Schrijf u in op onze nieuwsflash
e-mailadres:


twitter
stan lauryssens
Geuren en kleuren van Spanje
© Stan Lauryssens
Vorige week gaf ik een voordracht – een lezing, of hoe noem je dat? – in de buurt van Kortrijk. Het was bitter koud, het had gesneeuwd die dag, er was weinig volk. Na afloop, om een uur of tien, half elf, had ik een beetje honger en dorst en dacht, geen probleem, dacht ik, Vlaanderen is het land van de fritkoten, onderweg naar huis koop ik een biertje en lekkere, krakend gebakken frietjes met alles erop en eraan, mayonaise, pickles en een portie paardenstoofvlees in een dikke, smeuïge saus. Ik reed vijftig kilometer door Vlaamse dorpen met pittoreske namen als Belgiek, Vichte, Tiegem, Kwaremont en geloof mij of niet, onderweg kwam ik niemand tegen, geen levende ziel, alle cafés waren potdicht en alle frituren waren gesloten. Van zodra ik thuis kwam, sneed ik een fuet aan, gedroogde Spaanse worst uit Vic, en trok de kurk uit een fles Viña Sol van het huis Torres en dacht: was ik maar terug in Spanje.

Ik keek naar buiten. Sneeuw dwarrelde uit de zwarte hemel.

Wat een vreemde combinatie, dacht ik: Spaanse wijn, Spaanse worst en Vlaamse sneeuw.

Herinneringen welden op aan lange, trage wandelingen over de Ramblas, ís ochtends vroeg vooraleer de bloemen werden uitgestald, en aan de geur van scheerschuim van Puig die als een gifwolk in de straten hing. Ik weet niet eens of het merk nog bestaat en toch blijft Scheerschuim Puig voor mij voor altijd de geur van Spanje.

Nog een geur die ik nooit vergeet: de geur van oververhitte olijfolie. Toen wij elkaar pas kenden en de liefde nog heel, heel pril was, nam Ana – mijn Spaanse vriendin – mij mee naar een restaurantje waar de biefstukken gewoon in frietvet werden gegooid samen met een handvol rauwe aardappelschijfjes, een halve groene paprika en een halve rode paprika en na een minuutje of vijf, zes werd het hele zootje op een plat bord gekieperd en opgediend met een kwak alioli of knoflooksaus, een snee pan con tomate en een stevig glas San Miguel.

Ik dacht dat ik nooit eerder zo lekker had gegeten en stond in bewondering voor de combinatie van kleuren op mijn bord maar misschien was het de liefde die mij blind maakte.

De fles is leeg. Ik schud de laatste druppel in mijn glas en krijg tranen in de ogen van melancholie en heimwee naar een leven dat voorgoed voorbij is.

“Wat zullen we morgen eten?” vraagt mijn Vlaamse vriendin.

“Maak nog eens estofado of stoofvlees op zijn Vlaams,” zeg ik, “met versgesneden frietjes dubbel gebakken en pickles en mayonaise.”

Mijn vriendin springt in de houding en zegt: “Tot uw orders, mon chef!”

Zo heb ik het graag, een vrouw die doet wat een man vraagt.

Geloof me, ik heb het ooit anders geweten.



Lees ook: