Schrijf u in op onze nieuwsflash
e-mailadres:


twitter
stan lauryssens
De liefde, de vriendschap
© Stan Lauryssens
Het wordt lente. Ganzen en trekvogels maken zich op om na een lange winter terug te vliegen naar de sombere, kille hemel van de lage landen. Ik bevind mij in een Spaans bergdorp vergeten door de tijd, in de buurt van Tarragona, met onverharde zandwegen en bruine vierkante huizen die op mekaar zijn getast als Lego-blokjes. Geleidelijk gaat het golvende heuvelland over in terrasvormige wijngaarden die zijn aangebouwd tegen rotsige bergwanden. In de plaatijzeren loods van de cooperativa wordt landwijn verkocht die op flessen zonder etiket is getrokken. De top van de berg zit versluierd achter ochtendmist.

“¡Adelante!” zegt Señor Sanchez en houdt de deur wijd open. Het huisje is klein en vierkant en donkerbruin en telt slechts één kamer met een vloer van aangestampte aarde. Er ligt geen elektriciteit. Overal in de kamer staan half opgebrande kaarsen en potten met opgelegde ansjovis. Aan het plafond hangt een vliegenplakker uit het geboortejaar van Franco. De spiegel kleeft vol vliegenpoep.

Een oud Catalaans spreekwoord zegt: Menjar be i cagar fort, i no tingues por de la mort. Goed eten, flink schijten en je hoeft geen schrik te hebben voor de dood. Kippen lopen kakelend over de tafel en onder het hoge bed hokken konijnen in een nest van stro. Señor Sanchez hurkt naast het open haardvuur, zijn armen zwaaiend naast zijn logge lichaam. Zijn ogen puilen uit hun kassen. Hij snijdt sinaasappelen uit zijn eigen tuin in een pan met een zoete, slijmerige brij die suddert boven de vlammen.

Ik val van de ene verbazing in de andere. Spanje is een wereld apart, waarin droom en werkelijkheid zich vervlechten tot een onontwarbaar kluwen, en waarin ik langzaam, heel langzaam doordring. Señor Sanchez maakt zijn eigen sinaasappelconfituur. “Hoe gaat het met l’avia?” vraagt hij. L’avia is Catalaans voor ‘grootmoeder’, abuela in het Spaans. Met l’avia bedoelt hij de moeder van mijn Catalaanse vriendin. “Zij zit bij het raam,” zeg ik, “in de masía van de familie. Zij kijkt uit over het strand en de zee terwijl zij het linnengoed strijkt.” “L’avia is een goed mens,” zegt Se&ntilse;or Sanchez.

De avond valt en wordt parelmoerachtig. De eerste sterren fonkelen aan de hemel. Er heerst een diepe rust. “Als ik er op een dag niet meer ben,” zegt Señor Sanchez, “begraaf mij dan onder mijn sinaasappelboom.” Hij draagt dezelfde kleren als toen ik hem voor het eerst zag: een zwarte alpino-baret, een oude broek, een vergeeld onderlijfje en afgetrapte pantoffels.

Even later komt de maan kalm tevoorschijn. De grillige rotswanden glimmen als glas. Ik denk aan een vers van Federico García Lorca, misschien wel de grootste van alle Spaanse dichters. No es el arte la luz que nos ciega los ojos. Es primero el amor, la amistad ... In de eerste plaats zijn het de liefde, de vriendschap die onze ogen verblinden.

Lees ook: