Abonneer u op onze wekelijkse nieuwsbrief:

e-mailadres:



 

Nieuws

Cultuuragenda

Woordadvertenties

Vraag het onze experten

Wonen en werken in Spanje

Informatie

Artikelen

Columns

Het kookhoekje

Arabisch Spanje (2)

al-Andalus, de luisterrijke bruid

De Arabieren waren vanaf het ogenblik dat ze voet aan wal zetten op het Iberisch schiereiland verrukt over al-Andalus. ‘Spanje is zacht als zijde, zoet als honig, gevuld met suiker, verlicht door de was van de kaarsen, het loopt over van de olie, het is vrolijk als saffraan,’ schreef Al-Razi in de 10de eeuw. Ook de geraffineerde intellectueel Ibn Said, die historicus, geograaf en dichter was, werd overrompeld door de pracht van Andalusië. Hij beschreef Andalusië als een ‘luisterrijke bruid’ en hij was begeesterd door de schoonheid van het Andalusische landschap en door de steden.’Cordóba,’ schreef Ibn Said, ‘is een van de bruiden van het koninkrijk. Het is de koepel van de islam...Langs de oevers van de rivier (de Guadalquivir) liggen weilanden die omzoomd zijn met bloemen. Op de beide oevers laten vogels hun opgeruimd gezang horen en weerklinkt het slaperige geluid van de waterraderen.’ al-Bakri, een geograaf uit Cordóba, beschreef Andalusië als volgt: ‘Al-Andalus is als Syrië omwille van zijn zuivere en transparante lucht, als Yemen door zijn zacht en aangenaam klimaat, als India door de subtiliteit van zijn geuren en aroma’s, ‘ahwazi’ door de omvang van de belastingen, China door de kwaliteit van zijn juwelen, ‘adeni’ door zijn talrijke rivieren die zorgen voor de vruchtbaarheid van de weilanden en de boomgaarden.’

Een aards paradijs
De uiteindelijke indruk die men krijgt als men de Arabische kronieken over al-Andalus leest, is dat de Arabieren Andalusië als een aards paradijs ervaarden. Ze waren verrukt en dankbaar dat ze in dit prachtige land mochten wonen en genoten er met volle teugen van. De vraag is natuurlijk of de Arabische kroniekschrijvers niet een beetje overdreven en of ze Andalusië niet beter voorstelden dan het in werkelijkheid was.Het is duidelijk dat de kroniekschrijvers een geïdealiseerd beeld van Andalusië schetsen, maar toch staat vast dat de Arabieren al-Andalus toen het heroverd was door de Katholieke Koningen, steeds zijn blijven beschouwen als een verloren paradijs. Dit is tot op heden zo.
De Arabische dichter Ibn Jafaya vergeleek al-Andalus met het aards paradijs:
O inwoners van al-Andalus...
de tuin van het geluk, Naast de Arabische poëtische evocaties van al-Andalus zijn er echter ook meer realistische. Zo wil de auteur van de Calendario de Córdoba (De almanak van Córdoba), een boek dat verscheen in 960, de lezers objectief informeren over al-Andalus: ‘Dit boek wil de lezers de seizoenen van het jaar leren onderscheiden, zodat ze weten wanneer ze moeten zaaien en wanneer ze moeten oogsten. Het leert ook wanneer het juiste moment is aangebroken om geneesmiddelen, stroop en marmelade te maken.’ In de calendario zijn ook de data van de feesten opgenomen (zowel de christelijke als die van de islam), de manier waarop de belastingen moeten geïnd worden, de voorbereidingen voor de militaire campagnes, de techniek van het maken van zijde... Dankzij de Calendario hebben we een duidelijk beeld van het dagelijkse leven in het arabische al-Andalus. Het boek beschrijft een verfijnde en geraffineerde maatschappij, die op een veel hoger niveau stond dan de rest van West-Europa.
Welvarende periode
Het staat vast dat in de 10de eeuw onder de kaliefen Abd-al-Rahman III en al-Hakam II al-Andalus een welvarend gebied was. Er heerste politieke stabiliteit, het centraal bestuur was rechtvaardig en de ambachtslieden dreven intens handel met hun collega’s in West-Europa en in Noord-Afrika. Er waren ook regelmatig culturele uitwisselingen met andere West-Europese landen, vooral met Frankrijk, Duitsland en Engeland.
Merkwaardig genoeg weten we weinig over de gastronomie uit die periode. De Arabieren aten graag brood en in al-Andalus waren duizenden molens om graan te malen. In de 8ste eeuw stonden in de omgeving van Córdoba zelfs meer dan 5.000 molens! De meer begoede Arabieren aten stoofpotjes van konijn en kip, met fijne kruiden en met saffraan. Ze aten ook noedels en het Spaanse woord ‘fideos’ (spaghetti) is afgeleid van het arabische ‘fidaws’. Couscous is een Berbergerecht, maar het werd in al-Andalus aangepast aan de smaak van de Arabieren en verfijnd want het was aanvankelijk een eenvoudig boerengerecht.
Het kaliefaat van de Omeyaden was van in de 8ste eeuw verdeeld in 15 districten (vergelijkbaar met provincies) en telde 702 dorpen. Elk dorp had een moskee waar de gelovigen elke vrijdag samenkwamen voor het gebed onder de leiding van een imam. In de moskee werd toen door de imam ook recht gesproken. Volgens de arabische kroniekschrijvers telde Córdoba in de 10de eeuw een miljoen inwoners, maar dit aantal is vermoedelijk enigszins overdreven.Volgens de historicus Ibn Hayyan telde de stad in de 10de eeuw meer dan 1.600 moskeeën. De auteur al-Mansur schrijft dat Córdoba in de tweede helft van de 10de eeuw 213.000 huizen telde voor het gewone volk, 60.300 voor de hoge functionarissen en voor de aristocratie en 80.455 winkels. De pracht van Córdoba was bekend tot ver buiten de grenzen van al-Andalus en de West-Europeanen die de stad bezochten, zoals de Duitse pater Hroswitha, waren overweldigd.Geen enkele West-Europese stad kon in de 10de eeuw wedijveren met het arabische Córdoba. De kalief Abd al-Rahman III was een van de rijkste mannen van zijn tijd. Hij bouwde vlakbij Córdoba de paleisstad Madinat al-Zahra. De stad was echter geen lang leven beschoren. Al in de 11de eeuw was deze ooit zo mooie paleisstad weinig meer dan een ruïne, waar alleen nog occasioneel dichters en filosofen bij elkaar kwamen om te feesten en te discussiëren.
Verfijnde en geraffineerde beschaving
Aan de buitenkant waren de arabische woningen in de steden niet impressionant. De voorgevel was onversierd en had geen ramen, ze diende alleen maar om de intimiteit van het gezinsleven te beschermen. Maar eens in de woning aarzelden de begoede klassen niet om hun rijkdom ostentatief ten toon te spreiden. Men kwam de woning binnen langs een hal, die een knik maakte, zodat elke inkijk onmogelijk was en de privacy van het gezin gewaarborgd bleef, zelfs als de voordeur geopend werd. Elk arabisch huis had een patio, een binnentuin, waar een groot gedeelte van het leven van het gezin zich afspeelde.
Op het platteland waren er twee soorten woningen, de somptueuze woningen van de eigenaars van de grote boerderijen en de eenvoudige woningen van de landarbeiders. Omwille van de veiligheid woonden de eigenaars niet op hun boerderijen maar in de dorpen. Dit was ook gemakklijker omdat de dorpen toen de administratieve en religieuze centra waren.De woningen van de arabische grootgrondbezitters waren de voorlopers van de ‘cortijo andaluz’, de typisch andalusische boerderij.
De Arabieren die afkomstig waren uit Arabië en uit Syrië vestigden zich bij voorkeur in de steden, de Berbers op het platteland in de bestaande iberische en visigothische dorpen. De inwoners van deze dorpen mochten hun geloof ongestoord verder belijden. Spanjaarden die Arabisch spraken, maar die zich niet bekeerden tot de islam noemde men ‘mozárabes’ (letterlijk: gearabiseerde Spanjaarden). De joden hadden ook het recht om te leven zoals hun geloof dat voorschrijft en zij waren vooral gevestigd in de grote steden. De ‘mawali’ waren vrijgelaten slaven van niet-arabische oorsprong. Ze waren te vinden in de entourage van de kaliefen en van de aristocratie.De ‘saqliba’ waren slaven die hoofdzakelijk afkomstig waren uit Duitsland. Ze werden gekocht op de markt van Verdun en vervolgens vervoerd naar Córdoba om daar doorverkocht te worden.
De drie grote westerse religies - het katholieke geloof, het judaïsme en de islam - leefden in al-Andalus zonder de minste problemen vreedzaam samen.Er ontstonden zelfs talrijke relaties tussen personen van verschillende religies en huwelijken tussen katholieken en moslims waren niet ongebruikelijk. De arabische moslimcultuur werd in al-Andalus verrijkt met tal van elementen uit andere culturen.
De dichter al-Zubaydi, die tevens de gouverneur en leermeester was van de emir al-Hakam II, vatte het als volgt samen: ‘Alle landen in hun verscheidenheid zijn één en de mensen zijn buren en broeders.’

Lees ook:
Deel 1. De Arabische beschaving in West-Europa
Deel 3. De Omeyaden en de katholieken


© 2009 Vlamingen in de Wereld - Costa Blanca.
Informatie van deze website mag niet gekopieerd of gepubliceerd worden zonder toelating van de uitgever.