Schrijf u in op onze nieuwsflash
e-mailadres:


twitter
stan lauryssens
Erik el Belga
© Stan Lauryssens
Toen ik pas ik Spanje woonde, kreeg ik steeds opnieuw de vraag: “Ben je familie van Erik el Belga?” “Wie is Erik el Belga?” vroeg ik in mijn onwetendheid. Het antwoord sloeg mij met verstomming. “Erik el Belga is de grootste estafador van Spanje.” Omdat mijn Spaans ontoereikend was, wendde ik mij tot mijn Spaanse vriendin en vroeg: “Wat betekent estafador?” “Oplichter,” antwoordde zij en werd rood van schaamte. “Nee, Erik el Belga is geen familie,” antwoordde ik, “ik weet niet wie hij is en heb de man nooit ontmoet.”

In de wachtzaal van het treinstation van Gerona bladerde ik onlangs in La Vanguardia terwijl ik café con leche dronk met een royale scheut hete melk en twee zakjes saccharina (voor de lijn). Om de eerste honger te stillen, at ik er een ensaymada bij, met poedersuiker, en een mini met kaas en hesp.

In de culturele bijlage viel mijn blik op een artikel over Erik el Belga en mijn mond viel open van verbazing: de grootste estafador van Spanje schreef een boek over zijn leven, 570 pagina’s, in het Spaans. Het boek is niet gepubliceerd bij een obscuur uitgeverijtje maar bij een belangrijk Spaans uitgevershuis dat grote namen als paus Benedictus XVI, Phil Bosmans, Dan Brown van El código Da Vinci en Oscar Wilde in zijn fonds heeft.

Eerst de titel van het boek. Erik el Belga, Por el Amor al Arte, las memorias del ladrón más famoso del mundo, vrij vertaald: Erik de Belg, Om de Liefde voor de Kunst, de memoires van de beroemdste dief ter wereld. Uit het artikel - twee kolommen, een halve pagina - leerde ik dat Erik el Belga in werkelijkheid René Vanden Berghe heet. Vlaamser kan niet, hé. Hij beweert dat de Mona Lisa in het Louvre een vervalsing is en het enige echte schilderij van Leonardo da Vinci in het Prado in Madrid hangt. Ook was hij het meesterbrein achter de diefstal van een stoel uit de twaalfde eeuw, het enige overblijvende exemplaar van Romaanse siermeubelkunst op het Spaanse schiereiland. Omdat hij werd opgepakt en veroordeeld tot een gevangenisstraf van zesendertig maanden, verbrandden zijn handlangers de poten van de stoel en stuurden de asse in een verzegelde enveloppe naar het Spaanse ministerie van Cultuur.

Straffe kost, dacht ik, maar: is het de waarheid of is het verzinsel?

Ik haastte mij naar de dichtstbije kiosko. “Erik el Belga? Nee, heb ik niet in huis,” zei de verkoper. “Kan je ’t boek voor mij bestellen?” vroeg ik. “Nee,” zei de verkoper, “daar doe ik niet aan mee.” “Waarom niet?” vroeg ik. “Denk eens na,” antwoordde hij, “geloof je echt dat in jouw land iemand een boek zou verkopen met als titel Juan el Español terwijl iedere Vlaming weet dat de man een estafador en ladrón is die Vlaamse kunstschatten heeft verbrand?”

Nee, dacht ik, misschien niet, en droop af als een geslagen hondje, met mijn staart tussen mijn benen.

Lees ook: