Schrijf u in op onze nieuwsflash
e-mailadres:


twitter
stan lauryssens
Sopa van siervisjes
© Stan Lauryssens
Vlaamse groentenbouillon op grootmoeders wijze, met vermicelli en gekruide vleesballetjes van ’t klein beenhouwerke, beter bestaat er niet, dacht ik in mijn onwetendheid, tot ik op een ochtend langs een Spaanse kustlijn liep, blootsvoets in het water. De ochtendmist trok op. Een rustige, eeuwige golfslag beroerde het strand. Het tafereel deed mij denken aan een schilderij van de beroemde Sorolla uit Valencia, de schilder van de Costa Blanca (1863-1923), een salonkunstenaar met een impressionistische toets die zich specialiseerde in zomerse strandscènes met zwemmende kinderen onder een blakende zon.

hoppasDe visser duwde een kleine Zodiac in het water—een opblaasbare rubberboot—en trok de buitenboordmotor op gang. “Venga, ik heb hulp nodig,” zei hij in het Spaans. Hotsend en botsend op de kalme zee lieten wij de kustlijn achter ons, tot voorbij de natte, grillige rotsen, glimmend als glas. De visser maakte de vishengels klaar. “Zonder aas?” vroeg ik. “Bloot aan de haak,” zei de visser. “Wat doe ik als ik een tiburón aan de haak sla?” “We maken er haaienvinnensoep van!” lachte de visser.

Hij had slechts één tand in zijn mond. “De acuerdo,” zei ik en wierp mijn lijn in het water. De zee was zo helder, ik kon tot op de bodem kijken. Zachtjes deinde de Zodiac op en neer. Aan de einder, op een landtong met twee glooiende heuvels, kleurden de olijfbomen zilverig. Landweggeltjes van aangestampte aarde slingerden zich kronkelend omhoog, verblind door de helderheid van de witte huizen en de bovennatuurlijke schoonheid van de zee. Alles moet blijven zoals het altijd is geweest, dacht ik, de zon, de zee, de natuur en het landschap.

Mijn hengel kromde zich, ik rolde het bobijntje op en een spartelende mediterraanse rode poon ter grootte van een halve hand keek mij recht in de ogen en smeekte om genade. Na een halve dag op het water hadden wij een volle emmer exotische siervisjes bijeengehengeld, in alle kleuren van de regenboog, plus enkele piepkleine zeeduivels, bonito’s, dorade, platkoppen, kardinaalvisjes en rotssnoepers. Nu is het aan mij, dacht ik, en trok de buitenboordmotor op gang. Onder wonderlijke wolken die als opstaande lakens aan de strakke hemel stonden, botsten wij tegen de golven op in de richting van de kust. In de haven dobberden veelkleurige vissersbootjes.

De visser maakte een vuurtje tussen kiezelstenen op het strand. In een gedeukte pot stoofde hij een gesnipperde ui in olijfolie, enkele rijpe tomaten, een handvol verse look, doormidden gesneden, en kieperde er al onze visjes bij, een volle emmer, gekuist, zonder kop, zonder poten, op smaak gebracht met peper en zout en aangelengd met een literfles plat water en een kwartje witte wijn.

Zeg nu zelf, witloofrolletjes, Gentse waterzooi en stoverij op Vlaamse wijze zijn lekker lekker lekker maar zo’n mediterraan vissoepje of sopa van siervisjes, authentiek en krakendvers, dat is toch ook om duimen en vingers af te likken?

Lees ook: