Dat was vijfentwintig jaar geleden. Ik ga nog eens naar Afrika, dacht ik onlangs. Helaas, geen spoor van mijn opgezette olifant met flaporen als rafelige dweilen op Plaça Reial. Er was geen opslagplaats meer en nergens aan de muren hingen Afrikaans maskers.Het booggewelf was opgesplitst in een restaurant, een souvenirwinkeltje voor toeristen en een moderne bar met slechts twee producten in de aanbieding, ostiones of oesters - ostres in het Catalaans - en cava à volonté tegen democratische prijzen. Ik vroeg de barman naar de opgezette vogels, tropenhelmen en oude Afrikaanse landkaarten.“Ni una puta idea. Trouwens, ik werk hier pas veertien dagen,” antwoordde hij. Ik vroeg de barman of ik gebruik kon maken van zijn toilet. Naast mij in het toilet stond Bill Wyman, de vroegere basgitarist van The Rolling Stones. Hij was klein - dat verbaasde mij eerlijk gezegd, hoewel ik met mijn 1,61 meter ook niet van de grootsten ben - en droeg mooie nieuwe laarzen met de kleur van zeemvel. Terwijl ik een diepe zucht van opluchting slaakte, zette Bill Wyman vloekend een stap achteruit. Hij had zijn mooie nieuwe laarzen ondergeplast.
Ik proestte het uit van het lachen. ‘Uitwringen. In de afvalcontainer smijten,’ zei ik.
‘Kijk naar je eigen schoenen, maat!’ antwoordde de basgitarist giftig.
Daar stond ik dan, ook met natte schoenen, en met mijn mond vol tanden. Sommige dingen zijn weg. Ze bestaan niet meer. Wat blijft, is de herinnering. Maar wanneer ook de herinnering vervaagt en vervliegt, is alles weg en blijft niets over van wat ooit is geweest.

Lees ook: