Een apart hoofdstuk wijdt Armand de Lattin aan de tragische Guldensporenviering van 1920. Door de schuld van een niet op zijn taak berekend burgemeester en een autoritaire en volksvreemde schepen vloeide er toen bloed. De burgemeester die daarvoor verantwoordelijk was, heette Jan De Vos, de schepen Louis Strauss.Tijdens de eerste wereldoorlog was aan het front als reactie tegen een Fransgezind militarisme, een beweging ontstaan die van zich afbeet, alle vervolgingen ten spijt. Een beweging, die zou voortgezet worden, ook na de oorlog in de zogenaamde Frontpartji.Hoewel slechts enkele Vlamingen in de Duitse politiek gediend hadden en dan nog eerder door gebrek aan politieke ervaring en hoofdzakelijk omwille van een tamelijk naief idealisme, moest heel de Vlaamse beweging eraan geloven en het scheelde niet veel of alle flaminganten werden tot landverraders bestempeld. Het begon met wat men toen de ‘activistenjacht’ noemde en vele flaminganten maakten kennis met de gevangenis. In zulke atmosfeer begon men in 1920 in Antwerpen met de herdenking van de Guldensporenslag.
Vier dagen voor de manifestatie liet de burgemeester weten dat er geen toelating kon verleend worden tot het houden van de gebruikelijke optocht. Voorwendsel: vrees voor wanordelijkheden. Op 11 juli 1920 zouden in Antwerpen dus alle samenscholingen van meer dan tien personen verboden zijn.
Kamiel Huysmans bracht het geval voor de Wetgevende Kamers. ‘Wij zijn het beu,’ verklaarde hij, ‘die politiek van uitsluiting tot ons te zien aanwenden. Wat er ook van kome, wij houden onze betoging.’
Burgemeester De Vos werd op het Ministerie ontboden en er ontvangen door Minister Van der Velde, die de burgemeester meedeelde dat alle ministers oordeelden dat de Guldensporenfeesten niet mochten verboden worden.
Toch bleef burgemeester De Vos dwars liggen. Op 10 juli verscheen een nieuw bericht van de burgemeester waarin hij zijn besluit bevestigde.
De optocht is dan uitgegaan op Borgerhouts grondgebied, met de toestemming van de burgemeester van die gemeente. Het werd een grootste Vlaamse manifestatie. Na de toespraak van Julius Hoste trok een deel van de betogers via de Turnhoutse baan naar de stad. Minstens 3.000 man stapten naar St. Willebrordus, verder door de Beeldekensstraat en de Van Wesenbekestraat waar zij op een sterke afdeling van de politie stootten. De politie vuurde enkele geweerschoten in de lucht af, maar een deel van de betogers slaagde er uiteindelijk toch in de Grote Markt te bereiken. Toen ze de Grote Markt opsnelden klonken er plots geweerschoten. De 19-jarige Herman Van den Broeck viel zwaar gewond neer. Twaalf andere betogers werden eveneens gewond.
Het is nog steeds onduidelijk wie het bevel tot vuren gegeven heeft. Burgemeester De Vos was op die dag zelfs niet in de stad, maar verbleef op zijn landgoed in Kapellen. Hij had zijn taak overgedragen aan schepen Strauss. Die bevond zich op de Grote Markt, voor het stadhuis, toen de betogers arriveerden.Van Reeck had een kogel in zijn long gekregen en overleed de volgende dag. De Frontpartij stichtte later een Volksuniversiteit waaraan hij z’n naam gaf.
Het boek Contacten met vroeger Antwerpen van Armand de Lattin is een boeiende herinnering aan een bewogen periode. Tevens laat de auteur de lezer kennismaken met het typische leven in de stad en met een aantal karakteristieke figuren. Het boek is te vinden in de Antwerpse biblliotheken en in de Antwerpse antiquariaten. Het is een must voor iedereen die van Antwerpen houdt.
Herwig Waterschoot