Schrijf u in op onze nieuwsflash
e-mailadres:


twitter
stan lauryssens
Ik dacht dat ik alles wist
© Stan Lauryssens
Wie is de bekendste Spanjaard aller tijden? Goeie vraag. Moeilijk antwoord. Franco? Nee nee, liever niet, gevaarlijke boel, die politiek. Christoffel Columbus? Deed veel - alles, eigenlijk - voor Spanje maar was van geboorte een Italiaan uit Genua. Don Quichote? Heeft nooit bestaan tenzij in een boek van Cervantes, en of Cervantes ooit heeft bestaan, dat valt nog te bezien. Wie dan wel? Ik denk, eerlijk gezegd, dat Picasso dicht in de buurt komt. Eigenlijk heette hij Ruíz, Picasso was de naam van zijn moeder. Picasso is geboren in Malaga, getogen in Barcelona, geleefd en overleden in Frankrijk, maar je weet wat ze zeggen: eens Spanjaard, altijd Spanjaard. Hoewel ik enkele jaren van mijn leven in de kunsthandel zat en enkele van zijn werken kocht en verkocht, heb ik Picasso niet persoonlijk gekend. Iedere dag schilderde hij een meesterwerk en iedere nacht neukte hij een van zijn vijf vrouwen. Het had ook andersom gekund, maar wat zouden wij ermee doen, met al die meesterwerken in onze musea, en een mens mag zijn pleziertjes hebben, nietwaar? Enfin, toen ik pas in Spanje woonde, wilde ik in de voetsporen van Picasso lopen en bezocht de zolderkamertjes waar hij woonde en de bars en restaurants waar hij paella at en rode wijn dronk.

Ik was een beetje een betweter en een wijsneus vroeger, ik dacht dat ik alles wist, en zei tegen mijn Spaanse vriendin: “Ken je Les Demoiselles d’Avignon, het beroemde schilderij van Picasso?” Voor wie niet met kunst vertrouwd is, Les Demoiselles d’Avignon is een doek uit zijn kubistische periode. Het stelt vijf naakte vrouwen voor met een hoofd als een kubus, donkerbruin en hoekig, zoals de dodenmaskers van de negers in Afrika. “De vrouwen poseren op de brug van Avignon,” zei ik.

Mijn Spaanse vriendin keek mij meewarig aan, met haar hoofd een beetje schuin, en zei: “Je bent slim, maar ook dom - eres listo pero estúpido también.” Mijn Spaans was pannekoekenspaans in die tijd en toch wist ik meteen wat zij bedoelde. “Avignon heeft niets te maken met sur le pont d’Avignon,” zei mijn vriendin. “Kom, ik toon je waar Picasso zijn inspiratie voor het schilderij haalde.” Zij nam mij mee naar de carrer d’Avinyó in de oude volkswijk van Barcelona. “In de tijd van Picasso,” zei ze, “was dit de straat van de hoertjes achter het raam. Aan de overkant van de straat zaten handelaars in Afrikaanse maskers. Picasso combineerde de twee en schilderde hoertjes met een gelaat als een Afrikaans masker.” Met een paar eenvoudige woorden loste mijn Spaanse vriendin een van de raadsels op waar de kuntgeschiedenis reeds honderd jaar het hoofd over breekt, namelijk: waar haalde de bekendste Spanjaard aller tijden de mosterd voor een van de beroemdste schilderijen aller tijden?

Lees ook: