Schrijf u in op onze nieuwsflash
e-mailadres:


twitter
stan lauryssens
Spanje is een bonsaï-boompje
© Stan Lauryssens
Ik sprak geen Spaans in die tijd, geen woord, tenzij dat ene zinnetje, Tenko una zita kon una tsjika muj gwappa, dat ik had geleerd toen ik bij een postorderbedrijf een cursus Spaans voor beginnelingen bestelde, eerste les gratis, en toch reisde ik naar Paraguay voor een wekenlang verblijf in de hitte van Zuid-Amerika. Zo beschreef ik mijn verblijf ter plaatse, in een boek dat enkel nog te koop is in de tweedehandsboekhandel: “Het is drie uur in de namiddag. De zon staat loodrecht aan de hemel. De lucht trilt en zindert. Dichters bezingen Asunción, de hoofdstad, als een tuin van eeuwige lente, een soort Shangri-La, de hemel op aarde, maar ik ben geen dichter en kan niet zingen.”

Van Asunción pendelde ik als een yoyo naar Los Angeles, Miami en New York. Waarom eigenlijk? Ik ben toch geen yoyo? Vanmiddag heb ik drie kippen gekocht, een witte (witte kippen zijn goede leggers, naar het schuint, maar bruine zijn de beste), een grijsgespikkelde, beter bekend als “Mechelse koekoek” en een bruingevederde haan die niet bruin is maar “duizendkleur” in het koeterwaals van de kippenindustrie. Ik denk niet dat ik ooit nog naar Asunción of New York reis. Al die uren heen, terug, jetlag, twee dagen weg van de wereld… ik kijk liever naar mijn kippen of lees een goed boek. Mijn haan kraait mij wakker, wat niet erg is, ik ben een ochtendmens en zie graag de zon opkomen, over de rand van de horizon, terwijl ik in de keuken onder glas zit en geniet van mijn eerste en enige koffie van de dag, zwart, zonder melk, zonder suiker.

Amsterdam ken ik als mijn broekzak, twee, drie keer per jaar verblijf ik enkele dagen in Parijs en in Londen heb ik een pied-à-terre, om het eens met een goed Engels woord te zeggen, maar het landsdeel waar ik mij het meest thuis voel, ondanks alles, is en blijft het Spanje van de costa’s, van de wilde, woeste, tomeloze Costa Brava in het noorden over de witte, zachte, een beetje poederige Costa Blanca waar soms het leven lijkt stil te staan tot de vetpotten van de Costa del sol in het zuiden, door lokale politiekers “Costa del Crimen” genoemd, de kust van de misdaad, omdat misdaad nergens ter wereld zo welig tiert.

Zoals Charles Aznavour en Nat King Cole met iedere song een ode aan de liefde brengen, zo schrijf ik pagina na pagina een ode aan Spanje, niet met muzieknoten maar met woorden, niet achter een micro voor volle zalen maar op plat papier en in alle eenzaamheid.

Spanje groeit in mij zoals een bonsaï-boompje, met wortel en tak, van mijn tenen tot in mijn vingertoppen, of zoals een ginkgo biloba, de medicijnboom met zijn unieke, waaiervormige bladeren zoals een abanico, maar dat is een ander verhaal, een mooi verhaal, dat ik een andere keer vertel.

Lees ook: