Schrijf u in op onze nieuwsflash
e-mailadres:


twitter
stan lauryssens
Zot van melk
© Stan Lauryssens
In een van mijn dagelijkse kranten lees ik dat beroepswielrenners epo of EPO inspuiten om sneller te fietsen. EPO lijkt op volle melk en bevordert de aanmaak van rode bloedcellen. Ik weet niet of dat waar is, ik ben geen dokter, ook geen apotheker, maar ik kan wel lezen en de eindjes aan elkaar knopen, daar ben ik ook goed in.

Binnen enkele weken gaat de honderdste Tour de France of Vuelta a Francia van start die door Unicef wordt gepromoot als “Tour zonder doping”.

Lance Armstrong, ex-wielerkampioen, zevenmaal “winnaar” van de Tour, woonde in zijn topjaren in Gerona in Spanje, zo’n honderd kilometer ten noorden van Barcelona. In die tijd kon je in Gerona de straat niet oversteken of je werd omvergereden door een Amerikaanse profwielrenner die bezweet terugkeerde van een oefentochtje naar de uitlopers van de Pyreneeën.

Ik kan het weten, ik woonde ook in Gerona in die tijd, in een duplex – wat in Spanje een ático wordt genoemd – aan de elegante Plaça Independencia, een koel binnenplein met hoge palmbomen en restaurants, openluchtterrassen, een smeedijzeren kiosko en de gebeeldhouwde fontein van een jongen met een vis.

Wanneer ik mijn duplex voor een korte vakantie uitleende aan vrienden uit Vlaanderen namen mijn vriendin en ik onze intrek in een historisch pand op het hoogste punt van Gerona, vlak naast de kathedraal, waardoor ik om het kwartier door kerkklokken uit mijn bed werd gebeierd.

Het historische pand was eigendom van Lance Armstrong.

Toen hij het kocht, was het een soort hostal voor rugzaktoeristen met kleine, donkere kamertjes. Na een jaar breken en verbouwen – dwars door de granietrotsen werd een liftkoker geboord – was het hostal herschapen in een superdeluxe weekendverblijf voor de rijken der aarde.

Achter glazen schuifdeuren in de inkomhal was een collectie uitgestald van wielertruitjes, met de hand gesigneerd, allemaal van Amerikaanse renners van verschillende ploegen.

De huisbewaarster heette Pilar.

Zij nam mij mee naar de hoogste verdieping. “Je hebt veel gezien,” zei Pilar, “maar zoiets, nee, dat heb je nooit ieder gezien.”

Door zeven boogvormige ramen naast elkaar stond ik oog in oog met de verbluffend mooie Pyreneeën, met rivieren, valleien, ruwe bergkloven en heuvelruggen met bloeiende amandelbomen. Onder de zeven ramen, vier verdiepingen lager, rimpelde een zachte bries door de ondiepe bedding van de Onyar, de rivier die Gerona middendoor deelt, en plonsden reusachtige karpers met hun brede rug half boven water tussen de natuurlijke zandbanken.

“Quién vive aquí?” vroeg ik.

Wie woont hier?

“Quién crees?” antwoordde Pilar.

Wie denk je?

Zij trok de enorme koelkast open.

Melk, melk en nog eens melk, tientallen flessen lekker koele melk.

“Le encanta la leche,” zei Pilar.

Hij is zot van melk.

Ja ja, dacht ik, ’t zal wel zijn, en herinnerde mij wat ik die ochtend had gelezen, dat het voor de leek onmogelijk is met het blote oog een fles epo of EPO te onderscheiden van een fles volle melk.



Lees ook: