Schrijf u in op onze nieuwsflash
e-mailadres:


twitter
stan lauryssens
Het laatste geheim
© Stan Lauryssens
Het leven van iemand die leeft om te schrijven is een eeuwige worsteling, met ups en downs en korte momenten van euforie die in geen enkele verhouding staan tot het geleverde werk. Ik heb geen andere keuze, ik leg mij daar bij neer. Vroeger denderde ik door het leven als een olifant in een porseleinwinkel, nu schrijf ik over de olifant die ik ooit ben geweest en over het porselein dat op de vloer aan scherven ligt.

Ik heb één troost, op die manier leef ik twee keer.

Ik ben van ’t jaar 46. Toen ik veertien, vijftien jaar was, ontdekte ik in de gemeentebibliotheek in mijn geboortedorp de liefdesgedichten van Federico García Lorca, vol erotiek, vol verlangen. Ik las met rode oortjes. Ik had zo graag/dat je hartstochtelijk/op mij verliefd zou zijn. In het Spaans klinkt het mooier maar ik sprak geen Spaans, zelfs geen karamellenspaans. Quisiera que toda mi alma/entrara en tu cuerpo breve... Al lezend viel ik van de ene verbazing in de andere, alles was nieuw, al wat ik las, las ik voor het eerst, de wereld lag wijd open. Ik dacht: “Pas als ik het laatste geheim heb ontraadseld, zal ik een tevreden mens zijn.”

Vlaanderen werd mij te klein, te beperkt, en ik verkaste naar Spanje. Wie in Spanje zijn rekening niet betaalt en facturen aan zijn laars lapt, zoals ik weleens deed, krijgt de cobrador del frac op bezoek, een inkasseerder in rokkostuum of pitteleer met een hoge hoed op het hoofd. Frac is een afkorting maar van wat, ik zou het niet weten. De eerste cobrador del frac, vijfhonderd jaar geleden, was de beroemde Miguel de Cervantes, de schrijver van Don Quichotte, die met harde hand onbetaalde belastingen incasseerde in opdracht van de Spaanse koning. Onlangs las ik in La Vanguardia een stukje waarin een inkasseerder del frac zegt: “De grootste wanbetalers zijn niet de arme mensen maar de rijken die in sjieke huizen aan de Avenida Pedralbes wonen.”
Ik schrok toen ik dat las, want in Barcelona betrok ik de volledige tweede verdieping van een statig palazzo aan de Avenida Pedralbes dat nu een museum is.

Ik heb het laatste geheim ontraadseld. Ik ben in het reine met mijzelf en hoewel ik niet meer in Spanje woon, woon ik ook niet in Vlaanderen. Ik leef, werk, woon en adem op mijn domein. Geen buren, enkel bomen. Groene wind/groene takken/Ik heb de landschappen geleefd/van andere mensen. Er rijdt één autootje per dag voorbij, van Kurt, de postbode. Ik praat meer tegen mijn poes en mijn kippen dan tegen mensen. Of mijn kippen Vlaams spreken of Spaans of een andere taal, ik weet het niet, ik zeg El campo/de olivos/se abre y se cierra/como un abanico maar wat ik ook zeg, mijn kippen antwoorden niet. Misschien houden zij niet van de poëzie van Federico García Lorca.

Lees ook: