een ware veroveringstocht ingezet te hebben. Zelfs bij De Keurslager doen de tapas het goed.

Volgens Test Aankoop zijn Spaanse mosselen beter dan de Zeeuwse en ze drukken nu al hun stempel op de Vlaamse menukaarten. Verwacht wordt dat volgend jaar de ‘mejillones’ het mosselseizoen in mei en juni zullen openen. Pas in september en oktober krijgen de Vlamingen in de restaurants de Zeeuwse op hun bord. De Carrefour voert zelfs al het hele jaar door Spaanse mosselen in en de verkoop blijft stijgen. Het Spaanse succes blijft echter volgens de directie van de Carrefour eerder bescheiden. De Spaanse mosselen maken tot nu toe slechts 4 tot 5 procent uit van de totale mosselverkoop in de Carrefour.

Cava is momenteel superpopulair in Vlaanderen, veel populairder dan champagne. Het Wijnhuis in Sint-Niklaas verkoopt wekelijks zo’n drie à vierhonderd flessen cava. Franse champagne kent in Het Wijnhuis een veel lager rendement: ongeveer dertig flessen per week. Als Het Wijnhuis gevraagd wordt om een recepetie te organiseren, dan raadt het altijd cava aan boven champagne. Cava wordt volgens Bart Antheunis van Het Wijnhuis op dezelfde manier bereid als champagne, met dat verschil dat cava een grovere parel heeft en krachtiger van smaak is.

Luciano Bernad is al 47 jaar eigenaar van de Spaanse delicatessenzaak El Valenciano in Antwerpen. Het succes van de Spaanse producten is volgens hem gemakkelijk te verklaren. Spanje is een populair vakantieland. De mensen maken in Spanje kennis met de lokale producten, waar ze vervolgens in Vlaanderen naar op zoek gaan.


De populairste producten bij El Valenciano zijn: olijven, tortilla’s, manchegokaas, chorizoworst en pata negra. Maar als pata negra zo bekend worden als parmaham, dan is er nog een hele weg te gaan. Volgens Luciano Bernad heeft dat te maken met het feit dat Spanje pas sinds 1986 lid is van de Europese Unie. Daardoor zijn de Spaanse handelaars hun producten veel later beginnen te promoten dan bijvoorbeeld de Italiaanse.

Spaans eten in Antwerpen

El Valenciano (gevestigd in huis De Gulde Handt)
Spaanse delicatessenzaak
Zirkstraat 34
www.elvalenciano.be

Las Tapas
Grote Markt 23
www.lastapas.be

Tapa Bar
Pelgrimstraat 21
www.tapa-bar.be

Casa Julian
Italiëlei 32-34
www.casajulian.be




© 2007 Vlamingen in de Wereld - Costa Blanca.
Informatie van deze website mag niet gekopieerd of gepubliceerd worden zonder toelating van de uitgever.