Schrijf u in op onze nieuwsflash
e-mailadres:


twitter
stan lauryssens
Terug naar Spanje
© Stan Lauryssens
De beslissing is gevallen, de kogel is door de kerk: wij gaan half-en-half in Spanje wonen, mijn Vlaamse vriendin en ik, en zoeken ofwel een villa met klein zwembad ofwel een appartement met solarium of dakterras en zicht op zee aan de Costa Blanca. Voor mijn vriendin is het een nieuw avontuur, voor mijzelf wordt het le retour du guerrier zoals ze in het Frans zeggen, de terugkeer van de oude krijger.

Ik heb veel aan mijn vriendin te danken. Dank zij haar ben ik verlost van mijn nachtmerries. Ik word ook minder geplaagd door pijnlijke jeugdherinneringen zoals deze: ik ben twaalf, dertien jaar, wij wonen in een laag werkmanshuisje naast het winkeltje van mijn grootmoeder. Er werd aan de deur gebeld. Voor ons huisje stond een Amerikaanse auto van wel zeven meter lang, een Plymouth Belvédčre met vinnen en vleugels en geschilderd in het hemelsblauw van suikerspekken.

De kalende man aan de deur droeg witte sokken.

‘Voor wie is ’t?’ vroeg ik.

‘Woont hier een zekere… Stany?’

Politie in burger, dacht ik, of een gerechtsdeurwaarder, in ieder geval: slecht nieuws.

‘Ik zal kijken of hij thuis is. Wie mag ik zeggen?’

‘Ik ben schrijver. Als meneer thuis is, zeg dat ik een boekje bij heb met mijn nieuwste gedichten.’

Omdat wij slechts één WC hadden, in een hok helemaal achteraan in de tuin, had mijn stiefvader de vervelende gewoonte in de gootsteen te plassen waardoor de spetters op het raam spatten en de keuken urenlang naar urine stonk.

Mijn stiefvader zat aan de keukentafel in een trui, dikke wollen sokken en een lange onderbroek van De Wolmolen.

Godver, hij heeft weer in de pompbak gepiest, dacht ik.

‘Meneer Lauryssens?’ zei de schrijver.

‘Nee… nee… de Stany... dat ben ik,’ stamelde ik.

Mijn leven leest als een roman. Maar het boek is niet af. Het laatste hoofdstuk moet nog worden geschreven – in de hoop dat het niet eindigt op deksels van koekjesdozen, zoals alle grote kunst. Wordt het de dodenmars van Chopin of de triomfmars van Verdi?

‘Kom,’ zeg ik tegen mijn vriendin, ‘wij trekken een flesje cava open. Of heb je liever een sprankelend roséwijntje uit de streek van Alicante?’

Ik verheug mij op Spanje.

Ik verheug mij op gefrituurde chipirones en patatas bravas in het lommer onder een gaanderij, op een dagsoep van rape met gekookte aardappelen, op cerveza met paella, op arroz con sepia en su tinta of gewoon op een ensalada mixta met groene olijven en tonijn uit blik. Ook verheug ik mij op het zicht op zee tussen Denia, Alicante en Torrevieja, op de triomfmars van Verdi en op nooit meer spetters op het raam in een keuken die urenlang stinkt naar urine.



Lees ook: