Schrijf u in op onze nieuwsflash
e-mailadres:


twitter
stan lauryssens
Een filosofische bui
© Stan Lauryssens
Soms had ik ineens genoeg van de loden hitte in volle Spaanse zomer en stapte in mijn snelle Alfa Romeo en reed duizend kilometer naar de bergen in Zwitserland of naar de Franse Vogezen waar ik urenlang wandelde in de kille, druilerige regen tot ik verkleumd en tot op het bot doorweekt terug naar de zon van Spanje reed, helemaal tot in Extremadura in het zuidwesten dat vooral bekend is voor zijn paprika of pimentón en varkenspoten die als ‘ham’ of ‘Ibérico’ worden verkocht. Blijgezind zette ik mij op een terrasje onder een citroenboom en bestelde een flesje koud bronwater, bruisend, plus een tortillina, brood met queso en een dubbele espresso, hete melk apart. Ik was in een filosofische bui en vervloekte mijn grootste tekortkoming als mens: dat ik nooit aan de toekomst dacht, niet van mijzelf en niet van de mensen om mij heen, ik leefde heel erg hier en nu, aquí y ahora, waardoor ik onvergeeflijke fouten maakte.
Om de tijd te doden, kocht ik in een plaatselijke kiosko een boekje van Simenon in het Spaans, El fondo de la botella, de bodem van de fles, Cuando las lluvias torrenciales de julio llenan el cauce del río... en ging opnieuw onder mijn citroenboom zitten en bladerde in het pocketje van de grootste Belgische schrijver aller tijden, geboren in Luik in het begin van de vorige eeuw.
Ik zei het al, ik was in een filosofische bui en praatte tegen mijzelf.
“Toen Simenon twintig jaar was,” zei ik, “vervulde hij zijn legerdienst in de buurt van Antwerpen, in een kazerne in Mortsel.”
—Een kazerne? In Mortsel?
“Afgebroken,” zei ik, “of verwoest door vliegende bommen. Simenon werd wereldberoemd als schrijver maar nog wereldberoemder toen hij bekende dat hij met tienduizend vrouwen naar bed is geweest.”
—Vrouwen kosten geld.
“Ach,” antwoordde ik, “Simenon was rijk, hij woonde in een kasteel...”
—Simenon is toch die schrijver met zijn pijp?
Ik antwoordde niet op mijn vraag. “Voor ik aan mijn tienduizendste vrouw zit,” zuchtte ik, “moet er nog veel water door de zee vloeien.”
—Haha, ja, maar jij bent Simenon niet, hé?
Nee, dacht ik, ik ben Simenon niet, da’s waar, de enige pijp die ik ooit heb gerookt, hangt in mijn broek.
Ik zuchtte nog maar eens. Volgens statistieken telt Spanje het hoogste werkloosheidscijfer in Europa en toch zijn de pimentón en varkenspoten, de bacalao al pil pil en crema catalana even lekker als vroeger en schijnt alle dagen de zon, zelfs ’s nachts. Mijn eigen dolle gedachten maakten mij stomdronken. Spanje was overal, in het brood dat ik at, in de koffie die ik dronk en misschien, wie weet, werd ik voor het eerst in mijn leven stomdronken na het nuttigen van een boterham met kaas.
Ik begrijp mijzelf niet, ik begrijp de wereld niet.

Lees ook: