Vroeger Antwerpen

Inhoud
Abonneer u op onze wekelijkse nieuwsbrief:

e-mailadres:





Vroeger Antwerpen

Tijdens een van mijn speurtochten door de Antwerpse boekenantiquariaten ontdekte ik onlangs een pareltje van een boek: Contacten met vroeger Antwerpen van Amand de Lattin, een uitgave van Uitgeverij C. de Vries-Brouwers uit 1976. Vermits bij de meeste expats, zelfs in het zonnige Zuiden, het heimwee naar het thuisland toch nu en dan de kop opsteekt, kocht ik het boek direct om hier in Spanje te genieten van een Antwerpen dat al lang niet meer bestaat. Het was een Antwerpen dat zelfs al niet meer bestond toen de Lattin het boek schreef.

Armand de Lattin beschrijft stukjes Antwerpse geschiedenis van de Franse bezetting uit de 18de eeuw tot kort na het uitbreken van de eerste wereldoorlog. ‘De behandelde periode is dus deze waarin de Sinjorengeest van de Scheldestad het treffendst tot uiting is gekomen, in ieder geval het dichtst nog bij ons ligt en aan talrijken nog steeds vertrouwd is,’ schrijft de Lattin in zijn inleiding. Het boek deed me denken aan een uitspraak van Piet Teigeler, ex-hoofdredacteur van de Vlaamse Panorama en nu ook wonend in Spanje: ‘Je kan het mannetje uit Antwerpen halen, maar Antwerpen niet uit het mannetje’.

De aantrekkingskracht van Antwerpen

Het is moeilijk te omschrijven waarin de aantrekkingskracht van Antwerpen precies gelegen is. Antwerpen is een erg cosmopolitische stad en in elke grootstad zijn er altijd wel ergens problemen. Maar de Antwerpenaar heeft een nonchalante en ontwapende manier om met die problemen om te gaan zodat het zelden tot echte conflicten komt.

In de periode die Armand de Lattin beschrijft vormde iedere stad, ieder dorp zelfs, een besloten gemeenschap met zelfstandige, aparte levensvoorwaarden en inzichten. ‘Toch denken wij de lezer dichter te hebben gebracht bij een tijdvak dat, hoe men het ook bekijken wil, geenszins zonder waarde was, maar dat thans onherroepelijk zonder logisch gevolg voorbij is. (...) Uit te maken of wij bij deze breuk gewonnen hebben of verloren of, om het zachter uit te drukken, sindsdien alles winst of verlies betekent, was niet mijn taak.’ aldus Armand de Lattin.

’De gardcivik’

Armand de Lattin beschrijft typische figuren uit het stadsbeeld van vroeger Antwerpen, zoals de Gardcivik, auteurs zoals Conscience die ooit gehuldigd werd in caf’e ‘Het Zwarte Paard’ in de Prinsesstraat en flaminganten van het eerste uur zoals Gerrits en Van Kerckhoven. Daarnaast komt ook het Antwerps toneelleven overvloedig aan bod met onder meer een hommage aan de oude toneelglorie ‘Toontje Janssens’. Armand de Lattin schrijft in een oudbollige maar toch boeiende stijl ook over ‘Herbergen in Vroeger Tijden’, ‘Oude Antwerpse Uithangborden’, over de ‘Meisjes van Plezier’ waarvoor Antwerpen net als Amsterdam over heel de wereld bekend was en over de exposities van 1885 en 1894.

Tragische Guldensporenviering

Een apart hoofdstuk wijdt Armand de Lattin aan de tragische Guldensporenviering van 1920. Door de schuld van een niet op zijn taak berekend burgemeester en een autoritaire en volksvreemde schepen vloeide er toen bloed. De burgemeester die daarvoor verantwoordelijk was, heette Jan De Vos, de schepen Louis Strauss.Tijdens de eerste wereldoorlog was aan het front als reactie tegen een Fransgezind militarisme, een beweging ontstaan die van zich afbeet, alle vervolgingen ten spijt. Een beweging, die zou voortgezet worden, ook na de oorlog in de zogenaamde Frontpartji.Hoewel slechts enkele Vlamingen in de Duitse politiek gediend hadden en dan nog eerder door gebrek aan politieke ervaring en hoofdzakelijk omwille van een tamelijk naief idealisme, moest heel de Vlaamse beweging eraan geloven en het scheelde niet veel of alle flaminganten werden tot landverraders bestempeld. Het begon met wat men toen de ‘activistenjacht’ noemde en vele flaminganten maakten kennis met de gevangenis. In zulke atmosfeer begon men in 1920 in Antwerpen met de herdenking van de Guldensporenslag.

Vier dagen voor de manifestatie liet de burgemeester weten dat er geen toelating kon verleend worden tot het houden van de gebruikelijke optocht. Voorwendsel: vrees voor wanordelijkheden. Op 11 juli 1920 zouden in Antwerpen dus alle samenscholingen van meer dan tien personen verboden zijn.

Kamiel Huysmans bracht het geval voor de Wetgevende Kamers. ‘Wij zijn het beu,’ verklaarde hij, ‘die politiek van uitsluiting tot ons te zien aanwenden. Wat er ook van kome, wij houden onze betoging.’

Burgemeester De Vos werd op het Ministerie ontboden en er ontvangen door Minister Van der Velde, die de burgemeester meedeelde dat alle ministers oordeelden dat de Guldensporenfeesten niet mochten verboden worden.

Toch bleef burgemeester De Vos dwars liggen. Op 10 juli verscheen een nieuw bericht van de burgemeester waarin hij zijn besluit bevestigde.

De optocht is dan uitgegaan op Borgerhouts grondgebied, met de toestemming van de burgemeester van die gemeente. Het werd een grootste Vlaamse manifestatie. Na de toespraak van Julius Hoste trok een deel van de betogers via de Turnhoutse baan naar de stad. Minstens 3.000 man stapten naar St. Willebrordus, verder door de Beeldekensstraat en de Van Wesenbekestraat waar zij op een sterke afdeling van de politie stootten. De politie vuurde enkele geweerschoten in de lucht af, maar een deel van de betogers slaagde er uiteindelijk toch in de Grote Markt te bereiken. Toen ze de Grote Markt opsnelden klonken er plots geweerschoten. De 19-jarige Herman Van den Broeck viel zwaar gewond neer. Twaalf andere betogers werden eveneens gewond.

Het is nog steeds onduidelijk wie het bevel tot vuren gegeven heeft. Burgemeester De Vos was op die dag zelfs niet in de stad, maar verbleef op zijn landgoed in Kapellen. Hij had zijn taak overgedragen aan schepen Strauss. Die bevond zich op de Grote Markt, voor het stadhuis, toen de betogers arriveerden.Van Reeck had een kogel in zijn long gekregen en overleed de volgende dag. De Frontpartij stichtte later een Volksuniversiteit waaraan hij z’n naam gaf.

Het boek Contacten met vroeger Antwerpen van Armand de Lattin is een boeiende herinnering aan een bewogen periode. Tevens laat de auteur de lezer kennismaken met het typische leven in de stad en met een aantal karakteristieke figuren. Het boek is te vinden in de Antwerpse biblliotheken en in de Antwerpse antiquariaten. Het is een must voor iedereen die van Antwerpen houdt.

Herwig Waterschoot


© 2008 Vlamingen in de Wereld - Costa Blanca.
Informatie van deze website mag niet gekopieerd of gepubliceerd worden zonder toelating van de uitgever.