Schrijf u in op onze nieuwsflash
e-mailadres:


twitter
stan lauryssens
Champán
© Stan Lauryssens
Het staat in de krant, dus is het waar. Van alle volkeren ter wereld zijn Belgen de zwaarste cava-drinkers: dat kleine landje aan de Noordzee maakt per jaar zo maar eventjes 27 miljoen flessen cava “soldaat”. Weet je wat dat is, 27 miljoen flessen? Het staat zwart op wit in het Guinness Book of Records, Belgen zijn zuipers in tegenstelling tot Nederlanders die eerder zuinigjes drinken, maar dat de gemiddelde Belg meer cava drinkt dan Britten, Duitsers, Amerikanen en zelfs méér dan een rasechte Spanjaard, dat gaat mijn verstand te boven.

Toen ik voor het eerst in Spanje kwam, bestond het woord “cava” niet eens en werd de sprankelende, mousserende wijn enkel gedronken in Barcelona en op flessen getrokken in Sant Sadurni d’Anoia – zachte zomers, koude winters – en Monistrol d’Anoia, met 23 inworners een van de kleinste dorpjes in Spanje. Op de etiketten stond niet “cava” maar “método tradicional” of “méthode champenoise” in het Frans en de mensen noemden hun godendrank gewoon “champán”.

Ik dacht: “Wat is dit voor een land, waar de werkster en de portero champagne drinken bij de ontbijtkoffie?”

Pas op, ik was geen wijndrinker in die tijd. Zoals alle Belgen van mijn generatie zwelgde ik in liters bier &nash; geen trappist, abdijbier bestond volgens mij niet eens, gewoon ordinair pilsbier van ’t vat, Lamot, Maes Pils, Stella of Safir uit de streek van Aalst dat pronkte met de mooiste verkoopsslogan van allemaal: “Safir, da’s goe bier!”

De lelijkste was van Lamot: “Lamot, daar gaat ge van kapot!”, tenminste dat maakten wij ervan.

We komen van heel, heel ver.

Weet je dat ik met mijn ouders zelfs nooit naar een restaurant ben geweest, tenzij één keer met mijn moeder, op een zaterdagmiddag naar de Expressbar voor een Russisch ei met frietjes en dat was meteen het culinaire hoogtepunt van het jaar.

Tijden veranderen, ook mensen veranderen, gelukkig maar. Onlangs noemde iemand mij zelfs “een soixante-huitard”, een getuige van de studentenrevolte in mei ’68, al beperkte de revolutie zich in Antwerpen, mijn thuisstad, tot het stuksmijten van enkele bierglazen in de vroege ochtenduren waarna we in groep tegen de gevel van de kathedraal plasten.

Vandaag drinkt de wereld “champán” alsof het kraantjeswater is.

Weet je wat ik doe? Ik laat zomaar, op mijn nuchtere maag, een flesje Perelada knallen, mijn favoriete cava met de bleke kleur van roze garnalen, pittig, parelend, fruitig en niet te droog en nuttig er als ontbijt een stukje pan con tomate bij: twee sneetjes getoast witbrood, een rijpe tomaat, zout, olijfolie, meer niet. Is de tomaat te hard, knijp even in haar billen, tot zij week en luchtig wordt als een rubberballetje.

Qué desayuno, disfrute!

Con mucho gusto!



Lees ook: