Spanje is de afgelopen 40 jaar enorm veranderd, meer dan om het even welk ander Europees land. Als men in Spanje al iets gemerkt heeft van mei `68 dan is dat in het gezin. Veertig jaar geleden telde een Spaans gezin gemiddeld vier kinderen, echtscheiding bestond niet, slechts 10 procent van de gehuwde vrouwen werkte en 80 procent van de gezinnen bezat een naaimachine.
Van het gezin in de jaren zestig dat drie tot vier kinderen telde en waarbij vaak een grootmoeder of een grootvader inwoonde, is het Spaanse gezin geëvolueerd naar een gezin dat bestaat uit een vader en een moeder, die meestal al minstens een keer gescheiden zijn, met kinderen uit verschillende huwelijken die tijdens de weekends heen en weer reizen om hun biologische vader, respectievelijk moeder te bezoeken.
De realiteit van het Spaanse gezin is de afgelopen 40 jaar bijzonder ingrijpend veranderd. Alleen wie Spanje 40 jaar geleden gekend heeft, beseft hoe dit land in deze jaren een enorme sociale revolutie doorgemaakt heeft.
Heeft het Spaanse gezin van nu dan eigenlijk nog iets te maken met het Spaanse gezin van 1968? Zeer weinig. De Fransen vochten in mei ‘68 ‘voor de verbeelding aan de macht’, de Spanjaarden vochten voor meer democratie. In de jaren zestig bestond er in Spanje slechts één gezin en dat was het katholieke gezin, d.w.z. een man en een vrouw die voor de kerk trouwden en nooit scheiden. Financieel hadden de meeste Spanjaarden het toen niet gemakkelijk. Voor vele gezinnen was het zelfs moeilijk om maandelijks de huur te kunnen betalen.
Wat er de afgelopen 40 jaar in Spanje gebeurt is, laat zich het best uitdrukken in cijfers:
Aantal inwoners:
In 1968 telde Spanje 34 miljoen inwoners, in 2008 meer dan 45 miljoen.
Aantal gezinnen in Spanje:
In 1968 waren er in Spanje meer dan 20 miljoen gezinnen. Nu zijn het er volgens het Nationaal Instituut van de Statistiek nog slechts 14,2 miljoen.
Gemiddelde gezinsgrootte:
Vroeger gemiddeld 4 gezinsleden, nu 2,9.
Gemiddelde leeftijd van de ouders op het ogenblik van de geboorte van hun eerste kind:
In de jaren zestig waren de Spaanse vrouwen gemiddeld 25 jaar oud toen ze hun eerste kind kregen. In 2008 zijn ze gemiddeld 31 jaar oud.
Aantal kinderen per vrouw:
Van gemiddeld 3,2 kinderen is dit geëvolueerd naar 1,32 kinderen.
Oudere personen die samenleven met het gezin:
In de jaren zestig woonde in meer dan 55% van de Spaanse gezinnen een van de beide grootouders (of allebei) gedruende enkele maanden van het jaar samen met een van hun kinderen. Nu wonen nog slechts 2,5 grootouders geheel of gedeeltelijk bij een van hun kinderen.In 1968 maakten de personen de ouder waren dan 65 jaar 9,5% uit van de totale bevolking. Nu maken de senioren 17% uit van de bevolking en hun aantal neemt bestendig toe.
Homoseksuele gezinnen:
Homoseksuele gezinnen bestonden niet in Spanje in 1968, niet officieel en niet officieus. Nu zijn er volgens Galehi, de Vereniging van Gays en Lesbiennes, in Spanje 80.000 homoseksuele gezinnen. Volgens het Nationaal Instituut van de Statistiek waren 0,6% van de huwelijken die vorig jaar afgesloten werden, huwelijken tussen personen van hetzelfde geslacht.
Eenoudergezinnen:
In 1968 waren de enige eenoudergezinnen weduwen en dat waren er toen minder dan 100.000. Nu zijn er in Spanje een half miljoen eenoudergezinnen. Aan het hoofd van de meeste eenoudergezinnen staan op dit ogenblik vrouwen.
Adopties:
Volgens socioloog Julio Iglesias is het aantal adopties sinds de jaren zestig in Spanje verzesvoudigd. Op het einde van de jaren zestig adopteerde men in Spanjeongeveer 1.000 kinderen per jaar. Nu zijn het er meer dan 6.000 per jaar. Spanje staat op dit ogenblik in Europa aan de kop wat adopties betreft en is wereldwijd het tweede land waar de meeste adopties plaatsvinden na de Verenigde Staten.
Grote gezinnen:
In 1968 waren er drie klassen van grote gezinnen al naar gelang het aantal kinderen: een gezin eerste klasse (minstens 4 kinderen), een gezin tweede klasse en een gezin derde klasse of een eregezin (vanaf 10 kinderen). Meer dan 53.000 gezinnen telden toen meer dan 10 kinderen. Nu telt een ‘groot’ gezin in Spanje maximaal drie kinderen.
Aantal huwelijken:
Het Het aantal huwelijken is sinds 1968 met zo’n 30 procent gedaald.
Echtscheidingen:
In Spanje kwamen in 1968 geen echtscheidingen voor. Nu zijn er meer dan 100.000 echtscheidingen in Spanje, dit betekent dat er ongeveer elke 3,7 minuten een echtscheiding wordt uitgesproken in Spanje.
Zwangerschapsverlof:
In de jaren zestig kreeg de moeder acht weken zwangerschapsverlof, de vader twee dagen. De Sociale Verzekeringsbank betaalde toen 5.000 pesetas per kind. Nu bedraagt het zwangerschapsverlof voor de vrouw 112 dagen, 15 dagen voor de vader en de Sociale Verzekeringsbank betaalt 2.500 euro per kind.
Gemiddelde leeftijd waarop men huwt:
In 1968 waren de vrouwen gemiddeld 23,7 jaar oud toen ze trouwden en de mannen 25. Nu zijn de vrouwen gemiddeld 30,2 en de mannen 32 jaar oud wanneer ze trouwen.
Ouderlijke macht:
Tot de wet van 7 juli 1970 behoorde de ouderlijke macht volledig toe aan de vader. Tegenwoordig wordt in 80 procent van de gevallen na de echtscheiding de ouderlijke macht uitgeoefend door de moeder.
Jaarlijks minimumsalaris:
In 1968 bedroeg het jaarlijks minimumsalaris 36.000 pesetas. Nu bedraag het jaarlijks minimumsalaris 7.200 euro (1.200.000 pesetas).
Werkende gehuwde vrouwen:
In de jaren zestig werkte minder dan 10 procent van de gehuwde vrouwen. Nu werkt in Spanje 32 procent van de gehuwde vrouwen. Zo’n 60 procent van de Spaanse vrouwen beschouwt tegenwoordig het moederschap als een handicap bij haar carrière. Ongeveer 16 procent van de Spaanse vrouwen houdt definitief op met werken nadat ze een kind hebben.
Gezinnen die sparen:
In 1968 spaarde 70 procent van de gezinnen, nu nog slechts 34,8 procent.
De kostprijs van kinderen:
In de jaren zestig kostte een kind gemiddeld 12.000 pesetas per maand, nu 500 euro (83.193 pesetas).
Gebruikelijke tuchtstraffen:
In 1968 geen zakgeld of opsluiting in de kamer, eventueel zonder eten. Een klap geven aan een kind geven gebeurde alleen bij zeer ernstige overtredingen. Sinds het begin van 2008 verbiedt het Spaans Burgerlijke Wetboek kinderen te slaan. Nu zijn gebruikelijke straffen het ontzeggen van de toegang tot internet of het afnemen van de videoconsule.
Meest gebruikte drugs bij jongeren:
Van LSD en marihuana zijn de jongeren overgeschakeld op cocaïne en op designdrugs. Hasj is momenteel de meest gebruikte drug in Spanje.
Aantal universiteiten:
Het aantal universiteiten is sinds 1968 verdriedubbeld in Spanje. In 1968 waren er in Spanje ongeveer 500.000 universiteiten, nu zijn het er meer dan anderhalf miljoen.
Tot wanneer gaan adolescenten uit:
In de jaren zestig tot 22.00 uur op weekdagen en tot 23.00 uur in het weekend. Nu tot 4.00 uur ‘s morgens in het weekend en soms nog langer.
Zwangerschappen bij adolescenten:
In 1968 raakten 30 procent meer adolescenten in verwachting dan nu. Per jaar raken er nu zo’n 18.000 meisjes jonger dan 19 in verwachting.
Werkende jongeren van minder dan 24 jaar:
In de jaren zestig had slechts 3 procent van de studerende jongeren een bijverdienste. Nu concentreert slechts 46 procent van de jongeren zich uitsluitend op de studie. Slechts 25 procent van de jongeren tussen de 15 en de 24 jaar werkt uitsluitend en heeft geen interesse om te studeren.
Verschil stedelijke - landelijke gezinnen:
In 1968 woonde 85 procent van de Spaanse bevolking in de steden, nu is dat 95 procent.
Voornaamste doodsoorzaak:
In 1968: ziekten van de bloedsomloop en van het ademhalingsstelsel in die volgorde. Nu zijn hartziekten de voornaamste doodsoorzaak, gevolgd door tumoren en door ziekten van het ademhalingsstelsel.
Zwaarlijvigheid bij kinderen:
In 1968 was dit verschijnsel onbekend. Nu staat Spanje op de tweede plaats in de wereld wat betreft zwaarlijvigheid bij kinderen, na Groot-Brittannië. Ongeveer 17 procent van de Spaanse kinderen lijdt op dit ogenblik aan overgewicht of aan zwaarlijvigheid.
Toegang tot anticonceptiemiddelen:
Uit een onderzoek blijkt dat in 1968 een derde van de moeders hun laatste kind niet wensten. Nu gebruikt 80 procent van de Spaanse vrouwen een of andere vorm van anticonceptie.
Aantal televisietoestellen per gezin:
Uit het archief van TVE, de nationale Spaanse televisiezender, blijkt dat er in 1968 in Spanje 5,3 miljoen televisietoestellen waren. Nu zijn er gemiddeld 1,9 televisietoestellen per gezin.
Meest bekeken programma’s:
In 1968 was dat Superagent 86. Nu is het voetbal gevolgd door formule 1.
Aantal wagens per gezin:
In 1968 had minder dan 30 procent van de Spaanse gezinnen een auto. Nu zijn er gemiddeld 1,3 auto’s per gezin. In 1968 was de meest gebruikte auto in Spanje de Seat 600, nu de Peugeot 207.
Bestemming van de huwelijksreis:
In de jaren zestig Toledo, Barcelona, San Sebastian en Benidorm, nu de Caraïben.
Naaimachines:
In 1968 bezat meer dan 80 procent van de Spaanse gezinnen een naaimachine, nu minder dan 15 procent.
Talenkennis:
In 1968 studeerde men in Spanje vooral Frans, als men al een andere taal dan het Spaans leerde. Meer dan 90 procent van de Spanjaarden sprak toen uitsluitend Spaans of een regionale taal zoals het Catalaans, het Baskisch, het Galicisch of het Valenciaans. Nu studeren de Spanjaarden vooral Engels, maar nog steeds spreken twee op elke drie Spanjaarden uitsluitend Spaans.
Aantal toeristen dat Spanje bezoekt:
in 1968 negentien miljoen, 59 miljoen in 2008.
Kerkbezoek:
In 1968 ging 68 procent van de Spanjaarden elke zondag naar de zondagsmis, nu is dit nog slechts 25 procent.
Bron: El Mundo