Schrijf u in op onze nieuwsflash
e-mailadres:


twitter
stan lauryssens
Hotel Zicht op Zee
© Stan Lauryssens
Eerst kocht ik een Spaanse krant aan een kiosko en kreeg er gratis een boek bij, gedichten van Shakespeare in het Spaans, en hoewel ik nooit gedichten lees – ik heb, eerlijk gezegd, wel wat anders te doen – nam ik het boek in dank aan: met een lange treinreis voor de boeg kon ik wat extra-lectuur gebruiken.

Het was een on-Spaanse dag: kil, mistig, regenachtig. Ik dacht, erg is dat niet, ik reis naar het zuiden, richting Valencia, de streek van de appelsientjes waar altijd de zon schijnt, niet alleen overdag maar zelfs ’s nachts. Voor ik op de trein stapte, dronk ik in Café de Roma dat niet in Rome lag maar in Barcelona een café con leche, zeer sterk, met een royale scheut hete melk, en bestelde er een bordje chipirones bij met een driehoekje citroen, mijn favoriete tapa (ook croquetas de jamón mogen er zijn). Mijn trein vertrok stipt op tijd. Nadat ik mijn krant had gelezen, van voor naar achter en terug, van boven tot onder en van onder tot boven, bladerde ik enkele minuten in de poëzie van Shakespeare.

Los ojos de mi señora no son nada como el sol,
El coral es por lejos más rojo que sus rojos labios.
De ogen van mijn señora zijn niets tegen de zon,
Koraal is veel roder dan haar rode lippen.

Ik weet niet of ik deftig vertaal, ik doe mijn best.

In het oude station van Valencia met zijn prachtige interieur stapte ik van de trein – de straten waren nat van de regen – en ging op zoek naar een bed voor de nacht.

H—TEL (de ‘O’ was stuk) MIRAMAR las ik op een lichtreclame. Zicht op Zee. Het hotelletje lag tegenover het station, naast de arena de toros, bijna anderhalve kilometer van het strand en de zee, maar ja, Valencianen hebben geen bril nodig om ver te zien. Ik stapte door de natberegende glazen schuifdeuren en zette mijn bagage in de hal die naar scheerschuim geurde.

De portier las een Spaanse sportkrant.

Ik legde mijn gratis boekje met gedichten van Shakespeare in het Spaans op de balie en zocht mijn paspoort.

Una noche?” vroeg de portier.

Pues, si,” antwoordde ik, “misschien twee.”

De portier vulde een fiche in.

Profesión?

Escritor,” zei ik trots, schrijver, hoewel het tien jaar geleden was dat ik nog een boek had geschreven, maar éénmaal schrijver, altijd schrijver, nietwaar?

Nombre? Apellido?

Voornaam, familienaam?

— en mijn mond viel open van verbazing.

Zonder op een antwoord te wachten, met zijn tong uit zijn mond, letter per letter, copieerde de portier de schrijversnaam op mijn boekje met gedichten van Shakespeare en overhandigde mij een sleutel aan een rubberen bal.

Habitación 311, Señor Shakespeare,” zei hij, “ontbijt vanaf zeven uur.”



Lees ook: