Schrijf u in op onze nieuwsflash
e-mailadres:


twitter
stan lauryssens
Señor Sanchez is dood
© Stan Lauryssens
Straks is het lente en zingt de natuur. Ik kijk ernaar uit, naar de lome uren in mijn ouderwetse strandstoel met een zitting van rood en wit gestreept zeildoek, onder de wilde kastanjeboom – eeuwenoud, vol witte kegelvormige bloesem, rechtopstaand, zoals kaarsen op een kerstboom – naast de moderne houten duiventil, tussen opfladderende pauwstaarten die roekoeën en hun krop opblazen en de vleugels uitslaan en rollen en tuimelen en duiken en zeilen in de blauwe hemel dat het een lieve lust is.

Uren die ik lezend doorbreng, met een flesje cava bij de hand, of denkend aan Barcelona waar ik zeven jaar woonde, een stad die mij perfect paste, zoals een maatkostuum, en waarin ik mij thuis voelde, zowel in het nieuwe en rijke als in het oude en arme deel van de stad.

Aan de warme nachten leek geen einde te komen. Zij deden mijn bloed koken, alsof ik teveel cava had gedronken. Ik voelde geen pijn of verdriet, enkel vreugde. Ik was gelukkig zonder dat ik wist dat ik gelukkig was.

Ik schenk mij nog een glaasje parelende cava in en omdat ik weinig anders om handen heb, ontcijfer ik de piepklein gedrukte tekst op het etiket: “Cava is een Spaanse mousserende wijn die wordt geproduceerd in de streek van Penedès, een wijngebied ten zuidwesten van Barcelona in Catalonië (Spanje). Ook in Arragon en de Rioja wordt cava gemaakt. Cava is een perfect aperitief en een heerlijk alternatief voor champagne.” Mijn vriendin brengt een bordje pica-pica, droge Spaanse worst en groene olijven met een vulling van ansjovis, en gaat languit in het gras liggen, onder de wilde kastanjeboom.

“Wil je een glaasje cava?” vraag ik.

“De fles is leeg,” antwoordt zij.

Ik blijf een beetje in Spanje, in gedachten.

“Waaraan denk je?” vraagt mijn vriendin.

“Toen ik in Spanje woonde,” zeg ik, “bracht ik mijn zomers door in Penedès, in de masía van familie, op een boogscheut van het strand. Ik was goed bevriend met Señor Sanchez. Hij maakte zijn eigen confituur, van zijn eigen sinaasappelen uit zijn eigen sinaasappeltuin. Gisteren belde mijn Spaanse zoon. Señor Sanchez is dood. Hij ligt begraven onder een sinaasappelboompje in dezelfde kleren als toen ik hem voor het eerst zag: een zwarte alpino-baret, een oude broek, een vergeeld onderlijfje en afgetrapte pantoffels.”

“Zal ik nog een flesje ontkurken?” vraagt mijn vriendin.

“Geen één zonder twee,” zeg ik.

Even later komt zij terug met die ene fles Burnarj die wij onlangs kochten op een wijnbeurs in Brussel. Ik ontcijfer het etiket. “El primer espumoso de naranja con sabor andaluz, het eerste natuurlijk mousserende sinaasappelaperitief ter wereld, uit Andalusië in Spanje, een aperitief dat het midden houdt tussen champagne en de betere cava en geheel is bereid volgens de Méthode Traditionelle.” Zij schenkt twee glazen uit, koel, parelend en goudkleurig.

Salud, Señor Sanchez,” zeg ik.

De witte sierduiven fladderen om mijn hoofd.

Ik houd mijn glas tegen de zon.



Lees ook: