Schrijf u in op onze nieuwsflash
e-mailadres:


twitter
stan lauryssens
Zwarte magie
© Stan Lauryssens
Nog eens over voetbal. In de tijd toen ik kunst verkocht had ik een klant in Rotterdam met een praktijk als ostheopaat en sportfysiotherapeut - als kraker dus - in de schaduw van het stadion van Feyenoord. Zijn naam was Dick van T. Hij stond bekend als een wonderdokter. Na iedere training en thuiswedstrijd werden kermende spelers kreunend van pijn op een draagberrie in zijn praktijk gedragen.

Ik had pijn in mijn onderrug, een soort lumbago of zo, en vroeg Dick van T. om raad. “Trek je kleren uit,” zei hij. Goed begonnen is half gewonnen, dacht ik, en strekte mij uit op zijn behandeltafel. “Weet je wie hier gisteren lag?” vroeg Dick van T. “Nee.” “Cruyff.” “Johan Cruyff?” “Wie anders?” zei Dick van T. en nam mij in een wurgreep en brak het hoofd van mijn romp, of toch bijna. “Je hals zat verkrampt,” zei hij rustig. Hij prikte twee wierrookstaafjes onder de nagels van mijn grote teen. Omheen de staafjes vlocht hij een soort sterk geparfumeerde pijptabak. “Zwarte magie,” glimlachte Dick van T. en stak de pijptabak in brand.

“Doe je dat ook bij Cruyff?” vroeg ik. “Wat dacht je?” antwoordde hij. Ik ademde trager. Langzaam gleed ik van de wereld. Toen ik na een kwartiertje wakker schrok, zaten de staafjes kromgetrokken onder mijn teennagels. De pijptabak was opgebrand en het kabinet geurde naar wierook. “Ben ik verlost van mijn lumbago?” “Natuurlijk!” Dit is geen wonderdokter, dacht ik, dit is een kwakzalver.

Acht jaar later woonde ik in Barcelona en betaalde mij blauw aan een luxe-appartement in een botanische tuin aan de Avenida de Pedralbes met twee badkamers, parketvloer, centrale verwarming, zonneterras, ondergrondse parkeergarage, een portero dag en nacht en een inwonende huishoudster die Carmen heette. In het seizoen van de stierengevechten kocht zij in het slachthuis naast de arena vlees van een Spaanse stier die de dag tevoren in het zand van de arena was doodgebloed. Met een kookboek in de hand maakte zij er estofado flamenco of Vlaamse stoofkarbonade van.

Het appartement onder mij was eigendom van de hoofdredacteur van El Mundo Deportivo, een van de belangrijkste sportkranten in Spanje. Als er voetbal was op televisie daverden de muren. Soms kwam Johan Cruyff bij hem op bezoek, die een contract had getekend als voetbaltrainer van FC Barcelona.

Aan de overzijde stond een huis te koop. Ik informeerde naar de prijs. Honderd miljoen pesetas. Er was een wachtlijst van kandidaat-kopers. Voor het huis stopte een verhuiswagen met Nederlandse nummerplaten. “Weet je wie onze nieuwe overbuurman wordt?” vroeg de hoofdredacteur van El Mundo Deportivo. “Geen idee,” zei ik. “Een zekere Dick van T., een sportfysiotherapeut. Hij is de nieuwe kraker van FC Barcelona.”

Twee dagen nadien liep ik Dick Van T. tegen het lijf in de botanische tuin. “Hoe is het met je rug gesteld?” vroeg hij. “Slecht,” zei ik, “maar voetballen doe ik als de beste.” “Hoezo?” “Zwarte magie,” zei ik.

Lees ook: