Abonneer u op onze wekelijkse nieuwsbrief:

e-mailadres:





Even voorstellen

Gesprek met Walter Thiebaut, voorzitter Raad van Beheer Vlamingen in de Wereld

Walter Thiebaut

Walter Thiebaut, de voorzitter van de Raad van Beheer van Vlamingen in de Wereld, was gedurende meer dan 30 jaar verbonden aan het European Space Agency (ESA). Hij verbleef 30 jaar in Parijs en was 3 jaar 'liaison officer' bij de NASA in Washington. Op dit ogenblik doceert hij ruimterecht aan de KU Leuven.

Herwig Waterschoot, vertegenwoordiger van Vlamingen in de Wereld Costa Blanca, had een gesprek met Walter Thiebaut in het kantoor van Vlamingen in de Wereld te Brussel.

U was gedurende meer dan 30 jaar adjunct-directeur van het ESA. Wat trekt u zo aan in de ruimtevraag?

Walter Thiebaut: Tijdens mijn rechtstudie in Leuven raakte ik erg geïnteresseerd in internationaal recht en in Europees recht. Elke dag hadden we toen aan de universiteit discussies over Europa. In mijn laatste jaar rechten heb ik dan een licentie Europees recht gedaan met als bedoeling in een Europese organisatie te gaan werken. Ik heb gesolliciteerd bij verschillende organisaties en ben aangeworven door ELDO, de Europese organisatie die zich bezighield met de ontwikkeling van een rakket. In 1975 fusioneerde ELDO met de ESRO, de European Space Research Organization, en toen ontstond ESA. Van in het begin was ik bij de ESA werkzaam als jurist. Uiteindelijk ben ik het hoofd geworden van de algemene juridische dienst van de ESA.

Momenteel doceert u ruimterecht aan de KU Leuven. Wat probeert het ruimterecht precies te reguleren?

Walter Thiebaut: Dat is een goede vraag! Ik doceer nu al 6 jaar in Leuven in de rechtsfaculteit en ze zijn daar begonnen met een master na master (manaMa) in ruimtestudies. Het gaat om een multidisciplinaire master. Dit wil zeggen dat de studenten die bij ons komen al een master hebben. Zij krijgen zowel recht als politiek, wetenschap, propulsie... Tijdens het 1ste semester volgen de studenten alle vakken en in het 2de semester gaan ze zich specialiseren.
Ruimterecht is een nieuwe vorm van internationaal recht. De eerste spoetnik werd gelanceerd op 4 oktober 1957, 53 jaar geleden. Na deze lancering is men begonnen met regels vast te leggen die het gebruik van de ruimte moesten reguleren. Het eerste ruimteverdrag, het 'Outer Space Treaty' bevat eigenlijk al alle principes van het ruimterecht. Een aantal van deze principes zijn: de ruimte is niet vatbaar voor toeëigening (men kan dus geen stukken grond op de maan verkopen...), de ruimte moet voor iedereen toegankelijk zijn (elk land heeft het recht naar de ruimte te gaan, zelfs als het geen ruimtenatie is), astronauten zijn 'envoys of mankind' (boodschappers van de mensheid), d.w.z. ze moeten geholpen worden door de hele mensheid (ze worden ook niet beschouwd als behorende tot een bepaalde staat)... Het grote principe is: de staten zijn verantwoordelijk voor de schade die wordt toegebracht door ongevallen als gevolg van hun ruimte-activiteit. Dit geldt onder meer voor schade die eventueel veroorzaakt wordt bij lanceringen.

Bestaat er veel interesse voor deze discipline?

Walter Thiebaut: Ja, er bestaat veel interesse voor het ruimterecht wat ongetwijfeld voor een groot deel te danken is aan onze astronaut Frank De Winne, die lid is van Vlamingen in de Wereld. Het feit dat Frank 6 maanden doorgebracht heeft in de ruimte, heeft in België een enorme impact gehad. In onze master zitten momenteel 14 studenten en 2 daarvan maken hun thesis bij mij. De ene over 'ruimtetoerisme' en de andere over de 'European Space Policy'.

Is ruimterecht afdwingbaar?

Walter Thiebaut: Neen. Ruimterecht is verdragsrecht en het is dus van toepassing op al de landen die dat verdrag ondertekend hebben. Op het ruimterecht geldt bijgevolg het principe 'pacta sunt servanda', een fundamenteel beginsel van het internationaal recht dat de verhouding tussen verdragen en nationaal recht beheerst. Dit principe betekent dat elk in werking getreden verdrag de beide partijen verbindt en dus door hen te goeder trouw tot uitvoer moet worden gebracht. Maar voor een groot deel is ruimterecht ook een gewoonterecht geworden. Ruimterecht is uiteindelijk zeer veel omvattend.

Probeert u nog steeds de jeugd warm te maken voor de ruimtevaart?

Walter Thiebaut: Absoluut. In de stichtingsakte van ESA werd als één van de doelstellingen 'Education' opgenomen. Dit houdt dus o.m. in het stimuleren van de belangstelling voor de ruimtevaart bij de jeugd. Het hoofd van die dienst, die onder mij stond, was de Nederlandse astronaut Wubbo Ockels.

U woonde meer dan 30 jaar in Parijs. Beviel het leven in Parijs u?

Walter Thiebaut: Uiteraard! Parijs is een mooie stad en ik ben trouwens zelf geboren in Frankrijk. Ik ben geboren in Dijon in de bourgognestreek. Alles bij elkaar heb ik langer in Frankrijk gewoond dan in België. Maar nu ben ik alweee 6 jaar terug in België.

U was in Parijs voorzitter van Vlamingen in Parijs (VIP). Was dat een soort Vlaamse club?

Walter Thiebaut: Ja, we hadden zo'n 250 à 300 leden. Elk jaar hadden we 4 activiteiten. Een sinterklaasfeest want dat kennen ze in Frankrijk niet: daar kennen ze alleen Père Noël. Een bezoek aan een interessant monument of museum. En een lente- en een herfstdiner met gastsprekers uit België.

Hoe bent u dan uiteindelijk in contact gekomen met VIW?

Walter Thiebaut: Ik ben in contact gekomen met de VIW via de VIP. We hadden toen een vertegenwoordiger van VIW in Parijs, Marcel Tocka, de financiële directeur van Afga-Gevaert. Marcel Tocka heeft voor de VIP en voor VIW heel veel betekend.

Hoe ziet u de toekomst van VIW?

Walter Thiebaut: De toekomst van de VIW heeft alles te maken met een verandering bij de expats. Niemand gaat nog naar de Verenigde Staten voor de rest van zijn leven. De moderne expat gaat voor een paar jaar naar de V.S. (of naar een ander land), dan keert hij enige jaren terug naar Vlaanderen en vervolgens gaat hij weer voor een paar jaar naar het buitenland.
Sommige expats werken in het buitenland en zijn tijdens het weekend thuis. Er bestaan tegenwoordig eigenlijk geen afstanden meer. De moderne expats zijn veel mobieler dan vroeger en ze blijven betrokken bij hun land. Waar we met VIW moeten bezig zijn is de Vlaamse en de Belgische overheid ervan overtuigen dat ze hun expats beter moeten verzorgen. De moderne expats zijn niet definitief weg, ze blijven o.m. via het stemrecht een band met hun vaderland behouden. Daar vloeien bepaalde zaken uit voort die ook voor VIW belangrijk zijn.
De band die blijft bestaan tussen de Vlaamse expats en Vlaanderen is ook politiek belangrijk. Elke Vlaming die in het buitenland verblijft, is een beetje een ambassadeur van Vlaanderen. Maar het uitwerkingspatroon van publieksdiplomatie is helemaal veranderd. De band met het vaderland wordt niet meer verbroken. Nu blijft deze band sterk door de moderne transportmiddelen, het internet, het stemrecht (ook in het buitenland)...
Waar ik ook voor sta is dat de expats iemand moeten hebben in het Vlaams parlement. Een vertegenwoordiger in het Vlaams parlement van de Vlamingen in het buitenland is eigenlijk een must. Dit bestaat al in Frankrijk en de expats beschikken daar over 5 vertegenwoordigers in het parlement. In Finland vergaderen de expats om de 2 jaar in het Finse parlement.
Ik ben ervan overtuigd dat een stichting zoals VIW moet blijven bestaan en dat ze een steentje kan bijdragen om dit te realiseren.De wijze waarop de stichting moet blijven bestaan, is natuurlijk een andere vraag.
VIW beschikt over een heel degelijke structuur en in onze Raad van Beheer zetelen een groot aantal vooraanstande Vlamingen die beschikken over een netwerk van interessante contacten. Ik ben dan ook zeer positief over de toekomst van VIW. De stichting heeft nu een stevige organisatorische basis en dat is een garantie voor de toekomst.


© 2010 Vlamingen in de Wereld - Costa Blanca.
Informatie van deze website mag niet gekopieerd of gepubliceerd worden zonder toelating van de uitgever.