Schrijf u in op onze nieuwsflash
e-mailadres:


twitter

Arabisch Spanje (1)

De Arabische beschaving in West-Europa

Van Arabië naar Toledo
Een eeuw na het ontstaan van de islam in 610 was het Arabische rijk uitgegroeid tot een van de machtigste imperia die ooit bestonden: de macht van de Arabieren strekte zich toen uit van de Atlantische Oceaan tot aan de Indusrivier in India en over een deel van Centraal-Azië. Deze uitbreiding was ten koste gegaan van twee andere grote imperia, Byzantium en Perzië. Hoewel de moslims in die ene eeuw enorme gebieden veroverden, respecteerden ze steeds de bestaande sociale structuren en administraties.
De veroveringen van de Omeyaden
In een eerste expansieve fase bereikte het Arabische imperium zijn grootste omvang ooit: één enkele kalief regeerde op dat ogenblik over een enorm gebied dat zich uitstrekte van aan de Atlantische Oceaan tot aan de grenzen van het Chinese keizerrijk.
Tussen 711 en 712 begon de Arabische expansie in de richting van het Iberische schiereiland dat toen in de handen was van de Visigothen, die het bezet hadden na de geleidelijke desintegratie van het Romeinse Rijk. Betrouwbare kronieken over de verovering van Andalusië en daarna van grote delen van Spanje en van de Provence, bestaan er nauwelijks. De oudste tekst, de Crónica mozárabe dateert uit 754, de andere Arabische kronieken over de verovering werden maar eerst na 850 geschreven.
Vast staat wel dat het grootste gedeelte van het leger waarmee de Arabische veldheer Tariq Andalusië veroverde, bestond uit Berbers. Slechts een kleine minderheid van het leger van Tariq waren Arabieren.
De verovering van Andalusië verliep in een zeer snel tempo en daar zijn diverse verklaringen voor. Het Visigothische rijk was toen al uiteen aan het vallen omdat de heersers decadent en onbekwaam waren. De plaatselijke bevolking stond niet negatief ten overstaan van de Arabieren en hielp hen soms zelfs actief omdat de Visigothen gehaat waren. Er waren geen grote veldslagen: het visigothische rijk was van binnen uit volkomen uitgehold en kon geen enkele weerstand meer bieden.
De Omeyaden
De beschaving van de Omeyaden was een typische stedelijke beschaving. Maar het waren wel steden die afweken van het Grieks-Romeinse model. De Grieks-Romeinse stad had een rechthoekige vorm en de islamitische steden van de Omeyaden vertrokken weliswaar van deze vorm, maar gaven het een heel eigen interpretatie. Deze overgang schijnt echter, zoals M. Gawilkowski beschrijft in The oriental city and the advent of islam heel geleidelijk gebeurd te zijn: 'it appears to have been gradual and not forced by the conquest'. Dit betekent m.a.w. dat de traditionele westerse versie dat de islam een totale breuk met het verleden betekende en met de tradities van de westerse beschaving, compleet verkeerd is.
Omeyaden veroveren de Middellandse Zee
De verovering van Spanje was slechts een onderdeel van de territoriale expansie van de Omeyaden. Eerst veroverden ze Cyprus, Rodos en Kreta. Al deze veroveringen hadden uiteindelijk slechts een doel: de verovering van Byzantium (Constantinopel) om een einde maken aan het Oost-Romeinse Rijk.Het bleek echter al snel dat de Omeyaden niet over voldoende militaire slagkracht beschikten om het op te nemen tegen het Byzantijnse imperium.
De scheepswerven van Tunis
Van groot belang voor de pogingen van de Omeyaden om de Middellanse Zee te beheersen, was de bouw van de scheepswerven van Tunis. De meest belangrijke actie van de Arabische vloot, die haar thuisbasis had in Tunis, na de verovering van Sicilië, Sardinië en van de Balearen, was de verovering van al-Andaluz (Andalusië).
Na de verovering van deze overzeese gebieden viel het rijk van de Omeyaden uit elkaar in verschillende min of meer onafhankelijke koninkrijken. Een daarvan was al-Andalus.
De grote maritieme expansie van de islam
In de negende eeuw kwam de hegemonie over de Middellandse Zee volledig in de handen van de Arabieren. Naast Kreta, Rodos en Sicilië kwamen nu ook kleinere eilanden zoals Malta in de handen van de Arabieren. In het jaar 903 veroverden de Arabische Andalusiërs definitief de Balearen De Arabische Andalusiërs beschouwden deze eilanden als een natuurlijk verlengstuk van al-Andalus. Om zich te verdedigen tegen de invallen van de Normandiërs en later van de Vikings bouwden de Arabieren vestingswerken langs de kusten van de Middellandse Zee en vooral langs de kusten van de Atlantische Oceaan. De Arabische Andalusiërs openden consulaten op Kreta en in Fraxinetum (Fraxinet), terwijl de ambassadeurs van diverse West-Europese landen in Córdoba toenadering zochten tot de kaliefen van de Omeyaden.

Fraxinetum (Fraxinet) was een basis van de Berbers niet ver van St. Tropez in Zuid-Frankrijk. Vanuit Fraxinetum maakten de moslims veroveringstochten tot in Piedmont in Noord-Italië tot ze uiteindelijk alle alpenpassen tussen Frankrijk en Italië controleerden. Hun verste buitenpost was gelegen op de plaats waar nu St.-Moritz in Zwitserland ligt.
In 996 stuurde keizer Otto II Jean de Gorze (geboren omstreeks 900, overleden op 7 maart 974) als ambassadeur naar de kalief Abd-ar-Rahman III van Córdoba om de strooptochten vanuit Fraxinetum te doen ophouden. Jean de Gorze verbleef uiteindelijk meer dan twee jaar in Cordóba.
De arabische hegemonie over de Middellandse Zee betekende een enorme stimulans voor de handel in dit gebied. Havens zoals die van Tortosoa, Denia, Almeria, Oran, Tunis, Tripoli, Alexandrië en de havens van Kreta en van Sicilië kenden in deze periode een grote bloei.

Eem imperium van korte duur
De Arabische hegemonie duurde echter nauwelijks een eeuw, want rond 950 begon het verval al. Het Oost-Romeinse Rijk had zich herpakt en keizer Romanus II slaagde erin om Kreta te heroveren. Een deel van de arabische bevolking van het eiland vluchtte naar al-Andalus, naar Sicilië en naar Egypte. Enkele jaren later werden ook Cyprus en Fraxinetum heroverd door de Byzantijnen.
In de loop van de 11de eeuw begon het Omeyadenrijk van al-Andalus ook uit elkaar te vallen in kleine, met elkaar rivaliserende koninkrijkjes. Dit was het begin van het verval van de Omeyaden.
Córdoba en de Omeyaden
Córdoba werd door de arabieren bezet als het gevolg van een overeenkomst, niet als gevolg van een militaire overwinning. Hoe Córdoba er op dat ogenblik uit zag is met geen enkele zekerheid te zeggen, want we beschikken over geen betrouwbare informatie. Het staat echter vast dat er in Córdoba een christelijke bevolkingskern was en dat er een of meerdere kerken stonden.
Interessant is in dit opzicht het verhaal van de kroniekschrijver al-Räzi, die in de 10de eeuw schreef dat aanvankelijk de christenen en de moslims de basiliek van San Vicente samen gebruikten voor hun respectievelijke gebedsdiensten. In de 8ste eeuw vormde de gouverneur Yüsuf al-Fihri de basiliek om tot een moskee.
In 786 liet emir Abd al-Rahman I een primitieve moskee bouwen in Córdoba die opvallend veel leek op die van Qayrawän in Noord-Afrika. De grote moskee van Córdoba is gebouwd op de funderingen van een Romeinse tempel die in de 6de eeuw hersteld werd door de Byzantijnen. Onder de Visigothen viel Córdoba helemaal in verval. Toen de Omeyaden Córdoba 'innamen' was de stad nog slechts een schim van wat ze in de Romeinse periode geweest was.
Het laatste bolwerk
Na 750 werd Córdoba het laatste bolwerk van de dynastie van de Olmeyaden. Córdoba was op dat ogenblik een van de prachtigste steden van West-Europa en dat zou zo blijven tot al-Andalus veroverd werd door de Katholieke Koningen, wat meteen het einde betekende van de Arabische beschaving in West-Europa.
In de 8ste eeuw werd ook de paleisstad Madinat al-Zahra gebouwd zodat er in de directe omgeving van Córdoba een tweede stad ontstond. De Kaliefen verdeelden de officiële gebouwen tussen deze twee steden, zodat ook Madinat al-Zahra een prachtige, zij het kleinere stad werd dan Córdoba.
De grenzen van al-Andalus
al-Andalus was veel groter dan het huidige Andalusië, het strekte zich uit over bijna heel het huidige Spanje en over Portugal en op een bepaald ogenblik zelfs tot in de Provence. Alleen in het Noorden, in het Baskenland, bleven steden zoals Oviedo, Cangas de Onis en Pamplona in de handen van de katholieken.Van echte grenzen zoals in de moderne betekenis van het woord, was er overigens in de Middeleeuwen geen sprake. De grens tussen de katholieke en de moslimgebieden in Spanje en Portugal was eeuwenlang een 'beweeglijke' grens. Nu eens waren sommige steden en gebieden in handen van de katholieken, dan weer in handen van de moslims. Vast staat wel dat vanaf de 11de eeuw de katholieken geleidelijk aan van uit het Noorden van Spanje begonnen op te rukken naar het Zuiden. De Arabische Andalusiërs zijn er ook nooit in geslaagd om definitief heel Spanje te veroveren en de veroverde gebieden op een duurzame wijze te behouden. Vaak beperkten ze er zich zelfs toe om de steden die ze nog niet veroverd hadden een schatting op te leggen (soms zelfs jaarlijks) waarna ze hun troepen terugtrokken zonder een gevecht aan te gaan.
De Omeyaden hadden eigenlijk geen belangstelling om de gebieden in het Noorden van Spanje te veroveren. Maar het is ook mogelijk dat de kaliefen gewoon niet in staat waren om van in Córdoba hun heerschappij op te leggen aan de veraf gelegen gebieden in het Noorden van Spanje.
De Omeyaden waren ervan overtuigd dat zij de legitieme heersers waren van al-Andalus en uit de Arabische kronieken blijkt duidelijk dat zij de katholieke invallen in al-Andalus als vijandige krijgsdaden beschouwden. De Arabische juristen uit die tijd doen eveneens hun uiterste best om de grenzen van al-Andalus te omschrijven als legitieme grenzen. Van in de 7de eeuw beschouwden de Arabieren al-Andalus als 'hun' gebied, elke militaire excursie die de grenzen van al-Andalus overschreed, omscheven zij als een 'vijandige agressie'.
Herhaaldelijk is er in de Arabische kronieken van al-Andalus sprake van 'rebellen'. Maar wie waren deze 'rebellen'? Het is niet gemakkelijk om hier na zoveel eeuwen een antwoord op te geven. Het lijkt vooral te gaan om kleinere opstanden tegen de heerschappij van de Omeyaden die zich afspeelden in de grensstreken. Zo verzette Toledo zich lang tegen de heerschappij van de Omeyaden. Vaak schijnt het om steden te gaan die de schattingen die de Omeyaden hieven, niet wilden betalen.

Lees ook:
Deel 2. al-Andalus, de luisterrijke bruid
Deel 3. De Omeyaden en de katholieken