Schrijf u in op onze nieuwsflash
e-mailadres:


twitter
stan lauryssens
Sancho Panza
© Stan Lauryssens
Zoveel dingen van vroeger waarover je nooit iets hoort of leest. Esperanto bijvoorbeeld of steno, kortschrift. Bestaan zij eigenlijk nog, steno en Esperanto? Of vlinderhondjes, ook lang niets over gehoord. Toen mijn Spaanse zoon vier jaar was, vroeg hij om een hondje, liefst van al een Spaans hondje. Dat verbaasde mij vermits Ana, mijn Spaanse vriendin en de moeder van mijn zoon, voor de communisten van Santiago Carrillo stemde en erg catalán y catalanista was, zoals FC Barcelona. Ik had eerder gedacht dat mijn zoon om een Catalaans of een Vlaams hondje zou vragen maar goed...

“In orde, Lluís,” antwoordde ik, “op één voorwaarde: dat ik de naam mag kiezen.”

Dat was geen probleem.

Heel lang geleden, ik moet een jaar of tien zijn geweest, had ik een hondje dat Laika heette, een “papillon” of vlinderhond, een blij en opgewekt beestje met een lief karakter: in die tijd lanceerden de Russen een Spoetnik om de aarde met een vlinderhondje aan boord dat Laika heette waarna alle vlinderhondjes ineens een Russische naam kregen, willen of niet.

Mijn Laika was ook communist.

“Nee,” zei Lluís, maar dan in het Spaans, “ik wil geen communistische hond, ook geen socialist, ik wil een zwarte of een bruine hond zonder politieke kleur.”

“Maar ik kies z’n naam, Lluís, zoals afgesproken,” zei ik.

“Hoe zal je onze Laika noemen, papa?” vroeg Lluís.

“Don Quichote,” zei ik.

Qué?

“Don Quichote.”

“Ik ken geen enkele hond die Don Quichote heet,” zei Lluís en trok een pruillip.

“Precies daarom,” zei ik, “onze Laika wordt Don Quichote de Eerste.”

Zo gezegd, zo gedaan.

Wij trokken naar de kennel en kwamen thuis met een magere bouvier des flandres die meer op een poes leek dan op een hond, zwartgrijs, met afhangende oren, een trieste snuit en een frou-frou die voor zijn ogen viel en regelmatig moest worden bijgeknipt of hij zou tegen iedere pispaal zijn gelopen.

Twee jaar later ging Lluís voor het eerst naar de lagere school en kwam wenend thuis.

“Waarom ween je, Lluís?” vroeg ik.

“Allemaal de schuld van la maestra,” zei Lluís.

“Oh ja, waarom?”

“Zij zegt dat Don Quichote onze Spaanse trots is. Ik ben daar heel blij om, papa. Maar volgens la maestra had Don Quichote een knecht die Sancho Panza heette en mijn hond heeft geen knecht en dat is niet eerlijk.”

Tienes razón, Lluís, je hebt gelijk,” zei ik.

Ik spoedde mij naar een dierenwinkel en kocht een aquarium vol tropische vissen: guppy’s, goudvissen en zwarte molly’s.

“Lluís, hijo de mí corazón,” zei ik, “jouw Don Quichote de Eerste heeft niet één maar wel honderd knechten. Hoe wil je ze allemaal noemen?”

“Sancho Panza de Eerste, Sancho Panza de Tweede, Sancho Panza de Derde…” zei Lluís.

Kinderen, ze vragen je de oren van het hoofd.



Lees ook: