Abonneer u op onze wekelijkse nieuwsbrief:

e-mailadres:



 

Nieuws

Cultuuragenda

Woordadvertenties

Vraag het onze experten

Wonen en werken in Spanje

Informatie

Artikelen

Columns

Het kookhoekje


Vlaanderen in Spanje

Meer dan 200 jaar waren Vlaanderen en Spanje verenigd onder de Spaanse Kroon en dat heeft veel sporen nagelaten, zowel in Vlaanderen als in Spanje. Maar de band tussen Vlaanderen en Spanje is veel ouder dan de periode van de Spaanse Nederlanden.

In de 12de eeuw komt in Vlaanderen de Spanjehandel op gang. Eerst was het een handel tussen Vlaamse steden (met eerst Brugge als voornaamste handelscentrum in Vlaanderen, later, na de verzanding van het Zwin, Antwerpen) en Spaanse steden. Toen Vlaanderen een onderdeel was van het Spaanse Imperium onder de Habsburgers werd het een speciale vorm van binnenlandse handel.

Eerste sporen

In de loop van de 13de eeuw werden de handelsroutes Vlaanderen-Spanje geleidelijk aan geopend met als voornaamste aanleghavens in het Iberische Schiereiland, Sevilla en Lissabon. Het was ook in de loop van de 13de eeuw dat er zich over heel West-Europa belangrijke jaarmarkten ontwikkelden o.a. te Champagne, Troyes, Medina del Campo, Brugge en Mechelen. De Catalanen waren rond 1220 reeds aanwezig op de Vlaamse jaarmarkten te Brugge en te Mechelen.

Drie belangrijke Spaanse havens lagen op de plaats waar de Atlantische Oceaan en de Middellandse Zee elkaar ontmoeten: Puerto de Santa María, Sanlúcar de Barrameda en Cádiz. Een eindje landinwaarts lag langs de oevers van de Guadalquivir de belangrijke haven- en cultuurstad Sevilla. Van in de 13de eeuw waren de Vlaamse handelaars aanwezig op de Spaanse ‘ferias’, de jaarmarkten.

De eerste Vlamingen die naar Spanje trokken, vestigden zich in Andalusië. In Cádiz en in Sanlúcar de Barrameda zijn al in de 15de eeuw sporen te vinden van Vlaamse ambachtslieden.In de havens van Santander, Loredo en Bilbao kregen de Vlamingen nooit echt voet aan de grond omdat de plaatselijke handelaars er goed georganiseerd waren en stevig vasthielden aan hun privileges. Beter lukte het in Valladolid, waar vanaf 1560 een Vlaamse Natie was. Gemakkelijk hadden de Vlaamse handelaars het echter niet in Valladolid. Zo zag Cornelis de Que in 1490 meerdere keren al zijn goederen in beslag genomen. Maar rond 1503 was Alvaro de Bruselas de voornaamste wisselhandelaar van Valladolid.

Ook op de Canarische Eilanden waren de Vlamingen al vroeg aanwezig. Omstreeks 1520-30 kochten de Antwerpse families Groeneberch, Van Daele en Van de Walle er een aantal suikerrietplantages.

Slavenhandel

In de 13de eeuw was de slavenhandel in Spanje nog steeds erg belangrijk. Dit zou zo blijven tot diep in de 17de eeuw en ook Vlamingen en Nederlanders waren bij deze handel betrokken: ze waren o.a. leveranciers van galeislagen.

’Alle starcke vagabonden, landtlopers en stratenschenders’ moeten volgens een plakkaat uit Groningen van 20 december 1554 opgepakt worden en naar de galeien gestuurd. De veroordeelden werden vanuit Noord-Nederland eerst naar Antwerpen gezonden en van daaruit reisden ze naar Spanje.

Gerespecteerde Antwerpse families zoals de Affaitadis, della Faille, Van der Meulen en Moucheron waren allemaal bij de slavenhandel betrokken, omdat met deze handel enorm veel winst te maken was. Het hebben van slaven was voor de in Antwerpen gevestigde slaven normaal. Albert Dürer tekende in 1522 het portret van Catarina, een slavin van de Portugese factor.

De Vlaamse Naties

Europese kooplieden, die in het buitenland verbleven hadden de gewoonte om zich in een stad in dezelfde straat te vestigen. Geleidelijk aan groeide zo’n groep Vlamingen dan uit tot een ‘nación flamenco’, een ‘Vlaamse Natie’, met een eigen kapel, herberg en opslagplaatsen. De Vlamingen beschikten in Spanje al snel over ‘Vlaamse Naties’ in Madrid en Sevilla. Sommige Vlaamse Naties verkregen een koninklijke bescherming en waren dus bijna de facto een consulaat.



De Vlaamse consulaten

De Vlaamse consulaten in Spanje zorgden toen in hoofdzaak voor de betrekkingen tussen de schippers enerzijds en voor de relaties tussen de kooplieden en de havenautoriteiten anderzijds. De consuls bemiddelden in geschillen nopens het vrachtgeld en de averijkosten, bij problemen met plaatselijke embargo’s en ze vervulden de nodige formaliteiten bij het overlijden van een Vlaamse schipper of rondreizende koopman.

Er was wel een groot verschil tussen de Vlaamse consulaten onderling. Zo behandelde de Vlaamse consul te Málaga, die ook verantwoordelijk was voor Marbella en voor Vélez-Málaga, gemiddeld 50 schepen per jaar, terwijl de Vlaamse consul in Motril er gemiddeld per jaar slechts 3 verwerkte. Vanaf 1610 zijn er ook Vlaamse consulaten in Cartagena, Alicante en Valencia. Soms was het consulschap echter alleen maar een erefunctie, een soort honoraire consul, zoals dit ook nu nog voorkomt.

Verspaansing

De situatie van de Vlamingen in Spanje verbeterde aanzienlijk onder de aartshertogen Albrecht en Isabella en vanaf het begin van de 17de eeuw begonnen de Vlaamse Naties zich ook beter te profileren. Vanaf die tijd zijn ze aanwezig bij vieringen en bij de koninklijke ontvangsten.

Meteen begon ook de verspaansing en eigenlijk was dat de enige manier voor Vlamingen om in Spanje van hun statuut van tweederangsburgers af te raken. De Vlamingen, die in de 17de eeuw in Spanje verbleven, kleedden zich als Spanjaarden, huwden met een Spaanse vrouw, of wat vaker gebeurde, met een in Spanje geboren meisje uit Vlaamse ouders. Na tien jaar kon men de dan de ‘naturalisación’ (naturalisatie) aanvragen, waarbij men juridisch ophield een Vlaming te zijn en volledig opging in de Spaanse gemeenschap.

Kunst en luxeproducten

Zeer belangrijk voor Vlaanderen was de handel in kunstwerken en luxeproducten. Deze handel begon met occasionele bestellingen van boeken, schilderijen en tapijten en groeide in de loop van de 17de eeuw uit tot de belangrijikste exportproducten van Vlaanderen naar Spanje. Zeer veel Vlaamse kunstenaars trokken naar Spanje en door hun aanwezigheid aan het Spaanse Hof slaagden ze erin de smaak voor en de reputatie van de Vlaamse producten te stimuleren.

Vooral op het gebied van de schilderkunst was de Vlaamse invloed zeer groot. Koningen, grootgrondbezitters en andere voorname Spaanse heren namen talloze Vlaamse kunstenaars en ambachtslieden in dienst. De Antwerpse drukkers hadden een speciale band met Spanje en er werden te Antwerpen zeer veel werken van Spaanse auteurs gedrukt, onder meer in de wereldberoemde drukkerij en uitgeverij Plantin en Moretus.

Door de uitvoer van luxeproducten zoals schilderijen, tapijten en boeken, kreeg Vlaanderen geleidelijk aan bij de Spaanse elite een uitstekende reputatie. Vlaams werd in Spanje het synoniem van fraai, ambachtelijk vakmanschap.


Fundación Carlos de Amberes

Een unieke herinnering aan de eeuwenlange contacten tussen Spanje en Vlaanderen in de Fundación Carlos de Amberes, de Stichting Karel van Antwerpen te Madrid. Deze Stichting werd in 1594 opgericht door Carlos de Amberes, die als Vlaams koopman te Madrid aan het Hof verbonden was. Carlos de Amberes besloot op het einde van de 16de eeuw een huis en een paar aangrenzende gebouwen, die hij in de San Marcostraat te Madrid bezat, over te dragen aan een Stichting zodat ze na zijn dood dienst konden doen als verblijfplaats en onderdak voor zieken, armen en pelgrims uit Vlaanderen. De Stichting bestaat nog steeds en functioneert nu als een cultureel centrum. Het beschikt over een eigen bibliotheek en regelmatig worden er tentoonstellingen georganiseerd.

Carlos de Amberes was, zoals de naam al doet vermoeden, afkomstig uit Antwerpen. Hij was de zoon van griffier Peter Charles en diens tweede vrouw Maria Cheûs. Het graf van zijn ouders bevindt zich in de kathedraal van Antwerpen. Een griffier vervulde toen een belangrijke secretariaatsfunctie in het stadsbestuur.

Het feit dat de Fundación Carlos de Amberes nog steeds bestaat en functioneert, is beslist uniek. Tevens is het een blijvende herinnering aan de nauwe banden die eeuwenlang bestonden tussen Vlaanderen en Spanje.

Gastronomie

Er zijn ook sporen van Vlaanderen terug te vinden in de Spaanse gastronomie, maar ze zijn schaars.

Een daarvan is de ‘Roscón de Reyes’, het ‘Broodje van de Koningen’, dat vooral rond Driekoningen, het grote feest van de kinderen in Spanje, gegeten wordt. Net zoals op de ‘Dag van de Onozele Kinderen’ was het sinds de Middeleeuwen de gewoonte om met Driekoningen een ‘koning’ te kiezen. De leden van de familie aten op deze twee dagen zoete broodjes. In een van die broodjes zat een boon verborgen. Wie dat broodje kreeg was de ‘koning van het feest’. Deze gewoonte werd in Spanje binnengebracht door Spaanse soldaten die in Vlaanderen dienst hadden gedaan en de gewoonte daar hadden leren kennen.


© 2007 Vlamingen in de Wereld - Costa Blanca.
Informatie van deze website mag niet gekopieerd of gepubliceerd worden zonder toelating van de uitgever.