Schrijf u in op onze nieuwsflash
e-mailadres:


twitter
stan lauryssens
T-shirts in Spanje
© Stan Lauryssens
Ik sta in de rij tussen zwetende toeristen om als eerste het Museo Picasso te bezoeken, in het gotische stadskwartier van Barcelona, tegenover een smalle steeg vol donkere, muffe pakhuizen en palacios uit de vijftiende en zestiende eeuw, toen Barcelona de voornaamste haven was van alle havens aan de Middellandse Zee.

Het is het uur van de siŽsta en de siŽsta is heilig in Spanje. Het museum is gesloten. Zelfs de xampanyet van Esteban in de calle Moncada is dicht. Het metalen luik is neergelaten. Geen Picasso, geen cava, geen champagne, niets.

Maar de toeristen, zij wachten en zweten. Ik zie een gat in de markt en huur een lege patio in de muffe steeg op vijftig meter van het museum. Het stinkt er naar urine. De patio ligt vol dode ratten.

Bij het stadsbestuur van Barcelona dien ik een aanvraag in om een souvenirwinkeltje te openen tegenover het museum. Geen antwoord. Ook in Spanje malen de molens van de administratie uitermate traag. In de voormiddag volg ik een spoedcursus Spaans en Catalaans aan de escuela de idiomas van Berlitz, in de namiddag schrijf ik brieven naar het Stedelijk Museum in Amsterdam, de Tate Gallery in Londen, het Kunsthaus in ZŁrich, Boymans-van Beuningen in Rotterdam en andere bekende en minder bekende musea in Europa en Amerika. Ik verzoek beleefd om gratis posters, boeken, T-shirts, postkaarten en affiches waarop de beroemdste schilderijen van Picasso zijn afgebeeld. Heel handig heb het logo van het Museo Picasso gekopieerd op mijn briefpapier. De buitenlandse musea die ik aanschrijf verwarren mij met de officiŽle museumboetiek en het materiaal stroomt toe, allemaal gratis en voor niks: posters, boeken, T-shirts, postkaarten en affiches.

In mijn lange leven heb ik geleerd dat wetten en regels kunnen worden omzeild, en dus open ik zonder toelating of handelsvergunning een van de eerste kunstsouvenirwinkels in Spanje, vlak tegenover het Museo Picasso. Ik lach, maar mijn hart bloedt, en eigenlijk lach ik groen. In BelgiŽ verkocht ik voor grof geld schilderijen van Picasso, in Spanje verkoop ik voor een paar pesetas postkaarten en T-shirts met een afbeelding van diezelfde schilderijen. Toeristen zijn volwassen kinderen en een kinderhand is gauw gevuld. Iedere dag is mijn winkel uitverkocht en schrijf ik nieuwe bedelbrieven naar de grote musea van deze wereld.

Zes maand na de opening van mijn kunstboetiek veroorloof ik mij de luxe van een gloednieuwe, knalrode Alfa Romeo, contant betaald. Op zaterdag eten mijn Spaanse vriendin en ik paella in de baai van Sitges, op zondag rijden wij via Figueres naar de uitlopers van de PyreneeŽn. Het groene, golvende heuvelland van AmpurdŠn gaat geleidelijk over in terrasvormige wijngaarden, aangebouwd tegen de rotsige bergwanden waarachter Frankrijk ligt. Het wordt lente. Ganzen en trekvogels vliegen na een lange winter terug naar de sombere en kille hemel van de lage landen. Mijn vriendin en ik, wij blijven in Spanje, waar iedere dag de zon schijnt, zelfs ís nachts.

Lees ook: