De Vogelmarkt - de Vogeltjesmarkt in Nederland - trekt al jarenlang duizenden en duizenden bezoekers. Je kan er week na week op de koppen lopen en valt het weer mee, dan ligt het aantal marktbezoekers in de buurt van de honderdduizend. De Vogelmarkt is een happening van formaat met een benijdenswaardige reputatie ver buiten Vlaanderen. Het is ook een happening waar iedereen zich direct thuisvoelt.
De naam Vogelmarkt verwijst naar de oorsprong en het vroegere uitzicht van de Vogelmarkt. Daar vond men vroeger inderdaad alleen maar gevogelte. Historicus Floris Prims beschrijft de Vogelmarkt als volgt: ‘Op de vroeger Vogelmarkt vond men eendvogels, gans, snep, veldhoenderen, reiger, putoer, quack, kapuin en hen, benevens smalvogelen of klein gevogelte. Natuurlijk mochten haas en konijn niet ontbreken.’ De bekende stadsgids Georges Van Cauwenbergh beschrijft de Vogelmarkt in zijn Gids voor oud-Antwerpen op een bijna identieke manier: ‘Vanwaar die vogelen? Men kwam hier in de 16de eeuw eenden, ganzen, sneppen, veldhoenderen, reigers, kapuinen en smalvogelen of klein gevogelte kopen voor de dis, zoals men vlees in het Vleeshuis en vis op de vismarkt hij het Steen ging halen. Ook voor wild - haas en konijn - kon men op de Vogelmarkt terecht.’
Op de Vogelmarkt is tegenwoordig van alles te koop. Als de kramen achter elkaar geplaatst zouden worden, dan zouden ze een lengte van meer dan drie kilometer beslaan. Op de Vogelmarkt zijn niet minder dan 868 plaatsen (dit zijn kavels van telkens drie meter). Sedert 1940 kwamen ook de fietsen hun plaats opeisen en men sprak al gauw van de ‘fietsenhoek’ op de markt.
Van nundinae tot Vogelmarkt
De markten ontstonden in het begin van de middeleeuwen. De oudste vermelding dateert van de 12de eeuw, toen Antwerpen nog bij Brabant hoorde. Men sprak toen nog niet van markten, maar van ‘nundinae’, een Latijns woord dat marktdag, weekmarkt, markt, handel en verkoop betekent.
De ‘nundinae’ hadden plaats op het forum van een Romeinse stad, later op de driehoek van het Frankische dorp. Het Antwerpse forum is de Grote Markt bij het stadhuis, nu nog steeds een duidelijke Frankische driehoek.
Pas in 1310 wordt het forum met het woord ‘merct’ (markt) aangeduid. Het eerste marktgebeuren in Antwerpen dient in de twaalfde eeuw op de huidige Grote Markt gesitueerd te worden. Een eeuw later ontstaan allerlei gespecialiseerde markten. Het relatief kleine Antwerpen kende op een bepaald moment niet minder dan dertig markten. De oudste markten zijn de weekmarkten, de jaarmarkten ontstaan pas later.
In de 16de eeuw beleeft Antwerpen zijn Gouden Eeuw en de welstand van de burgers heeft zijn weerslag op het marktgebeuren. In die periode ontstaat ook de Vogelmarkt. De meeste historische bronnen situeren het ontstaan van de Vogelmarkt in de zestiende eeuw, maar ze blijven erg vaag wat de plaats van de Vogelmarkt betreft. Op de Meir (de ‘mere’) vond een markt voor wildbraad plaats, want dat staat voor het eerst vermeld in een akte van 1272. Mere of Meir betekent stilstaand water, moeras. Het zou dus best kunnen dat de 16de eeuwse Vogelmarkt daar een plaatsje kreeg, zodat Rubens of zijn meid niet ver hoefden te lopen voor hun stukje wildbraad. Vast staat ook dat deze markt in het begin van de 19de eeuw verhuist naar de Oude Vaartplaats en het Blauwtorenplein. Dat kon omdat de stinkende rui krachtens een decreet van Napoleon in 1811 overwelfd wordt. Antwerpen is meteen een nieuwe, ruime straat rijker. Men noemt ze nog de Vuilrui omdat het water van de rui soms zo stonk, maar rond 1840 werd ze officieel omgedoopt tot Oude Vaartplaats.
Wie mag er op de Vogelmarkt staan?
Vroeger werden de staanplaatsen verpacht door een partikulier, die dit recht via een openbare aanbesteding kon bemachtigen. In deze gang van zaken kwam door een gemeenteraadsbesluit van 20 november 1934 verandering. Dit gemeenteraadsbesluit bepaalde dat de inning van de standgelden vanaf 1 januari 1934 door rechtstreekse zorgen van de stad zou geschieden en niet meer toevertrouwd zou worden aan een pachter. Dit betekent dus dat de stad Antwerpen zelf sedert 1934 de standplaatsen toekent. Wie op de Vogelmarkt wil staan moet zich aanmelden bij de dienst Markten en Foren. Daar legt hij de noodzakelijke documenten voor en na het betalen van een inschrijvingsgeld wordt hij in het register van de openbare markten ingeschreven. Vanaf dat moment staat hij op de wachtlijst. Komt er een plaats vrij, dan kan hij op de Vogelmarkt zijn boterham gaan verdienen.
De ‘demonstreerders’
Sommigen noemen ze het zout van de markt en de Antwerpse burgemeester Lode Craeybeckx beschreef ze als de advocaten van de straat: de standwerkers of demonstreerders. Zij geven de markt kleur. Zij weten het volk rond hun stand te verzamelen en prijzen met ellenlange volzinnen en met veel humor hun koopwaar aan.
Het woord ‘demonstreerder’ is niet in Van Dale te vinden. Een standwerker omschrijft de Van Dale als volgt: een marktkoopman die door welsprekendheid kopers tracht aan te lokken.
In de marktwereld hebben de standwerkers altijd een aparte gemeenschap gevormd. Dat was vroeger nog meer het geval dan nu. Destijds trokken de standwerkers samen op. Ze reisden samen met de trein, ze werkten veel meer in teamverband dan nu en als ‘s zomers de kust gedaan werd, kampeerden ze daar enkele weken als één grote familie bij elkaar. Door de komst van de auto is dit gemeenschapsleven nu verdwenen. Maar toch zijn de banden tussen de standwerkers nog zeer hecht. Ze kennen elkaar door en door en hoewel de onderlinge concurrentie scherp is, zullen ze nooit nalaten een collega in nood te helpen.
Koning van de Vogelmarkt
In 1951 werd gestart met de verkiezingen van de koning van de Vogelmarkt, wat zou uitgroeien tot een stevige traditie. Het gaat hier om een wedstrijd tussen standwerkers, die over twee zondagen loopt en telkens in september zijn beslag krijgt. Bij het toekennen van de punten spelen verscheidene factoren een rol: de aantrekkelijkheid van de stand, de welbespraaktheid van de standwerker, de manier waarop hij zijn gehoor weet aan te pakken en te boeien, de wijze waarop hij zich uit de slag weet te trekken, de humor en noem maar op.
Vanaf 1973 kiest men ook een koningin van de Vogelmarkt. Wie driemaal tot koning verkozen wordt, is keizer en wie drie keer tot koningin verkozen wordt is keizerin. Mia Verbeeck (foto) uit Beveren was de eerste vrouw die in 1973 keizerin werd.
Bron: De Antwerpse Vogelmarkt, door Piet Schepens, journalist van de Gazet van Antwerpen.