Schrijf u in op onze nieuwsflash
e-mailadres:


twitter
Sporen van de Tempeliers in Valencia
De sporen van de Orde van de Tempeliers zijn in de Deelstaat Valencia vooral te vinden in kastelen die ooit eigendom van de Orde waren. Meer dan 300 jaar waren de leden van de Orde in Valencia aanwezig.

De Tempeliers waren een geestelijke ridderorde gesticht ter bescherming van de pelgrims naar het 'Heilig Land', een gebied dat niet als natie bestond, maar dat zich uitstrekte rond Jeruzalem. Ook na het verlies van het 'Heilig Land' bleef de Orde bestaan, ook alwas hun oorspronkelijk doel nu voorbijgestreefd. De Orde was zowel een ridderorde als een kloosterorde en de ingewijden waren monniken-soldaten.
Uiteindelijk werden de Tempeliers door paus Clemens V vervolgd als ketters. De Katholieke Kerk stelde de Orde buiten de wet en confisceerde al hun bezittingen in 1307. In 1312 werd de Orde officieel ontbonden.

Eind 2007 verklaarde het Vaticaan dat het de Tempelridders niet langer als 'ketters' beschouwde. Uit een oud document bleek namelijk dat paus Clemens V de Tempelridders al in 1314 heeft vrijgesproken van godslaster, hen de pauselijke absolutie heeft geschonken en hen om vergiffenis heeft gevraagd. Het Perkament van Chinon, dat bewaard werd in een geheim archief van het Vaticaan, toont aan dat paus Clemens V de Orde veroordeelde onder de politieke druk van de Franse koning Filips IV.
De Tempeliers waren de 'ijzeren arm' van de koningen van Aragón. Ze veroverden gebieden en de koningen beloonden hen hiervoor met privileges en met schenkingen. Koning Alfonso I 'De Strijder' maakte hen samen met de Hospitaalridders en de Ridders van het Heilig Graf tot erfgenamen van de koninkrijken Aragón en Navarra.

De relatie tussen Valencia en de Orde van de Tempeliers begint met Pedro II. Van deze vorst ontving de Orde de dorpen Ruzafa met een meestertoren, Cantavella en het daarbij horende kasteel en het gebied rond Cuela. Onder de zoon van Pedro II begon de Orde een zeer belangrijke rol te spelen in Valencia. Toen Jaime I, zijn zoon, kind was, koos paus Inocentius III de meester van de Orde van Aragón tot zijn opvoeder.

Vanaf dat ogenblik werden de Tempeliers de vertrouwelingen, de raadgevers en de wapenbroeders van de Valenciaanse koningen.

De compensatie die de Tempeliers kregen bestond hoofdzakelijk uit gronden en bezittingen. Jaime I schonk de Orde het kasteel van Pulpis (1227), Xivert (1233) en een derde deel van Burriana. Nadat Valencia in 1238 met de hulp van de Tempeliers veroverd werd op de Arabieren, kreeg de Orde de meestertoren in de calle Barbazachar, een aantal woningen in de omgeving van de versterkte toren en grond voor de bouw van een school en een opleidingscentrum in Xera.

Jaime I schrijft in zijn Kroniek dat het contingent Tempelierridders dat deelnam aan de belegering en de verovering van Valencia meer opviel door zijn professionaliteit, discipline en efficiëntie dan door zijn omvang. Toen Jaime I aan de belegering van Valencia begon, bestond het contingent Tempelierridders uit 20 ruiters en de hoofdmacht uit 130 tot 140 ridders.

Na de belegering en inname van Xábia ontving de Orde de helft van de scheepswerven van Dénia. In 1294 kreeg de Orde Peñiscola, Albacasser, Ares, Benicarlo, Villanueva, Viñaròs en nog een aantal kleinere dorpen.

De Orde verwierf talloze eigendommen die nu in handen zijn van gemeenten of van privépersonen. De gebieden van de Tempeliers waren vooral gelegen aan de grenzen met Al-Andalus, het Arabische Spanje. De Tempeliers waren met hun opvallende kledij - een witte tuniek met een rood kruis - opvallend aanwezig in het stadsbeeld. In vredestijd waren de ridders een waarborg voor de veiligheid en als er gevaar dreigde, waren ze steeds als eersten aanwezig.

In de Deelstaat Valencia herinneren nog vele kastelen aan de aanwezigheid van de Tempeliers. De Vereniging van de Orde van de Tempel van Christus, die beweert de legitieme erfgenaam te zijn van de legendarische Tempeliers, eist nu van paus Benedictus XVI dat hij de pauselijke bul van paus Clemens V waarmee hij de Orde van de Tempeliers afschafte, ongedaan zou maken. Ze eisen een volledig eerherstel van de Orde én de teruggave van alle bezittingen die door de Katholieke Kerk in beslag werden genomen.