Schrijf u in op onze nieuwsflash
e-mailadres:


twitter
stan lauryssens
Drie keukenmusketiers
© Stan Lauryssens
Er is een tijd geweest dat ik goed bevriend was met Salvador S., tweemaal rallykampioen van Spanje, deelnemer aan Paris-Dakar en vader van Oriol S. die op dit ogenblik, ondanks zijn jeugdige leeftijd, een van de “veteranen” is van IndyCar, de Amerikaanse tegenhanger van Formule 1: als een echte waaghals vindt hij er een duivels genoegen in tegen duizelingwekkende snelheid (300 km/uur) over een betonnen ovaal te racen. Het zit in de familie, zeker?

Als vriend kwam ik vaak bij de familie thuis, in Gerona en in Pals aan de Costa Brava. Iedere keer opnieuw verbaasde het mij dat Salvador S. naast héél snel met de auto rijden slechts één hobby had, of nee twee: slapen en eten.

Slapen kon hij op elk moment van de dag: ineens kneep hij zijn ogen dicht en vertoefde een uurtje of zo zacht ronkend in dromenland. Eten deed hij ook op elk moment van de dag behalve ’s ochtends (zoals veel Spanjaarden) want een ontbijt, zei hij, dat was niet eten maar grazen met lange tanden.

Ik bezocht met Salvador S. de beste en duurste restaurants van Spanje. Hij werd als een koning ontvangen – ik was de slippendrager van de koning – en toch heb ik hem nooit zien betalen, de rekening liet hij gewoon naar zijn firma sturen, een familiebedrijf dat in heel Spanje beton goot op de snelwegen en onder meer het autocircuit van Catalonië heeft aangelegd.

Op een avond, bijna middernacht, belandden wij in de buurt van Girona in El Celler de Can Roca in een ondergronds gewelf van een oud kasteel of klooster, ik wil het kwijt zijn. De onderaardse kerker was ingericht als restaurant en werd uitgebaat door drie broers, drie keukenmusketiers: Jordi, Josep en Joan (pure Catalaanse namen). Er was nauwelijks verlichting in het restaurant. Ik zag mijn eigen schaduw over de muur kruipen, als een soort Dracula, en zo waanzinnig groot dat ik er zelf bang van werd.

“Voor mij een dubbele portie droge rijst,” zei Salvador S. want als sportkampioen moest hij aan zijn lijn denken.

Bij het schijnsel van een brandende kaars ontcijferde ik het menu. Er stonden poëtische gerechten op als Parmentier de bogavante con trompetas de la muerte, Muslito de pollo con gambas en Carpacccio de manitas de cerdo con aceite de boletus. Catalaanse kelners zetten dampende borden op tafel.

Alles rook overheerlijk, met die warme, fluweelzachte geur waarvan het water in de mond komt, maar wat ik die nacht heb gegeten, ik zou het niet weten want het was er zo donker, in het restaurant, dat ik niet eens kon zien wat er op mijn bord lag.

El Celler de Can Roca is vorige week door Restaurant Magazine verkozen tot allerbeste restaurant ter wereld. De moraal van dit verhaal? ’t Kan verkeren, zei Bredero.



Lees ook: