Schrijf u in op onze nieuwsflash
e-mailadres:


twitter
stan lauryssens
Wie leeft van zijn dromen...
© Stan Lauryssens
Ik heb maar één bedoeling, nee twee: mij amuseren, al schrijvende, en met mijn geschriften ook mijn lezers amuseren. Wordt iemand geboren als schrijver of als geboren schrijver? Ik weet het niet en vraag het mij ook niet af. In de zeven jaar dat ik in Spanje woonde – zeven, een geluksgetal, zeven goede jaren, zeven slechte jaren, zeggen de mensen – heb ik geen woord op papier gezet.

Van alle Spaanse seizoenen hield ik het meest van de herfst, die de loden hitte van de zomer temperde en de wereld om mij heen penseelde in okerkleuren. Rijpe vijgen hingen als likstokken aan de bomen, zoet, sappig en kleverig, en dode bladeren knisperden als cornflakes onder mijn schoenen.

Misschien hield ik vooral van de Spaanse herfst, denk ik nu, omdat ikzelf in de herfst van mijn leven zit en dus, zeggen de mensen – maar de mensen zeggen zoveel – tot de jaren van verstand ben gekomen.

Ik koos voor een lange wandeling en begaf mij naar de haven van Barcelona, onder de hoge palmbomen. Op het felblauwe water dobberde een getrouwe kopie van het vlaggenschip waarmee Christoffel Columbus als eerste Amerika ontdekte met in zijn kielzog twee kleine karvelen, de Niña en de Pinta, vijftien meter lang, vijf meter breed. Een kopie is een vervalsing, dacht ik, maar een goede vervalsing is beter dan een slecht origineel.

Ik kocht een entreekaartje voor de Santa María en van op de achtersteven wendde ik mijn blik in de richting van de Rambla, de oude stad en de berg van Tibidabo, een van de allermooiste klassieke vergezichten van Spanje, niet alleen voor de toerist maar ook, en misschien wel vooral, voor de Spanjaard zelf.

Op de avond van 11 oktober 1492 noteerde Columbus in zijn dagboek: “Ongewoon zware zee. Een grote menigte vogels. In de verte flikkert een licht, als een waskaars. Op de kust staren naakte mannen, vrouwen en kinderen onthutst en verbluft naar onze zeemonsters. Ik laat mij in een sloep naar de kust voeren, stap aan wal, kus het zand, dank God, noem het land Amerika en plant de standaard met de beeltenis van de Spaanse koning Ferdinand en koningin Isabella in het strand.”

Waaraan dacht ik die middag, toen ik op de achtersteven stond van het houten wrak dat geschiedenis heeft geschreven? Ik was iemand die ik niet graag was en nu, ouder, wijzer, gelouterd door het leven na vette en magere jaren, ben ik iemand die ik graag ben en hoewel ik nooit een tweede Christoffel Columbus zal worden, kijk ik om zonder haat, zonder wrok, met een warme gloed in mijn hart en mijn ziel.

De zon verdween achter de wolken.

De zee werd een zee van lood.

Een volkswijsheid zegt: wie leeft van zijn dromen, sterft van zijn dromen.



Lees ook: