Schrijf u in op onze nieuwsflash
e-mailadres:


twitter
Hertog van Alva
en de zwarte legende
Vijfhonderd jaar geleden werd de hertog van Alva geboren. Fernando Àlvaro de Toledo was de derde hertog van Alva en hij vormt samen met de inquisitie en de koloniale verovering van Amerika de basis van de zeer antispaanse 'zwarte legende'.

Maar, zoals wel vaker gebeurt, zijn de historische waarheid en de manier waarop ze wordt verteld, niet steeds een en dezelfde. De derde hertog van Alva was op de eerste plaats een typische spaanse edelman uit de 16de eeuw. Zijn erecode, zijn humanistische vorming en zijn verlangen om een held te worden waren in die tijd eigenlijk al anachronistisch.
Geen politieke havik
Alva was eigenlijk niet echt een politieke havik, maar hij was wel de beste vazal van keizer Karel V en van zijn zoon Filips II. Hij diende de kroon onvoorwaardelijk en hij was op professioneel vlak, zowel in oorlog- als in vredestijd, een slaaf van zijn ijzeren discipline. De hertog van Alva had een slechte gezondheid en toch reisde hij heel zijn leven dwars door Europa. Hij was manisch depressief en trok zich nu en dan terug op zijn landgoed, waar hij zich het gelukkigst voelde. Maar als de keizer of de koning hem riep, dan stond hij steeds klaar.
De Lage Landen
De grootste schandvlek van zijn carrière zijn uiteraard de Lage Landen. In 1567 richtte hij de Raad van Beroerten (door het volk de Bloedraad genoemd) op. Die behandelde 12.000 zaken, veroordeelde 1.700 personen ter dood, nam de goederen van 10.000 personen in beslag en verbande in enkele jaren 60.000 mensen uit de Zuidelijke Nederlanden. Deze veroordelingen waren wettelijk, omdat men deelname aan de troebelen (de beeldenstorm) zag als majesteitsschennis.

De protestantse lobby heeft het imaga van de IJzeren hertog als een op bloed beluste sadist in heel het toenmalige Europa verspreid. Dit was vooral het werk van Marnix Van Sint Aldegonde en van het politieke genie Willem van Oranje.

Alva was slechts van 1567 tot 1574 in de Lage Landen, maar hij is toch wel het icoon van de 'zwarte legende'. Zijn voorgangers Margarita van Parma en Granvelle en Requessens, de Spaanse Habsburgers en Farnese, die na hem kwamen en die ook te maken kregen met sociale onlust, hebben het veel minder erg te verduren gekregen van latere historici.De schilderijen van Breughel, de door De Bry geïllustreerde pamfletten zijn allemaal getuigenissen van de mediacampagne tegen de hertog.
Was hij werkelijk zo slecht?
Om de hertog van Alva correct te beoordelen, moet men rekening houden met het 'affaire Don Carlos', met de opstand van de Arabieren in Granada, met het Catalaanse banditisme, met het probleem van de Turken, met de San Bartolomeusnacht waarbij in Frankrijk 25.000 mensen het leven verloren, met allerhande financiële problemen van de monarchie in Spanje en in de Lage Landen en met de m uiterijen van de soldaten... Spanje worstelde toen met twee grote problemen, het probleem van de Turken en het probleem van het protestantisme.

Toen Alva aankwam in de Lage Landen kon noch hij, noch iemand anders de rampzalige internationale situatie juist inschatten. Bovendien was de Spaanse koning Filips II getroffen door een zware persoonlijke tragedie (de zelfmoord van Don Carlos, die duidelijjk psychisch gestoord was).

De 'zwarte legende' krijgt een nieuwe stimulans in de 19de eeuw door het Vlaams nationalisme en door het liberale romantisme. Elk nationalisme heeft een demon nodig en de IJzeren hertog was ideaal voor die rol. Dat blijk o.m. uit 'De Legende van Tijl Uilenspiegel' van Charles de Koster en uit 'Het Geuzenboek' van Louis Paul Boon (1984). De romantici Schiller (1778) en Donizetti (1838) beschreven Don Carlos als een slachtoffer en Filips II en Alva als beulen.
Slechte verdediging
Tijdgenoten van de hertog van Alva als Arias Montano en Francès de Ávala hebben hem slecht verdedigd. De Restauratie en het Francoregime verkozen helden als Jan van Oostenrijk (Juan de Austria), helden die jong stierven boven een zieke, oude Alva, het slachtoffer van een onbestuurbaar imperium dat zichzelf overleefd had.

Tijdens de tweede helft van de 17de eeuw lanceerde het Huis van Alva (de vijfde hertog) een voorzichtig tegenoffensief. Hij verzocht de graaf de la Roca en de jezuïet Antonio Ossorio een nieuwe biografie over de IJzeren hertog te schrijven. Deze verdediging werd verdergezet in de 20ste eeuw door de 17de hertog, Jacobo Fitz-James Stuart, die zelf een historicus was. Hij vertaalde o.m. uit het Latijn de biografie van Ossorio in het Spaans.

Vast staat intussen wel dat de IJzeren hertog niet het monster was, dat beschreven wordt in sommige romans uit de 19de eeuw of in de protestantse pamfletten. Misschien wordt het wel tijd om de 'zwarte legende' definitief te begraven en wat genuanceerder over deze man te gaan denken.

Ricardo García Cárcel
Twee boeiende biografieën
William S. Mattby schreef in 1983 een uitstekende biografie over de derde hertog van Alva, 'Groothertog Alva, een eeuw van Spanje en van Europa, 1507-1582'. Enkele jaren daarvoor had Mattby het boek 'De Zwarte legende in Engeland' (1971 gepubliceerd, een onmisbaar werk voor wie wil kennismaken met de anti-Spaanse propaganda uit de 16de eeuw.

Mattby is vooral geïnteresseerd in het karakter en in het ethos van de groothertog.
De Britse auteur ziet hem als een contradictorisch personage: een erudiete anti-intellectueel en een xenofobische cosmopoliet, met een onverschillig en gedisciplineerd karakter, dat echter wat getemperd werd door een zekere melancholie.

Zopas verscheen ook 'De IJzeren hertog, Fernando Álvarez de Toledo', door Fernández Álvarez. In dit boek probeert Álvarez te doen wat hij in 1998 reeds deed met Filips II: terug te keren naar de historische werkelijkheid. Álvarez gaat in grote lijnen akkoord met de visie van Mattby. Hij onderstreept de complexiteit van de derde hertog, die terzelfdertijd militair en diplomaat was, gecultiveerd maar critisch over de intellectuelen, ernstig, maar, voor wie hem goed kende en die hij vertrouwde, ook ironisch. Belangrijk is voor Álvarez ook de onvoorwaardelijke trouw van de hertog aan de kroon. In de Lage Landen werd de hertog volgens Álvarez voor een onoplosbare taak gesteld. Hij droeg letterlijk alle verantwoordelijkheden van de Spaanse monarchie in de Lage Landen. Álvarez noemt de Spaanse monarchie van dat ogenblik 'het onmogelijke bedrijf', omdat het Spaanse imperium toen eigenlijk al onbestuurbaar was.

Deze twee boeken werpen een totaal nieuw licht op de 'zwarte legende', die nu bijna vijf eeuwen bestaat.

Bernat Hernández.