Schrijf u in op onze nieuwsflash
e-mailadres:


twitter
stan lauryssens
Nachttrein naar waar? (2)
© Stan Lauryssens
Agenten van de Guardia Civil in mosgroen uniform klikten metalen handboeien om mijn polsen en duwden mij in de laadbad van een geblindeerde bestelwagen. Door kieren en spleten in de roestige carrosserie ving ik een glimp op van richtingsaanwijzers: Lloret de Mar, Platja d’Aro/Playa de Aro. Ik voelde mij een pakket zonder waarde dat terug naar de afzender gaat en vroeg mij af of ik ooit nog over het gouden zand langs de kustlijn van de Costa Brava en de Costa Blanca zou slenteren. Traag gleed de metalen poort open van La Modelo, de oudste en bekendste gevangenis van Barcelona: veertien dagen in een kleine cel met stapelbedden in het gezelschap van Antonio en vier andere galeiboeven.

In het donker sprong Antonio van zijn stapelbed en knoopte zijn beddelaken om zijn hals.

Ayúdame, ayúdame!” riep hij. Help mij, help mij.

Hij rukte aan het laken, zijn ogen puilden uit de kassen.

Que hagan lo que quieren,” zei hij, dat ze met me doen wat ze willen, “maar in 2013, dan kom ik vrij. Me entiendes o no? Begrijp je mij, of niet?”

Door een rotsig niemandsland met steenslag en buitelkruid werd ik getransfereerd naar een zwaarbeveiligde gevangenis van staal en beton in Madrid.

Een koningsarend hing bewegingloos in de blauwe hemel.

Achter de muur met prikkeldraad lag de donzige, okerkleurige rug van de sierra die leek op een vrucht van marsepein.

Madrid was zo nabij en toch zo ver weg.

Eviva España!” riep een donkere stem.

Op de patio wandelde ik iedere dag een uurtje of twee, drie onder de brandende zon, in shorts, met ontbloot bovenlijf, in het gezelschap van een Colombiaanse drugssmokkelaar. Ik was de enige preso zonder tatoeages. Ik liep achter mijn schaduw aan, maakte rechtsomkeer en merkte dat mijn schaduw mij op de voet volgde.

“Ik spreek Vlaams en Hollands,” zei de Colombiaan.

“Oh ja?”

Salchicha in het Spaans is Saucisse in het Vlaams en Wurst in het Hollands,” zei hij.

Een kleine deur gaf rechtstreeks toegang tot het economato of de kantine. Ik kocht er alcoholvrij bier in blik van een Spaans merk en cornetto’s van ’t IJsboerke uit de Vlaamse Kempen.

“Oost west, thuis best,” dacht ik en likte aan mijn ijsje.

“De lekkerste cornetto’s ter wereld,” zei de Colombiaan.

Negen uur ’s avonds. Terug naar de cel. Alle activiteit in de gevangenis viel stil, van het ene ogenblik op het andere, iedere dag weer.

De cipier met nachtdienst deed zijn ronde.

Buenas noches,” knikte hij vriendelijk tegen de metalen celdeuren.

Een Andalusiër hief een dramatisch lied aan, met een hoge falcetstem, droef en romantisch en van een hartverscheurende melancholie.

Maanden later kreeg ik mijn paspoort terug.

“Afspraak in Holland,” zei de Colombiaan, “als ik ooit vrijkom, binnen een jaar of zeventig.”

De poort naar mijn vrijheid gleed open.

Adiós, amigos.



Lees ook: