Schrijf u in op onze nieuwsflash
e-mailadres:


twitter
stan lauryssens
Spaanse sloefkes
© Stan Lauryssens
Johnny Depp is een acteur die in zijn films alles in het belachelijke trekt. Toen het eerste deel van Pirates of the Caribbean was ingeblikt, wilden de mensen van de filmstudio de film niet uitbrengen. Zij vonden dat Johnny Depp als de legendarische zeekapitein Jack Sparrow er een klucht van had gemaakt in plaats van een serieuze piratenfilm, zoals oorsponkelijk de bedoeling was.

Ik ben geen Johnny Depp. Als ik geen Johnny Depp ben, wie ben ik dan wel? Soms weet ik het niet. Soms woont mijn lichaam in Vlaanderen terwijl mijn hart en ziel in Spanje huizen. Soms is het andersom. Dan bevindt mijn lichaam zich in Spanje en ben ik met hart en ziel in Vlaanderen. Iedereen die dit leest weet wat ik bedoel en kampt af en toe met dezelfde gevoelens. Niet? De lage wolken boven le plat pays ruimen plaats voor de eerste warmte van de Vlaamse zon.

Met heimwee en een vleugje nostalgie denk ik aan een mooi Spaans woord, veranear, zomeren, de zomer doorbrengen, ik neem een korte aanloop, een kattensprong, en hóp, ik sta met twee voeten vijfentwintig jaar terug in de verleden tijd en geniet van het leven, van de liefde en van alles wat mooi is in Spanje, mijn nieuwe land. Ik schopte mijn schoenen uit. “Ik ben zot van espadrilles,” zei ik. “Espa-qué?” vroeg mijn Spaanse vriendin.

Wij kenden elkaar pas enkele weken en spraken Frans met elkaar terwijl ik ’s ochtends een uurtje naar een taalschool ging om de eerste beginselen van Spaans en Catalaans onder de knie te krijgen. “Espadrilles,” herhaalde ik. “Een lapje gekleurd zeildoek met een zool van gevlochten touw.” “Ah, espardenyes,” antwoordde mijn vriendin.

Wij hadden allebei gelijk, espadrilles in het Frans, espardenyes in het Catalaans, alpargatas in het Spaans. Wij wandelden van de Rambla (eerst een warm broodje met lomo of salchicha met ketchup en mosterd, een plaatselijke specialiteit) naar een fabriekswinkeltje gespecialiseerd in touw en stro in de Carrer Aragó en kochten genoeg espadrilles, espardenyes en alpargatas om de rest van mijn Spaanse leven nooit meer op blote voeten te lopen.

Tot mijn eigen stomme verbazing stond ik enkele jaren nadien terug in het winkeltje. De oude verkoopster was een paar jaar ouder. Mijn vriendin was ondertussen een andere vriendin geworden. Zij kocht sombrero de paja, een strohoed met een brede rand en een blauw lint. Wij namen een taxi naar de Sagrada Família en klommen naar het hoogste platform vanwaar je op een heldere dag helemaal tot in Madrid kan kijken.

Een zachte wind rukte de sombrero de paja van haar hoofd en met haar vuurrode lippen in een perfecte “o” voor “Oh!” keek zij verbaasd de strohoed met brede rand en blauw lint na die zacht zacht zacht wegzeilde naar de dichtstbijzijnde daken.

Lees ook: