Schrijf u in op onze nieuwsflash
e-mailadres:


twitter
stan lauryssens
Spaanse nachten
© Stan Lauryssens
Is het de nabijheid van de zee? Iets in de lucht? Of de Spaanse zon die altijd schijnt, zelfs ’s nachts? Hoe het komt, ik weet het niet, maar ineens willen bevriende koppels in Spanje in het huwelijk treden, zelfs als zij bed en huis al jaren delen. Moeten wij hun voorbeeld volgen? F. en N. trekken voor hun huwelijksfeest naar het godverlaten Tarifa, het allerzuidelijkste punt van het Iberisch schiereiland, vanwaar de ferryboot in 35 minuten naar Marokko vaart.

Ik ben geboren in de polder. Aan de overkant van de straat, schuin tegenover het kleine tabakswinkeltje van mijn grootmoeder, lag café ’t Zonnetje waar mijn grootvader accordeon speelde als hij een pint te veel op had. Aan de achterzijde van het café, met zicht op een weiland, woonde mijn grootvader in een donker kamertje met een deur, een bed en een soepketeltje op de kolenkachel.

Spanje? Nee, daar had hij nooit van gehoord, van Spanje.

Ik moest hieraan denken toen ik het uurrooster consulteerde van de komende en gaande nachttrein met slaapcoupés naar Madrid. Er waren nauwelijks passagiers aan boord en ik had een slaapcompartiment voor mij alleen. Ik trok mijn schoenen uit, klom langs het laddertje omhoog naar het smalle bed dat zelfs smaller was dan het laddertje, kroop met al mijn kleren aan onder de grijze deken en staarde in het donker naar de voorbijrazende wijngaarden en zilveren rivieren. Ik voelde mij opgeblazen en had een zure smaak in mijn mond. Ik heb een Rennie of twee nodig, dacht ik en schommelde van links naar rechts in mijn slaapcoupé.

Niet zeuren, dacht ik, niet zuchten, in Madrid wacht je een zacht bed waarin je met plezier je hoofd te rusten kan leggen: ik had een kamer gereserveerd in Hotel Essex dat is genoemd naar de tweede graaf van Essex, de potente minnaar van de Engelse koningin Elizabeth I. Volgens enkele sites op Google zou het hotel vol antieke schilderijen hangen van graven en edellieden aan het hof van Engelse, Spaanse en Franse koningen.

Bij het krieken van de dag reed de trein het station van Madrid Chamartin binnen. Het zoete aroma van jasmijn prikkelde de warme lucht. Alle perrons waren versierd met bloemen. De zon straalde in een azuurblauwe hemel en witte sierduiven roekoeden in het gouden licht.

Ik nam een taxi naar Hotel Essex.

H-TEL, las ik op de rode lichtreclame aan de gevel.

De ‘O’ van HOTEL was stuk, wat meer gebeurt. Helaas waren ook de twee eerste letters stuk van de naam van de potente minnaar van koningin Elizabeth I.

Er stond H—TEL &mdashSEX in plaats van Hotel Essex.

Daar gaat mijn nachtrust, dacht ik en begreep meteen waarom bevriende koppels hun huwelijksnacht in Spanje inzegenen, zelfs indien zij al jaren bed en huis delen in het verre Vlaanderen.



Lees ook: