Schrijf u in op onze nieuwsbrief

e-mailadres:

Ik heb het Privacy beleid gelezen en ga hiermee akkoord.



twitter
hugo renaerts
De geheimen van de Bernia
� Hugo Renaerts
De sierra de Bernia is een bergketen die behoort tot de Cordilleras B�ticas. Over een lengte van elf kilometer strekt de berg zich uit in oost-westelijke richting, dicht bij de Middellandse Zee en in totaal met een oppervlakte van 1900 hectare op de grondgebieden van Callosa d'En Sarrià, Altea, Calpe, Benissa en Jalón. De hoogste top ligt 1128 meter boven de zeespiegel.

De sierra de Bernia is heel populair bij wandelaars, maar bijna iedereen begint met de traditionele route vanuit Jalón of Benissa. Slechts weinigen weten dat men met de auto tot op grote hoogte kan komen vanaf de weg tussen Altea La Vella en Callosa d�En Sarrià, maar die weg is pas kort geleden aangeduid. 

Bijna niemand doet de bestijging vanaf de Fuentes del Algar of vanuit Altea La Vella, het zijn paden die zo goed als onbekend zijn. En de meeste wandelaars doen de beklimming om kennis te maken met het �forat�, populair de tunnel genoemd, terwijl slechts enkelen de grot bezochten. Voor de grote massa zijn dat allemaal geheimen van de Bernia....

Vanuit Jalón of Benissa rijdt men tot bovenop de bergpas, waar enkele restaurants aanwezig zijn. Hier neemt men een brede, duidelijk aangeduide landweg tot op een soort zadel en dan gaat het langs een smal maar goed begaanbaar pad langs de flank naar de kam, met rechts indrukwekkende beelden van de vallei van Bolulla. 

Eenmaal de flank overgestoken met het uitzicht naar het zuiden, tot Alicante, komt men al snel bij grote ruïnes. Dat was het fort van de Bernia, gebouwd door de architect Juan Bautista Antonelli,

Wie hier boven staat ziet nog duidelijk de omtrekken van de versterking, met de grachten, een fort zoals dat in de militaire boeken aanbevolen wordt. Het werd gebouwd in 1562 op bevel van koning Felipe II en bemand met een klein garnizoen. Men wou voorkomen dat, zoals in 1526 het geval was, opstandige moriscos hier een goed verdedigde basis zouden optrekken en anderzijds had men een goed uitzicht over de kuststreek. Indien nodig, dat wil zeggen indien men merkte dat ergens piraten landden, kon het garnizoen afdalen en ingrijpen.

Maar het fort heeft nooit echt dienst gedaan en toen in 1609 de moriscos definitief uit het land werden gezet, achtte men het bestaan van dit fort totaal overbodig, zodat het in 1612 ontmanteld werd. Daarvoor reeds hadden diverse militaire leiders het nutteloze van de constructie aangegeven. Het lag op een slecht bereikbare plaats en het garnizoen had heel veel tijd nodig om af te dalen. Nu zijn tussen de ru�nes nog enkele delen goed zichtbaar.

De meeste mensen bestijgen de Bernia om door de tunnel te kruipen, en op die manier een rondweg af te leggen. Hoe is die tunnel ontstaan? Daar zit natuurlijk weer een legende aan verbonden. En het gaat alweer over de strijd tussen de moren en christenen.

Toen de moren het land begonnen te veroveren kwamen ze ook in Altea, maar daar stuitten ze op de weerstand van de bevolking, die zich dapper verweerde en die indringers op afstand trachtte te houden. Maar er kwamen steeds meer muzelmannen en de dappere verdedigers dienden te wijken. Ze vluchtten naar de Bernia, waar ze langer stand hoopten te houden.

Achtervolgd door de moorse invallers verscholen ze zich in een grote spelonk en vanuit die schuilplaats slaagden ze er in de aanvallers op afstand te houden. Ze hadden een strategische plek gekozen, bijna oninneembaar. De moren gaven het na enkele dagen dan ook op, maar bleven de spelonk omsingeld houden. Ze wisten dat de mensen daar niet veel mondvoorraad mee hadden en zich snel door honger en dorst zouden moeten overgeven.

Dat wisten de belegerden ook. Maar zij wisten eveneens dat de bergketen hier niet zo breed was. Hoe breed? Zou het mogelijk zijn...? En ze begonnen te hakken en te graven, de spelonk dieper te maken, een tunnel uit te hakken in de rotsen en zie... enkele dagen later bereikten ze de uitgang, de noordflank van de Bernia, die uitkeek naar Jalón.

Met z�n allen kropen ze door de lage tunnel naar de andere zijde en konden zich zo in veiligheid brengen.

Nadat ze dagen lang hadden gewacht werden de moren toch nieuwsgierig. Waarom kwamen ze niet te voorschijn? De mondvoorraad en het water moesten toch allang op zijn. Enkele verkenners werden uitgestuurd en die kwamen terug met het vreemde nieuws dat de spelonk leeg was. Pas toen ze dieper doordrongen zagen ze de tunnel die de christenen gegraven hadden, maar het was te laat. De vogel was gevlogen.

Nu kruipen wekelijks tientallen, zoniet honderden, door die tunnel, die ze zelf niet meer hoeven te graven. Uiteraard is de waarheid anders. De tunnel werd gedurende eeuwen uitgegraven door water en later is de berg omhoog gestuwd.

Zoals we reeds aangaven is de normale route vanuit Jalón of Benissa langs een asfaltweg tot bij de restaurants en hier begint voor bijna iedereen de tocht bij een bord dat het traject duidelijk aantoont. Vanaf hier hoeft men slechts de geel-witte markeringen te volgen.

Slechts weinigen maken gebruik van de nochtans duidelijk aangeduide route vanuit Callosa d�En Sarrià via de bronnen van El Algar. Het best is om bij El Algar te beginnen, de geasfalteerde weg volgend voorbij de ingang van het natuurpark en de geel-witte markeringen te volgen die tussen de boomgaarden met mispels en sinaasappelen naar boven leiden. Men kan dit nog een stuk met de auto doen. Daarna gaat een pad in zigzag naar boven en vinden we regelmatig borden met verklaringen, zoals de grot van Bardalet en de corral van Bancal Roig. Vanaf die stal gaat het over een landweg en later weer over een pad tot bij de ruïnes van het fort.

Een andere mogelijkheid die heel weinig mensen kennen is vanuit de urbanisatie Alhama Springs, langs de weg van Callosa naar Guadalest. Ook hier begint men in zigzag bij een waterreservoir en eindigt het pad bij het Casero de Bernia met verspreide huizen, langs de zuidflank gelegen bij een bron en picnickplaats.

Heel apart is het pad van de bandoleros. Bandoleros zijn struikrovers die lange tijd, vooral in de zeventiende, achttiende en negentiende eeuw de bergstreken onveilig maakten, reizigers overvielen en soms in de bergdorpen doordrongen om hun slag te slaan. De meesten woonden in de bergen en kenden die bergen op hun duimpje, zodat het bijna onmogelijk was om hen te verrassen. Het grote aantal bandoleros was trouwens de aanleiding tot de oprichting van het corps van de Guardia Civil met kazernes in enkele dorpen in de bergen. Dat had tenslotte zijn effect en de laatste struikrovers verdwenen in de eerste helft van de twintigste eeuw.

Deze paso de los bandoleros bereikt men vanaf de casas de Bernia, de restaurants, langs een weg die naar een stierenkwekerij gaat en die uitmondt op de rijweg van en naar Jal�n. We moeten dan naast die kwekerij verder lopen langs een smal pad dat de barranco in loopt. Het is heel steil en niet geschikt voor ongeoefende mensen. Bovendien is dit paadje helemaal niet aangeduid en moeilijk te vinden, maar dat maakte het ook zo populair bij de struikrovers, die er veel gebruik van maakten. Hier en daar zien we wel rode punten die het pad aanduiden en dat loopt vaak langs verticale hellingen. Men mag dus ook geen hoogtevrees hebben. Het paadje daalt in zigzag in de richting van enkele boomgaarden met avocados alvorens te eindigen dicht bij El Algar.

En welke buitenlander daalde al af in de grot, boven op de Bernia? Het pad erheen is niet aangeduid, het is moeilijk te vinden. Maar wie de noordflank vanaf afstand bekijkt, ziet links van de bergketen een bijna rechte steenlawine. Daar boven, dicht bij de rotsboog, bevindt zich de kleine maar toch mooie grot met enkele druipsteenformaties. Alleen om af te dalen, nee, meer om er weer uit te komen, zijn touwen nodig. Tenzij men ondertusen een trap heeft aangelegd, maar ik vermoed van niet.


Mysterieuze Costa Blanca - Hugo Renaerts Deze tekst is het 19de deel uit het e-book "Mysterieuze Costa Blanca" van Hugo Renaerts.
U kunt dit e-book gratis downloaden. Ga hiervoor naar onze boekenpagina.