Schrijf u in op onze nieuwsflash
e-mailadres:


twitter
stan lauryssens
Nachttrein naar waar?
© Stan Lauryssens
Ik nam de nachttrein naar Spanje. Het regende. Regenslangetjes zigzagden langs het raam van mijn compartiment. Er waren nauwelijks passagiers. Ik trok mijn schoenen en regenjas uit, klom langs het laddertje naar het smalle bed en kroop met m’n kleren aan onder de grijze deken van de SNCF en staarde in het donker naar voorbijglijdende wijngaarden en zilveren rivieren. In het station van Port-Bou aan de Frans-Spaanse grens keek ik omhoog naar de stralende zon in een azuurblauwe hemel. Witte sierduiven roekoeden in het gouden licht. Het zoete aroma van jasmijn prikkelde mijn neusgaten. Ik luisterde naar de vertrouwde ochtendgeluiden: de metalen stem uit de luidspreker die vertragingen en vertrektijden aankondigde en het sissen en gorgelen van de koffiemachine in het stationsbuffet. Ik belde mijn Spaanse vriendin op.

“Ana? Ben jij het, Ana?”

“Natuurlijk, wie anders?”

“Ben je alleen thuis?”

“Ik ben altijd alleen thuis.”

“Ik kom naar huis, Ana.”

Hoe dat in zijn werk ging, ik weet het niet, maar in Port-Bou werd een nieuw onderstel onder de trein geschoven: treinsporen in Spanje waren breder dan treinsporen in Frankrijk.

In Gerona strompelde ik slaapdronken van de trein en liep recht in de armen van drie ongewassen en ongeschoren secretos die een koperen stervormige badge onder mijn neus duwden. POLICÍA, stond op de badge. Handboeien beten zich als ijzeren tanden om mijn polsen en ik werd achter een kogelvrij scherm van perspex in een grijze Seat zonder kentekens geduwd.

“Verkoop je cocaïne of Zero Zero?” vroeg een secreto.

“Wat is Zero Zero?”

Hij lachte uitbundig. “Hasjiesj natuurlijk, de beste kwaliteit,” zei hij.

In een kazerne-achtige gevangenis tikte een chef van de Guardia Civil mijn naam in de computer.

“Heh-heh, busca y captura,” zei hij, “opsporen en aanhouden.”

Ik viel van de ene verbazing in de andere.

De chef van de Guardia Civil hamerde op het toetsenbord en geruisloos schoof mijn aanhoudingsmandaat uit de printer. Mijn bagage, paspoort, horloge, broekriem, schoenveters en cashgeld werden in beslag genomen en de secretos sloten mij op in een kille cel in de kelder van de gevangenis.

De dag vergleed in de nacht en het werd opnieuw dag...

“Buenos días, Estàn!” riep een cipier. “Koffie? Carachillo?

Een carachillo is zwarte koffie aangelengd met zoete Spaanse brandy of anijslikeur.

“Sport! Bibliotheek! Médico! Kranten! Koffie!” galmde een anonieme stem uit een luidspreker.

De cipier floot Les Toréadors uit Carmen van Bizet en bracht een mierzoete donut en een cortado corto de café op een dienbordje, een klein koffietje, zeer sterk, met een royale scheut hete melk. Wie Spanje wil kennen, dacht ik, moet ook zijn gevangenissen kennen, en ik ging op de rand van mijn brits zitten en dompelde mijn donut in mijn koffie. Er is een tijd geweest dat ik de geur van koffie de lekkerste geur ter wereld vond maar geloof me, die tijd is helaas voorbij.



Lees ook: Nachttrein naar waar? (2)

Lees ook: