Schrijf u in op onze nieuwsflash
e-mailadres:


twitter
stan lauryssens
Tramontana
© Stan Lauryssens
Een maanlandschap van dorre wijnranken, olijfboomgaarden, grijze leisteenrotsen en bizarre vulkaankraters. Naast het pad naar de villa in Spaanse landelijke stijl stond een bord met de tekst SE VENDE in drukletters. De villa lag op de top van de montaña negra of zwarte berg die woest, winderig, romantisch en van een erotische schoonheid is. Overdag geurde het landschap naar suikertaart, ’s nachts stonden één miljoen sterren aan de hemel.
SE VENDE, in drukletters, te koop.
Méér Spaans sprak ik niet.
‘Ik koop deze villa, Ana,’ zei ik tegen mijn Spaanse vriendin.
De bergwanden zaten versluierd achter ochtendmist en waren begroeid met wilde tijm, rozemarijn en kurkeik.

De Middellandse Zee was diep, helder en rijk aan vis. Het scherpe licht deed alle tussenkleuren verdwijnen zodat enkel hoofdkleuren overbleven: oranje, chromaatgeel, zeeblauw, wit, violet en het warmste groen.
Aan het eind van de dag schilderde de ondergaande zon de Middellandse Zee in violette kleuren met tinten van groen, roodbruin en geel.

Plots verdween de zon achter de bergen en leek het alsof de horizon in band stond. Een knal, een flits. BANG! BANG! De lampen schudden en beefden en het licht viel uit. In de verte hoorde ik een monotoon gerommel, gebons, geklop, alsof de buik van de berg begon te grommen, de hemel werd zwart, met bloedrode strepen…
Madre de Diós! De tramontana!’ zei Ana en maakte een kruisteken hoewel zij catalán catalanista was en communist stemde bij iedere verkiezing.
Zij zocht een zware hamer en vijfduimers en timmerde de luiken dicht, stutte alle ramen en vensters met zware metalen staven en barricadeerde de deuren met stoelen en kasten.
‘Welke tramontana?’ vroeg ik.
‘De adem van de Duivel,’ antwoordde Ana. ‘De Duivel is kwaad en spuwt zijn adem in ons gelaat. Als de tramontana waait, vallen de vogels dood uit de hemel.’
Ik zocht vlug het woord ‘tramontana’ op in mijn Spaans-Catalaans woordenboekje: tramontana, de plaatselijke mistral, woeste noordenwind vanuit de Pyreneeën die soms gargal, xaloc, mijorn, garbi, ponent, föhn of gewoon ‘de ultieme scheet van God-van-hierboven’ wordt genoemd.
Stenen vlogen door de lucht. Vogels vielen dood uit de hemel.
De tramontana waaide zonder ophouden, met windkracht acht op de schaal van Beaufort, en karnde de zee tot kolkend schuim, blies bruggen weg, duwde treinen van de sporen en zoog onze tuinmeubelen omhoog en smeet ze over het dak van de villa naar de andere berg. Na twee dragen en drie nachten ging de wind liggen, even plots als hij was opgestoken, en kwam een einde aan het grommen, bonzen en kloppen van de berg. Hondenkrengen dreven op zee en mijn zwembad lag vol dode ratten, konijnen, hagedissen en buitelkruid. Nu begrijp ik waarom de Costa Brava ‘het paleis van de winden’ is, dacht ik.

Lees ook: