Regering wil Arabieren schadeloosstellen voor uitdrijving

De PSOE, de Spaanse Socialistische Partij, heeft in het parlement een wetsvoorstel ingediend dat de nabestaanden van de personen uit Marokko, Algerije, Tunesië, Libië, Mauretanië en Mali die in de 17de eeuw uit Spanje verdreven werden, schadeloos moet stellen voor de economische, sociale en culturele schade die zij geleden hebben.
De socialistische afgevaardigde uit Granada, José Antonio Pérez Tapas, vindt dat 400 jaar na de uitdrijving van de Arabieren uit de Spanje de regering eindelijk haar verantwoordelijkheid moet opnemen en deze schande met alle mogelijke middelen moet proberen uit te wissen. De verdrijving van de Arabieren was volgens Tapas ‘een historische onrechtvaardigheid die het gvolg was van de religieuze intolerantie van de katholieken, van het resentiment van de katholieke bevolking en van de pretentie van de katholieke koningen die een homogeen christelijk rijk wilden stichten in Spanje’. De Arabieren, aldus Tapas, werden uit Spanje verdreven als gevolg van de intolerantie, het fanatisme, de bekrompenheid en het sociocultureel racisme van de katholieke koningen.
Op 9 april 1609 ondertekende koninng Filips III, op advies van de hertog van Lerma, het decreet dat de uitdrijving van de Arabieren uit Spanje beval. Naar schatting moesten toen ongeveer 300.000 Arabieren Spanje verlaten.
24.11.2009