Schrijf u in op onze nieuwsflash
e-mailadres:


twitter
stan lauryssens
Rijk! Rijk! Rijk!
� Stan Lauryssens
De portero in zijn blauwe stofjas gaf mij de post van die ochtend, alles zoals gewoonlijk mooi strak bijeengebonden, met een touwtje eromheen. Op een van de envelopes, afgestempeld in Nigeria, kleefden grote, veelkleurige postzegels van krokodi llen en kraanvogels en andere exotische fauna en flora.

Ik scheurde de envelope open. Er viel een brief uit met het briefhoofd van THE REPUBLIC OF NIGERIA PETROLEUM COMPANY getypt op een ouderwetse schrijfmachine. Zo stond het er, letterlijk: �Als minister van Petroleum beschik ik over een bedrag van 28.000.000 dollar dat ik op een rekening in Spanje wil parkeren. Helpt u mij hierbij, dan schrijf ik onmiddellijk 25% van dit bedrag of 7.000.000 dollar over op uw Spaanse bankrekening.�

postzegelIk las de brief twee, drie, vier keer en ging enkele minuten liggen om bij mijn positieven te komen. Ik ben rijk! dacht ik. Rijk! Rijk! Er stond een telefoonnummer bij en zelfs een adres in Lagos. Ik haalde twee keer diep adem en toetste het nummer in.


De telefoon rinkelde in Nigeria. Ik stelde mij een ministerieel paleis voor, maagdelijk wit, met echt Perzisch voltapijt en ministers die blaffend als een bulldog orders uitdelen aan personeel dat buigt als een knipmes. In plaats van de minister kreeg ik zijn zoontje aan de lijn. Op de achtergrond hoorde ik het uitgelaten gejoel van kinderen, zoals op de speelplaats van een school. �Is papa thuis?� vroeg ik. �Mama slaapt en papa stempelt,� antwoordde de jongen. �Vertrok papa met de dienstauto?� vroeg ik. �Nee, met de fiets.� Zo gaat dat in die landen, dacht ik, de minister is ontslagen en zoekt een veilige manier om 28 miljoen dollar aan steekpenningen uit zijn land te smokkelen. Wie ben ik om hulp te weigeren?

Terwijl ik in gedachten mijn commissie van zeven miljoen dollar telde, gaf ik het nummer van mijn rekening bij de Banco Popular. De telefoon rinkelde en ik rukte de hoorn van het toestel. �Met de ex-minister?� zei ik lachend. �No, met detective De la Rosa van de Guardia Civil. U bent het slachtoffer van een bende Nigeriaanse oplichters die het op uw bankrekening hebben gemunt,� zei een norse stem aan de andere kant van de lijn.

Het raam stond open. Een bonte, uitgelaten, vrolijke menigte slenterde over de Passeig de Gracia die gewoon Passeo de Gracia heette in de tijd toen straatnaamborden eentalig Spaans waren. Weer een illusie armer, dacht ik, en hoewel er toch niks op mijn rekening bij Banco Popular stond, wreef ik de tranen uit mijn ogen.

Lees ook: