Schrijf u in op onze nieuwsflash
e-mailadres:


twitter
stan lauryssens
Así es la vida, zo is het leven
© Stan Lauryssens
Ik zie het zo voor mij, alsof het gisteren was. In de masía van familie, op een boogscheut van het strand, zitten wij tussen tweehonderd kromme, scheefgegroeide en eeuwenoude olijfbomen aan een lange tafel onder de druivelaar-zonder-druiven die met zijn dichte bladerdek de veranda afschermt van de felle, onbarmhartige zon.

Aan het hoofd van de tafel zit líàvia met haar gezwollen benen. Zij kijkt niet op een peseta meer of minder. Haar ouders lieten haar een fortuintje na, in gronden en woningen, en zij vindt het haar plicht, als hoedster van het familiefortuin, om ook minder door het lot gezegende ooms en tantes en neven en nichten mee te laten genieten van al het goede dat het land haar heeft gegeven.

Hoewel aan tafel Spaans wordt gesproken met de snelheid van een mitrailleur noemt iedereen in de familie haar líàvia wat geen Spaans is maar Catalaans voor grootmoeder, een gewoonte uit de tijd van Franco toen het zelfs in familiekring verboden was Catalaans te spreken.

Links naast líàvia zit de oude Señor Sanchez. Hij rookt een sigaret. Zoals altijd draagt hij een zwarte alpino-baret, een versleten broek, een vergeeld onderlijfje en afgetrapte pantoffels. Aan haar rechterkant zit Ana, haar enige dochter. Ana is mijn Spaanse vriendin en de moeder van mijn Spaanse zoon. Zij heeft twee broers, Jordi en Juan-Ramón, die met vrouw en kinderen aan de lange tafel zitten, samen met neven en nichten en ooms en tantes, vijfentwintig mensen in totaal, iedere middag van de week, een hele zomer lang.

Líàvia rinkelt met een zilveren klokje, tingelingeling-tinggg-tinggg, en Juan-Ramón, de oudste van de twee broers, schenkt witte wijn van de cooperativa uit een karaf. De familie drinkt op de gezondheid van líàvia. De landwijn smaakt scherp en bitter en brandt op mijn tong. Líàvia rinkelt nogmaals met haar klokje en drie huismeiden – ook verre familie – serveren afgekookte koolblaren in olijfolie, huisgemaakte bacalao al pil pil, zelfgesneden jamón serano en pata negra, cannelloni in bechamel en gefrituurde patatas bravas met alioli en pikante saus als aperitiefhapjes.
Op dat ogenblik stopt voor de masía het bestelwagentje van de beste chef-kok van het dorp en twee Spaanse schonen dragen een zwartmetalen bakpan met een diagonaal van anderhalve meter naar de veranda en scheppen alle borden vol paella of fideos de arroz met kip, langostinos, rotsmosseltjes, calamares, konijn, caracoles en lamsribbetjes die zo sappig zijn dat het vlees van het been valt gewoon door ernaar te kijken.

Alle borden zijn leeggeschraapt, de laatste karaf is leeggedronken. Líàvia rinkelt met haar zilveren klokje en iedereen staat op van zijn stoel en zingt uit volle borst het volkslied van Catalonië, met de hand op het hart, waarna heel de familie zich terugtrekt voor een late siësta.

Catalunya triomfant

Tornarà a ser rica i plena

Endarrera aquesta gent

Tan ufana i tan superba

Catalonië triomfeert

Zal weer rijk zijn en groots

Gedaan met hen

Die verwaand en arrogant zijn

Ik treur. Ik treur. Señor Sanchez ging dood. Juan-Ramón is dood. Neven en nichten en ooms en tantes gingen dood. Mijn Spaanse vriendin kreeg een lichte herseninfarct. Líàvia stapte uit bed, rinkelde haar zilveren klokje en viel levenloos op het vloerkleed. De masía werd verkocht en platgewalst, tweehonderd olijfbomen worden met wortel en al uit de grond getrokken en maken plaats voor het eerste openluchttennisterrein in het dorp.



Lees ook: