Abonneer u op onze wekelijkse nieuwsbrief:

e-mailadres:



 

Nieuws

Cultuuragenda

Woordadvertenties

Vraag het onze experten

Wonen en werken in Spanje

Informatie

Artikelen

Columns

Het kookhoekje

Even voorstellen
Pieter Hildering,
grafisch ontwerper, auteur én aficionado

Pieter Hildering is van beroep grafisch ontwerper. Daarnaast is hij ook een enthousiaste ‘aficionado’, een liefhebber van het stierengevecht en de auteur van het boek ‘Vanaf het zand’.

Vlamingen in de Wereld Costa Blanca had een gesprek hem over zijn grote passie: de ‘toreo’ of de ‘kunst van het stierenvechten.

U zag uw eerste stierengevecht in Las Ventas. Hoe oud was u toen?

Ik was 28 toen ik besloot om voor mijn vakantie naar Spanje te gaan, vanwege drie dingen die ik wilde zien. Bovenaan mijn lijst stond het Prado Museum in Madrid met haar Velázquez en Goya collecties. Vervolgens wilde ik het Alhambra paleis in Granada bezoeken en het derde punt was een stierengevecht. “Eentje maar” zei ik tegen mezelf, “om het een keer mee te maken ...” Nu, meer dan 30 jaar en meer dan 600 corridas later, weet ik nog wie er die eerste middag in Madrid optraden.

In uw boek schrijft u dat u één stierengevecht wou zien uit nieuwsgierigheid, maar dat u gefascineerd raakte door de toreo. Wat trekt u precies aan in de corrida?

Een paar dagen na mijn eerste corrida nam ik de trein naar Malaga en belandde midden in de plaatselijke Feria de Agosto met elke avond een corrida. Die week zat ik avond aan avond in de Malagueta en aan het eind van de feria was ik verslaafd aan die mooie arena, aan het klimaat en zeker verslaafd aan de stierengevechten.
Dat wonderlijke, fascinerende schouwspel van zon en schaduw, kleur, licht en moed had me onverwacht voor zich gewonnen. Maar wat mij tevens facineerde was de confrontatie die een ongewapende man willens en wetens aangaat met de dood en het schijnbare gemak waarmee hij die weet te ontwijken. Bovendien kijk ik naar een spektakel dat sinds de 18e eeuw weinig is veranderd. De plaats die de corrida inneemt in de Spaanse cultuur fascineert mij, de schilders, schrijvers en dichters die hierdoor geinspireerd zijn en de prachtige producten die deze inspiratie heeft opgeleverd.
Maar eigenlijk ben ik nog steeds op zoek naar dat ultieme antwoord op de vraag wat mij precies aantrekt in een corrida.

Via John Perridge (El Fotógrafo, De Fotograaf) kwam u in contact met Pepe Montes die u introduceerde in het milieu van de stieren. Hoe verliep uw contact met de stierenfokkers en de torero's?

In al die jaren die ik heb besteed aan de corrida heb ik het wezenlijke contact met hoofdrolspelers in het spektakel, zoals toreros en fokkers, nooit bewust opgezocht. Het is veelal een natuurlijk proces dat ik, mede vanwege mijn ere-lidmaatschap van een Spaanse peña, met hen in contact kom. Perridge was iemand die door een bizar toeval in contact kwam met een stierenfokker, doordat een van diens stieren hem verwondde.
Ondanks dat ik nog steeds contact heb met zijn familie is Pepe Montes niet zo’n grote invloed geweest. Hij was eerder een markante persoonlijkheid die mij die mij als beginnend aficionado accepteerde en mij dingen over de corrida vertelde. Na zijn dood zou hij echter een grote rol spelen in mijn ‘leven als aficionado’.

U bent het eerste en tot op heden het enige buitenlands lid van de peña Tinto y Oro uit Valencia. Kan iedereen lid worden van deze peña?

Pepe Montes was vroeger voorzitter van de prestigieuze madrileense peña ‘Los de José y Juan’. Via zijn dochter werd ik aangespoord om in Valencia een zekere José Maria Aragón op te zoeken, een chirurg, die voorzitter was van de mij onbekende societeit ‘Tinto y Oro’. Ze overhandigde me een visitekaartje waar achterop stond geschreven: “Dit is een goede vriend uit Nederland, die speciaal voor de stieren naar Valencia is gekomen. Zou je hem willen ontvangen en hem onder je hoede willen nemen?”
In Valencia heb ik die peña en haar voorzitter opgezocht die mij de zo bekende Spaanse verzekering gaf: “Esta casa es tu casa.” Drie jaar maakte men mij ere-lid. Het is dus niet mogelijk om deze (of welke andere peña taurina) binnen te lopen en te zeggen dat je lid wilt worden. Bij de meeste peñas dien je - door een ander lid - geintroduceerd te worden.

Wanneer ontstond het idee om een boek te schrijven over de toreo? Intussen is uw boek ook vertaald in het Engels en in het Spaans? Heeft u reacties gekregen in de Spaanse pers?

Ik wilde altijd al over de corrida schrijven. Mijn eerste verslagen van een Feria schreef ik voor het tijdschrift ‘La Divisa’ van de Engelse Club Taurino of London. Op een gegeven moment bedacht ik mij dat ik een boek over de corrida zou kunnen schrijven. Ik had de eerste regel al klaar liggen: “Uit mijn ooghoek zie ik de oude zigeunerin op mij afkomen. Als ze voor me staat biedt ze me een paar verlepte anjers aan. Ze pakt mijn hand en tuurt naar de lijnen in mijn handpalm.” Het boek ‘Vanaf Het Zand’ dat daaruit ontstond werd in 2002 gepubliceerd en tot mijn vreugde goed ontvangen.
Mijn tweede boek “Words about bullfighting/Palabras sobre la corrida” ontstond toen ik de uitgever van het Valenciaanse tijdschrift ‘Avance Taurino’ voorstelde om een column - in het Engels - te schrijven als introductie voor de vele buitenlanders die een stierengevecht bezoeken maar de Spaanse taal niet machtig zijn. Die columns werden gebundeld tot het twee-talige boek. Spaanse vrienden vertelden mij dat ze het gebruiken om Engels te leren.
Bovendien laten ze het hun engelstalige vrienden lezen als ze iets over de corrida willen uitleggen. Die reactie vind ik zeer waardevol. We zijn nu dan ook bezig met een tweede boek, ook weer gebaseerd op nieuwe engelse columns in Avance Taurino.

U lijkt gefascineerd door wat u omschrijft als 'het territoriale gedrag van de stier in de arena'. Kunt u dat wat nader omschrijven?

Deze vraag verdent een zeer naukeurig antwoord: In mijn boek ‘Vanaf het Zand’ omschrijf ik dit fenomeen alsvolgt: “Een van de meest fascinerende aspecten van een corrida de toros is het territoriale gedrag van de stier. Velen denken dat deze de torero tijdens een stierengevecht ongestructureerd aanvalt (de matador hoeft immers alleen maar met dat rode lapje te zwaaien en de stier reageert), maar in feite verdedigt hij zijn territorium dat door een buitenstaander betreden wordt.
Er bestaan zelfs theorieën die zeggen dat een stier niet aanvalt maar, zoals bij kuddedieren gebruikelijk is, ‘een verdedigende vlucht naar voren’ vertoont. Dit gedrag ontwikkelt zich tijdens de schijngevechten die hij met zijn leeftijdgenoten op de weidegronden voert.
Bovendien wordt over het algemeen aangenomen dat een stier zijn territorium bepaalt binnen het terrein dat voor hem zichtbaar is. Dat is slechts gedeeltelijk waar. Niet alles wat hij ziet, maar alles wat zich binnen dat terrein beweegt wordt door hem aangevallen. Door de plaatsing van zijn ogen heeft een rund, zoals elk prooidier, een gecompliceerd, maar zeer effectief gezichtsvermogen. Recht vooruit kan hij scherp en drie-dimensionaal zien, zij het slechts enkele meters. Naar opzij, dat wil zeggen met een oog, ziet hij de dingen tweedimensionaal, maar kan hij de afstand niet inschatten. Alleen dat wat zich in directe lijn achter hem afspeelt blijft voor de stier onzichtbaar.
Hoe de stier zijn territorium bepaalt, is daarmee echter nog niet duidelijk. Zonder hier te willen stellen dat wij kunnen weten wat een stier denkt, lijkt hij op het moment dat hij de arena binnenkomt het onbekende terrein te inventariseren en zijn gebied aan de hand van zijn bevindingen af te bakenen. Zo zal een stier die blaakt van zelfvertrouwen zich, direct na deze eerste verkenning zodanig in de ring opstellen dat het lijkt alsof hij elke potentiële indringer uitdaagt hem te naderen.
Een wat minder zelfverzekerde stier zal vaker de rugdekking van de schutting zoeken. Door langzaam op het dier toe te lopen, en de muleta behoedzaam van achter naar voren te bewegen, onderzoekt de matador de grenzen van het door de stier ingestelde territorium. De term stierengevecht is dus misplaatst: de torero gaat geen gevecht aan maar zoekt welbewust het terrein van de stier op, betreedt dit en daagt zijn tegenstander daarbij uit hem te verjagen. Een fascinerend spel van provocatie en aanval, waarbij de stier met elke charge de grenzen van zijn territorium verlegt en er op de zandvloer een complex - voor de mens onzichtbaar - netwerk van patronen ontstaat. Daarbinnen trekt hij zich terug of zet hij nieuwe aanvallen op. Dit ingewikkelde spel komt pas tot een eind als het beest de strijd staakt en het terrein prijsgeeft aan de matador.
Spanjes beroemdste filosoof van de twintigste eeuw, José Ortega y Gasset, vergeleek dit ooit met de ruimtes en vectoren uit de geometrie waarbij de stierenvechter de verticale en de stier de horizontale vector voorstelde. En tijdens een lezing over de eisen die hij aan zijn pupillen stelde, sprak de ex-matador (en nu directeur van de Valenciaanse school) Francisco Barrios El Turia van ‘lijnen die een matador dient te overschrijden als hij een figura wil worden’.”

Bezoekt u nog steeds regelmatig stierenfokkerijen? Heeft u een voorkeur voor de stieren van een bepaalde fokkerij?

Helaas ben niet in de gelegenheid om langdurige reizen door Spanje te maken waarbij ik fokkerijen zou kunnen bezoeken. Ik krijg wel uitnodigingen van fokkers om hun bedrijf te bezoeken. Dus dat moet later maar. Stieren die mijn voorkeur hebbben zijn - ook al klinkt dit misschien controversieel - stieren met persoonlijkheid, die de matador geen makkelijke avond bezorgen. Dit zijn de stieren van Miura, maar voorla de stieren van het ras Santa Coloma-Saltillo, zoals die van Victorino en Adolfo Martin, Ana Romero, La Quinta en dergelijke. Stieren die wat minder zijn ‘afgesteld’ op de wensen van de torero. Wat betreft de rol die stieren tegenwoordig spelen zou ik een citaat willen aanhalen van de Amerikaanse cineast en acteur Orson Welles.
Hij schreef een nu bijna profetische aandoend voorwoord in de biografie van de Peruaanse rejoneadora Conchita Cintrón: ‘Het verval van de huidige corrida ligt in het feit dat de torero belangrijker is geworden dan de stier. Het bespelen (van het publiek) is belangrijker geworden dan de doodsteek en de stier is verworden tot object om het publiek te behagen. De dood door het zwaard is gedegradeerd tot een simpel slotakkoord. Terwijl het toch zou moeten zijn dat het optreden van de matador gericht is op de essentie, namelijk de voorbereiding op de dood van de tragische held.
Als dat kernargument niet consequent en in alle eerbied wordt volgehouden, bestaat er geen enkele morele reden om de Fiesta te blijven verdedigen.’ Wat Orson Welles dus eigenlijk zegt is dat de ‘fiesta de toros’ eigenlijk verworden is tot een ‘fiesta de toreros’. Ik zou graag willen dat de stier weer de rol zou krijgen die hij verdient en er gaan in Spanje steeds meer stemmen op die deze mening ook toegedaan zijn.

Hemingway schreef ooit dat een aficionado veel geduld moet hebben. Bent u het daarmee eens?

Iedereen die een corrida bezoekt weet dat het - afgezien van het voor de hand liggende: de stier sterft door het zwaard van de matador - onmogelijk is te voorspellen wat de uitkomst is van datgene wat er staat te gebeuren. Een jonge, anonieme torero kan onverwacht de arena in triomf verlaten, terwijl een beroemde ster met lege handen staat. Stieren van gerenommeerde fokkers kunnen jammerlijk mislukken en een lelijk monster van obscure afkomst kan tot stier van het jaar worden verklaard. Voor een aficionado is geduld en volharding van essentieel belang en een dosis geluk is onontbeerlijk. Een aficionado is een fatalist die verwacht dat de corrida zal mislukken maar ook een lijdende masochist die weigert een slechte corrida te verlaten voor het geval er bij zijn afwezigheid iets prachtigs gebeurt. Ondanks dit alles komt hij de volgende middag terug en speelt hetzelfde ritueel zich opnieuw af.

Volgt u de grote feria’s op tv of bezoekt u in ze de mate van het mogelijke persoonlijk?

De RTVE is de laatste jaren niet scheutig met het uitzenden van corridas. Zij heeft bovendien te kennen gegeven dat een corrida slecht zou zijn voor tere kinderzieltjes waardoor corridas nauwelijks meer live op tv te zien en de uitzending (zo die er als is) wordt verschoven naar middernacht. Gelukkig zijn er tegenwoordig via internet veel live-corridas te volgen.
Het internet is voor de buitenlandse afiionado die op de hoogte wil blijven van datgene wat er in Spaanse - en buitenlandse, zoals Franse - arena’s gebeurt, van zeer groot belang. Toch zit ik liever in een arena dan voor het beeldscherm. Een corrida de toros is niet alleen dat wat er in de ring gebeurt maar ook dat wat er omheen gebeurt, de atmosfeer vooraf, het orkest, het publiek, de spanning en de ontlading en de tertulias op het terras achteraf.

Heeft u bekende torero's persoonlijk ontmoet?

Verleden jaar had ik het geluk dat Enrique Ponce aanwezig was bij de presentatie van mijn boek ‘Words about bullfighting’. Ik ken een aantal matadors, banderilleros en andere acteurs persoonlijk. Toch is het ‘niet aan te raden’ om een torero persoonlijk te leren kennen gezien het risico dat het beroep met zich meebrengt. Ik was zeer goed bevriend met de Valenciaanse torero Manolo Montoliú die in 1992 in de arena van Sevilla om het leven kwam.

Was u een fan van Curro Romero? Wat trok u speciaal aan in deze torero, die toch vaak een ramp was in de arena?

Eerder vertelde ik u van het fatalisme dat iedere aficionado kent. Een echte Currista - aficionado van Curro Romero - was een fatalist pur sang. Bij optredens van zijn torero ging een Currista er van uit dat de middag in een mislukking zou eindigen.
Maar altijd was er: die ene keer... Van al de jaren dat ik Curro in de ring heb gezien zijn de onvergetelijke momenten misschien op de vingers van een hand te tellen. Die momenten echter, zijn voor altijd op het netvlies gebrand. Ik was overigens niet zo’n fan van Curro, meer van Rafael de Paula. Ook hij was een torero die meer mislukkingen kende dan triomfen, maar ook die zijn, evenals die van Curro Romero, in gouden letters opgenomen in de geschiedenisboeken van de tauromaquia.

Welke torero's verkiest u nu?

Ik houd niet van lawaai in de ring, aan toreros als El Fandi heb ik een hekel. Ik heb altijd een voorkeur gehad voor ingetogener torero’s. In dat opzicht speelt het fatalisme ook bij mij een grote rol. Ik kan lyrisch, maar ook zeer gedeprimeerd worden van een optreden van de Sevillaan Morante de la Puebla. Daarnaast vind ik de ontwikkeling die de jonge El Juli heeft doorgemaakt erg interessant. Zijn toreo van nu is er een zonder fratsen. Daarnaast ben ik gefascineerd door de fabelachtige techniek van Enrique Ponce en de ogenschijnlijke arrogantie van Sebastian Castella. Ik ben gecharmeerd van mindere goden als José Luis Moreno en Julio Aparicio.

U bent de oprichter van de Peña Taurina de Holanda. Wat doet deze peña? Bezoeken jullie samen ferias of spelen de activiteiten zich hoofdzakelijk in Nederland af?

De Peña Taurina de Holanda is bij haar 15-jarige bestaan in 2004 helaas ter ziele gegaan. Toch heeft deze peña in haar korte bestaan en aantal opmerkelijke wapenfeiten op haar naam staan. Wij hielden maandelijkse bijeenkomsten, hadden een driemaandelijk tijdschrift maar hebben er altijd tegenop gezien om als ‘reisbureau’ te fungeren.
Wel hebben we leden altijd aangespoord naar Spanje te gaan om daar ferias te bezoeken. Als eerste peña in de wereld - zelfs eerder dan een peña in Spanje - organiseerde zij bijvoorbeeld een hommage aan de moeder van de koning, de Condesa de Barcelona (q.e.p.d.).

Van beroep bent u grafisch ontwerper. Heeft het plastische aspect van de toreo uw grafische activiteit beïnvloed?

Ik geloof niet dat mijn beroep beinvloed wordt door de corrida (buiten het feit dat ik de (typo)grafische opmaak van mijn boeken zelf verzorg) maar ben er van overtuigd dat mijn ervaring in het kijken naar kunst een rol speelt bij het herkennen van het plastische aspect van de toreo.

augustus 2009