Schrijf u in op onze nieuwsflash
e-mailadres:


twitter
stan lauryssens
Het eeuwige leven
© Stan Lauryssens
Ik woonde twee, drie jaar in Spanje toen het gebeurde, op de masía van de moeder van mijn Spaanse vriendin tussen de bergen en de zee. Ik stond in T-shirt onder de knoestige, verwrongen, scheefgegroeide olijfbomen en ranselde met een lange stok de olijven van de eeuwenoude takken en ineens begon ik over heel mijn lichaam te bibberen en beven en voelde een vreselijke pijn in mijn borst, ik dacht: “Ik ga dood!” dacht ik, “een hartinfarct, dit is het einde,” en terwijl harde, verse, krakende olijven als muntstukken om mijn hoofd regenden, liet ik mij in de armen van mijn Spaanse vriendin vallen, hapte naar adem en murmelde met een gelaat verwrongen van pijn en doodsgedachte: “Breng... mij... naar... het... ziekenhuis,” maar er was geen ziekenhuis in de buurt en mijn vriendin bracht bij naar de dichtstbijzijnde cardioloog.

“Spaans bloed is taai bloed,” zei de cardioloog, “maak je geen zorgen, je komt dit wel te boven.”

“Ik maak me wél zorgen, dokter,” prevelde ik, “want het is geen taai Spaans bloed maar Vlaams bloed dat door mijn aderen stroomt, het bloed van Jan Breydel en Pieter De Coninck dat taai bloed was in 1302 maar of dat vandaag nog zo is, dat is zeer de vraag.”

Ik moest fietsen op een fiets zonder wielen en lopen op een loopband die niet kon lopen.

“Hoe oud ben je?” vroeg de cardioloog.

“Drieënveertig, dokter,” zei ik.

Amigo Stan,” antwoordde hij, “je bent zo gezond als een vis.”

“... en mijn hartinfarct, dokter?”

De cardioloog schudde het hoofd.

“Gewoon een appelflauwte,” zei hij, “te weinig suiker in het bloed. Drink op tijd een colaatje of een Kas bitter en je gaat nog veertig jaar mee.”

Dat was vijfentwintig jaar geleden. Er was in die tijd geen sprake van computers zoals we die vandaag kennen, noch van tablets of mobiele telefoontjes en omdat schoenpoetsertjes de Rambla onveilig maakten, droegen alle mensen glimmend gepoetste schoenen.

Vorige week ging ik naar mijn prostaatdokter. Pico bello, alles in orde, mijn prostaat verkleint naarmate ik ouder word in plaats van te vergroten, wat bijna een medisch wonder is. Gisteren was ik voor mijn jaarlijkse check-up op consult bij mijn hartdokter. Ook alles pico bello, bloeddruk 11 over 7, nagenoeg perfect.

“Kom,” zei ik tegen mijn vriendin, “we trekken een flesje open, een mens krijgt niet alle dagen uitzicht op het eeuwige leven.”

Spijtig dat mijn eigen zelfgemaakte Rioja Boskoop du Pays des Collines nog een jaartje moet rijpen, dacht ik en mengde een blikje aceitunas of Spaanse olijven – zwarte en groene, ontpit – met fetakaas in kubusjes en zongedroogde tomaten in zonnebloempitolie.

“Wat eten we straks?”

“Kalkoenrollade met gestoomde groenten.”

“... en als nagerecht?”

“Spaanse aardbeien.”

Wat zou ik mij zorgen maken?

“Ben je gelukkig?” vroeg mijn vriendin.

“De lente komt in ’t land,” antwoordde ik, “en straks is ’t weer zover en leggen onze kippen hun jaarlijkse paaseitjes.”



Lees ook: