Schrijf u in op onze nieuwsflash
e-mailadres:


twitter
stan lauryssens
De Adelaar van Toledo
© Stan Lauryssens
Het is zomer. Het regent in Vlaanderen en toch schrijf ik over de zon van Spanje. Ik word verteerd door heimwee. Ik ben er vijfenzestig nu, in de herfst of misschien zelfs in de winter van mijn leven, zeven jaar woonde ik in Spanje, niet eens ééntiende van al mijn jaren, en toch voel ik mij op ogenblikken als deze meer Spanjaard dan Vlaming. Hoe dat komt, ik weet het niet. Misschien omdat ik een Spaanse zoon heb? Nee, zeker niet. Ik heb ook een Engels-Indische zoon en voel mij geen Engelsman, in de verste verte niet, en ook geen Indiër.

Flarden van herinneringen drijven boven. Ik was dertien jaar en zou wereldkampioen worden, kost wat kost. Mijn fietsje was niet om aan te zien, zo’n klein rammelend ding dat met stukjes touw en ijzerdraad aan elkaar hing. De slijkvangers, de koplamp en de dynamo had ik eraf geschroefd, dat was gewoon ballast en overbodige luxe, en Stan Ockers en Rik Van Looy hadden toch ook geen koplamp op hun fiets, laat staan een dynamo die tegen het voorwiel sleept en zo’n zeurend, ratelend geluid maakt. Ik vloog de helling naar de dijk sneller op dan Bahamantos, het Spaanse klimmertje dat in 1959 de Ronde van Frankrijk of Vuelta a Francia won, toen hij voor het merk Condor reed wat Adelaar betekent. Omdat Bahamontes afkomstig was van Toledo, zeventig kilometer ten zuiden van Madrid, werd hij in de krant de Adelaar van Toledo genoemd. Terecht (of niet) noemde ik mijzelf de Adelaar van Antwerpen. Dat de helling naar de dijk ochgodocharme twintig meter lang was, geen mens die ervan wakker lag.

Twintig jaar later landde ik in Madrid, huurde een auto en reed naar Toledo, omdat ik verliefd was en voor het eerst in mijn leven paella wilde eten. In een toeristisch magazine had ik gelezen dat het woord ‘paella’ een samentrekking is van het Spaanse ‘para ella’ wat ‘voor haar’ betekent.

Paella zou zijn uitgevonden door een romantische Spanjaard. Zijn rondborstige echtgenote was dodelijk verliefd op rijst, tomaten, kip, konijn, knoflook, mosseltjes, chorizo en droge witte wijn waarop hij alles samen in één pan smeet en na een klein half uurtje pruttelen het beroemdste en lekkerste éénpansgerecht ter wereld op tafel zette. In ieder geval is het een mooi verhaal, zoals alle liefdesverhalen.

Vamos a tomarnos una paella,’ zei ik alsof ik een geboren Spanjaard was.

Ik had het zinnetje uit het hoofd geleerd, uit een Spaans woordenboekje.

Ik wandelde een paar uurtjes rond, in een broeierige hitte, door kronkelende straatjes tussen overhangende gebouwen, tot ik per toeval voor de fietsenwinkel van Bahamontes stond. Ik keek door het raam. Het was het uur van de siësta. Het Spaanse klimmertje was nergens te bespeuren. Toen de zon onder ging en het avond werd, kwam ik vanzelf weer uit op de Plaza de Zocodover in het centrum.

Lees ook: