Schrijf u in op onze nieuwsflash
e-mailadres:


twitter
stan lauryssens
El Xampanyet
© Stan Lauryssens
De tijd gaat snel, zeggen de mensen, gebruik hem wel. Barra de Ferro (“gietijzeren staaf” in vertaling) is een smalle steeg in Barcelona tegenover de ingang van het Museo Picasso, het meest bezochte museum van Spanje na het Prado, een mythisch adres in een mythische wijk, niet alleen omdat Palau Gomis er gevestigd is, een authentiek historisch palazzo uit de 18de eeuw, maar vooral omdat ik er een handeltje dreef in T-shirts, posters, postkaarten en andere toeristenprullen, niet in het palazzo zelf maar in de achterbouw en op de binnenkoer, door de eigenaar “de kont en de aars” van het paleis genoemd.

De smalle steeg werkte als een fuik: ’s ochtends zette ik de zware houten poort open en hele drommen toeristen, moegekeken op Picasso, strompelden mijn winkel binnen en kochten zich blauw aan artistieke nonsens voor zichzelf en de kinderen. Wat ik verkocht was zelfgemaakt, nagemaakt, zelfgedrukt en zelfgeboetseerd maar de kassa rinkelde, ik gelukkig, iedereen gelukkig.

Palau Gomis was trouwens helemaal geen authentiek en historisch palazzo maar een verloederd en spotgoedkoop hostal dat voor 400 pesetas per nacht een stapelbed verhuurde aan studenten, hippies en ander werkschuw tuig (grapje). In het uur van de siësta dronk ik bij Esteban in El Xampanyet een glaasje - of twee - van de plaatselijke cava met pá tomaquet met pata negra, mejillones of mosselen en escabeche (Amerikaanse saus, in vertaling) en verse, ongezouten ansjovis die Esteban eerst afspoelde onder de kraan. Hij schonk zijn cava uit ouderwetse limonadeflessen zonder etiket.

Vorige week was ik in Barcelona. De moeder van mijn Spaanse zoon was opgenomen in het ziekenhuis, tweemaal over en weer in minder dan twee weken, je kent dat... Ik slenterde door Barra de Ferro, tussen de hoge oude gevels, en twee dingen vielen mij op: ten eerste dat de ingang van het Museo Picasso vijftig meter of zo verlegd is, zodat de smalle steeg er doods en verlaten bijligt, en ten tweede dat mijn vroegere toeristenfuik in de kont en de aars van het palazzo omgetoverd werd tot een heus museum dat luistert naar de bombastische naam Museu Europeu d’Art Modern, wat Catalaans is voor Europees Museum voor Moderne Kunst.

Ik slikte twee keer en haastte mij naar El Xampanyet. Esteban, 82 jaar, een rots in de branding, bood mij een glaasje - of twee - van zijn plaatselijke cava aan. “Vroeger verkocht jij om de hoek valse Picasso’s, nu staan er valse penissen tentoon. Ieder huisje zijn kruisje,” zei hij lachend en waste zijn ongezouten ansjovis onder de kraan.

Niets blijft, alles verandert, alles is in beweging, en toch zijn er dingen in het leven die nooit veranderen, hoe snel de tijd ook gaat en dat is goed, waar of niet?

Lees ook: