De jonge Spanjaarden gingen er jaren van uit dat de toekomst er goed uitzag en dat ze het beter zouden hebben dan hun ouders. Maar, net zoals vele andere Europese jongeren, stellen ze nu tot hun ontnuchtering vast dat zij de welvaart die hun ouders als vanzelfsprekend ervaarden, wellicht nooit zullen bereiken.
Niet lang geleden keek de 23-jarige Lorena DomÃnguez hoopvol naar de toekomst. Ze had een goedbetaalde job in de autofabriek van Citroën in Vigo, de stad in noord-Spanje waar ze opgegroeid was. Ze was onlangs verhuisd met haar vriend Oscar en ze had haar eigen apartement te koop gesteld. Ze brachten hun weekends samen met hun vrienden door op de levendige zeeboulevard van Vigo met zijn talrijke pubs en ze hadden gepland om deze zomer een mooie reis te maken. Het was geen slecht leven voor de 23-jarige dochter van een dokwerker en van een huisvrouw.
Dan kwam ‘la crisis’. Dominguez begon voor het eerst de gevolgen van de recessie te voelen toen bleek dat het onmogelijk was om haar appartement te verkopen hoewel ze de prijs herhaaldelijk verlaagde. Hierdoor werden haar plannen voor de toekomst al direct ernstig bemoeilijkt. Maar het was maar eerst in december 2008 dat ze de volle kracht van de recessie begon te voelen. Net voor Kerstmis ontsloeg Citroën 3.000 werknemers. 90% was jonger dan 35 en DomÃnguez was een van hen. Sinds dat ogenblik heeft ze beroep moeten doen op haar ouders om de hypotheek van haar appartement te betalen. ‘Ik dacht altijd dat ik het beter zou hebben dan mijn ouders,’ zegt ze. ‘Maar dat lijkt nu een onmogelijke droom.’
Tot voor kort was Spanje een voorbeeld in de Europese Unie. De economische groei hielp de werkloosheid te bestrijden en dat was nodig want in Spanje was gedurende tientallen jaren gemiddeld 20% van de actieve bevolking werkloos. De werkloosheid daalde in 2007 tot 8,3% en lokte honderdduizenden immigranten naar het land, dat in de jaren ‘50 en ‘60 duizenden van zijn wanhopige burgers naar het buitenland, o.a. naar België, zag vertrekken als emigrant.
Na de strenge Franco-dictatuur had de nieuwe generatie die in het democratische Spanje geboren werd, hoge verwachtingen, zowel op materieel vlak als beroepsmatig. In 2007 was 81% van de Spaanse gezinnen eigenaar van hun woning en 21% had een vakantieverblijf. ‘Dat was de grootste sociale verandering gedurende de ‘transición’, de overgang naar de democratie na het Franco-tijdperk,’ zegt Cristina Bermejo, het hoofd van de afdeling Jeugd van de CC OO, een van de twee grootste Spaanse vakbonden. ‘Het analfabetisme was een groot probleem in Spanje sinds de Burgeroorlog. Maar in de jaren ‘70 en ‘80 kwam daar een reactie tegen. Plots verwachtte iedereen, zelfs de arbeiders, dat hun kinderen naar de universiteit gingen en het veel verder schopten op professioneel vlak dan zijzelf.’
Om een idee te krijgen van de enorme sociale veranderingen die plaatsvonden in Spanje, is het interessant om een blik te werpen op Vigo, een stad met 300.000 inwoners in Galicië. In tegenstelling tot vele andere Spaanse steden die leven van het toerisme, is Vigo een typische arbeidersstad. De haven en de bedrijven hebben de afgelopen jaren in Vigo voor een ongeziene welvaart gezorgd.
De Citroënfabriek werd geopend in Vigo in 1958. Tegen het jaar 2007 produceerde deze fabriek 547.000 auto’s per jaar en het was een van de meest productieve Citroënfabrieken van heel Europa. Het was ook de grootste fabriek in dit deel van Galicië en ze verschafte rechtstreeks aan 10.000 inwoners werk. De vaste, goed betaalde jobs in de fabriek zorgen ervoor dat Vigo van een ordeloze en nogal wilde haven veranderde in een aangename badplaats, compleet met een mooie zeeboulevard, een museum voor hedendaagse kunst en talrijke mooie winkels en boetieks. Tegen 1990 waren er zelfs voldoende enthousiaste jongeren in Vigo om er met een universiteit te beginnen.
Het grote aantal kinderen - en de grootte van het inkomen van hun ouders - deed talrijke nieuwe handelszaken ontstaan en het ging iedereen voor de wind. In 2005 opende Ramón González zijn derde tatoosalon op de toen nog bruisende avenida Pi y Maragall. De zaken draaiden als nooit tevoren. ‘Studenten, de arbeiders van de Citroënfabriek en hun kinderen maakten dat er altijd veel klanten waren in mijn drie salons,’ zei Ramón.
Ineenstorting van de bouw en financiële crisis in de V.S.
Patricia Portela is een van de meisjes, die nog niet zo lang geleden wellicht ergens op haar lichaam een discreet tatoo had laten plaatsen. Op de warme zomernamiddagen maakte Patricia meestal een afspraak met een stel vrienden en vriendinnen op de zeeboulevard van Vigo. Portela werkt in een lokale kledingwinkel en ze hoopt ooit mode-ontwerpster te worden. Haar drie beste vriendinnen studeren aan het lokale college. Aan hun flashy haar en hun modieuze kleren is te zien dat ze afkomstig zijn uit de welvarende middenklasse van Vigo. Maar zelfs deze meisjes voelen de crisis. Als we hen vragen hoe de financiële crisis hen raakt, sommen ze een lange lijst op: de dure kleren die ze niet langer kunnen kopen en de hippe vakanties die ze niet meer kunnen betalen. ‘Vroeger gingen we shoppen als we er zin in hadden,’ zegt Portela. ‘Nu willen mijn ouders me niet gewoon niet meer alleen laten winkelen.’
Net zoals Ierland, waar de economische groei gedurende tien jaar drie keer zoveel bedroeg als in de rest van de EU, wordt Spanje ongemeen hevig getroffen door de recessie. Algemeen wordt verwacht dat het Spaanse Bruto Nationaal Product in 2009 met 1,6% zal krimpen en de jongeren gaan dit eerst voelen aan de daling van hun koopkracht. ‘De Spaanse jongeren zijn opgegroeid met hoge verwachtingen op het vlak van de consumptie en het is frustrerend voor hen dat ze plots hun verwachtingen een heel eind lager moeten leggen,’ zegt Alberto Saco, socioloog aan de universiteit van Vigo. ‘Maar nog meer frustrerend is wat er nu gebeurt met hun verwachtingen in verband met het aankopen van hun woning.’
Portela en haar vrienden zijn ervan overtuigd dat ze zich zorgen moeten maken over meer dan over hun modieuze kleren. Paul RodrÃguez, 20, studeert journalistiek. ‘Maar er is geen werk meer voor jonge journalisten in Spanje, dus ik blijf vermoedelijk verder studeren tot ik een ander diploma heb,’ zegt hij. Het vooruitzicht om eigenaar te worden van een woning en de hypotheek te kunnen afbetalen, maakt de meisjes aan het lachen omdat het zo vergezocht is. ‘Hoe kan ik verwachten een hypotheek te krijgen als ik niet eens werk heb,’ zegt Rodriguez.
Het is dan ook niet verwonderlijk dat mensen zoals Jenifer Fernández depressief zijn. Toen de 23-jarige aan haar unviersitaire studies in sociologie begon aan de universiteit van A Coruña in 2005, konden haar ouders het zich permiteren om voor haar een studentenflat te huren en later zelfs een appartement buiten de campus. Maar toen het budget van haar ouders vorig jaar aanzienlijk slonk, zag Jenifer zich verplicht om terug bij haar ouders te gaan wonen. Nu pendelt ze elke dag naar de universiteit met de trein, een reis die 90 minuten duurt. Fernández weet op dit ogenblik absoluut nog niet wanneer de afhankelijkheid van haar ouders zal ophouden. ‘Mijn vader is een fabrieksarbeider en mijn moeder een huisvrouw. Ze lieten me studeren zodat ik een beter leven dan zij zouden hebben,’ zegt ze. ‘Het is erg moeilijk voor hen om te begrijpen waarom ik geen werk vind.’ Ze heeft - tenminste voorlopig - haar droom opgegeven om ooit sociologe te worden en overweegt nu om dienst te nemen bij de Guardia Civil. Dit korps heeft steeds nieuwe officieren nodig en biedt de geïnteresseerden contracten van onbepaalde duur als ze slagen in hun ingangsexamen. Bovendien zijn er in dit paramilitaire korps mooie promotiemogelijkheden.
Fabrieksarbeiders staan in de kou
Manuel Bao 24 jaar, elektricien
Maar de Spaanse twintigers die geen universitair diploma hebben, worden nog erger getroffen door de economische crisis. In het werklozenkantoor van Vigo ziet men personen van alle mogelijke leeftijden die de stempel komen halen die hen recht geeft op het ontvangen van een werkloosheidsvergoeding. Maar de meerderheid bestaat uit fabrieksarbeiders die jonger zijn dan 30. De 24-jarige Manuel Bao werkte als elektricien sinds zijn 18de. Hij had altijd alleen maar tijdeljke contracten, maar er was werk genoeg en hij was altijd ergens aan de slag. Nu de bouw in Spanje volledig plat ligt, is hij werkloos en over een paar maanden krijgt hij zelfs geen werkloosheidsvergoeding meer. ‘Op dit ogenblik ben ik volledig afhankelijk van mijn moeder,’ zegt hij een beetje meesmuilend. In de hoop om een stabiele job te krijgen volgt Bao nu een cursus voor veiligheidsagent. ‘Als dat niet lukt,’ zegt hij, ‘dan denk ik dat ik gewoon van job tot job moet leven en proberen op die manier te overleven.’
Maar het is niet alleen de hoge werkloosheid die de Spaanse jeugd depressief maakt. Ivan heeft op dit ogenblik een job: hij begint zijn werkdag om 4.00 uur ‘s morgens en haalt de vis op in de haven voor de groothandel van zijn ouders. Maar de laatste maanden hebben zijn ouders het moeilijk om elke maand de eindjes aan elkaar te knopen. ‘Daarom handel ik nu in drugs,’ zegt hij lakoniek. Dat is niet zo ongewoon in een havenstad die bekend staat als de grootste invoerhaven van cocaïne in Spanje, maar er is iets in de geforceerde nonchalance waarmee Ivan dit vertelt die aantoont hoe wanhopig hij eigenlijk wel is. Als we hem vragen of hij denkt dat hij een hogere levensstandaard dan die van zijn ouders zal bereiken, barst hij in lachen uit. ‘Ik heb absoluut geen hoop om een hogere levensstandaard te bereiken. Ik heb geen enkele verwachting meer,’ zegt hij.
Zoals 53% van de Spanjaarden tussen de 18 en de 35, woont Ivan nog steeds bij zijn ouders. ‘We gaan er allemaal van uit dat onze kinderen onafhankelijk worden en het huis verlaten,’ zegt de socioloog Saco. ‘Als ze dit niet doen is dit ook voor de ouders frustrerend.’ Een 30-jarige die rondhangt in huis, die niets om handen heeft en die bovendien nog geld vraagt om zijn telefoonrekening te kunnen betalen, leidt tot conflicten en soms zelfs tot huiselijk geweld.
Sommige jonge Europeanen zijn het wachten beu. Vorig jaar schoot de politie in Athene een 15-jarige jongen neer tijdens rellen in de stad. Volgens sommige journalisten was het geweld het gevolg van de acties van diverse anarchistische organisaties, maar, net zoals elders in Europa waren het niet de anarchisten maar wel de structurele tekortkomingen van de Griekse maatschappij die aan de basis van de rellen lagen. ‘In Griekenland komt alle flexibiliteit op de arbeidsmarkt van de jonge arbeidskrachten maar de evolutie van hun loon is compleet vlak, terwijl de lonen van werknemers die 40 of 50 jaar oud zijn elk jaar stijgen,’ zegt Philippe Askenazy een onderzoeker aan het Parijse Instituut voor Economie. ‘Alle problemen in Griekenland komen voort uit het feit dat de toekomstperspectieven van de jongeren slechter zijn dan die van hun ouders.’
Terwijl de werkloosheid bij de jongeren in de Europese Unie beduidend hoger ligt (17% voor jongeren onder de 25 jaar) dan bij de algemene bevolking (gemiddeld 7,6%) zijn sommige landen veel kwetsbaarder dan andere. De Duitse bedrijven hebben de neiging om jonge werknemers in dienst te nemen; Franse en Spaanse bedrijven verkiezen tijdelijke contracten om aan de draconische arbeidswetgeving te ontsnappen. ‘De sociale crisis is ernstiger in Frankrijk en in Spanje omdat de burgers van deze landen geloven dat de politiek meer werkgelegenheid zou moeten scheppen. Maar als de economie in een baisse zit, dan gebeurt juist het tegenovergestelde,’ zegt Askenazy.
Dit leidt dan weer tot een gevoel van diepe frustratie en hopeloosheid bij miljoenen jonge Europeanen naarmate de crisis nijpender wordt. In zeker zin hebben de afgelopen goede jaren de zaak alleen maar erger gemaakt. Lorena Dominguez, de werkloze automobielwerkster uit Vigo, had nooit een vast contract bij Citroën, maar de afgelopen jaren verdiende ze goed geld en ze hoopte steeds dat het bedrijf haar een vast contract zou aanbieden. De toekomst scheen vol van belofte en van de kans op een hogere levensstandaard. Nu brengt ze haar tijd door met zoeken naar werk, ze werkt deeltijds in een restaurant als dienster, ze verkoopt verzekeringen en ze reinigt kantoren. ‘Mijn generatie is geboren in een tijd van overvloed,’ zegt ze. ‘Ik denk dat onze verwachtingen gewoon veel te hooggespannen waren.’