Schrijf u in op onze nieuwsflash
e-mailadres:


twitter
stan lauryssens
Pata negra
� Stan Lauryssens
Schapen dartelen in de sneeuw alsof zij voetballers zijn in een schapencompetitie en toch is de winter bijna voorbij. Straks wordt het lente, daarna komt de zomer en na de zomer is het herfst en hangen de bomen in mijn tuin vol walnoten – boerennoten – en tamme kastanjes. Er dartelen twee lammetjes in de sneeuw. Helaas, zij zijn ten dode opgeschreven. Omstreeks Pasen worden zij in restaurant Oud-België opgediend als smakelijk aangebraden lamsvlees met sla, tomaten, wat mayonaise of olijfolie en een portie huisgesneden, krokant gebakken frietjes.

Het loopt tegen de avond, daglicht trekt uit de hemel.

Terwijl ik deze woorden tik, bedenk ik dat het niet lang meer duurt voor ook ik ten dode ben opgeschreven, zoals de lammetjes in de sneeuw, want al zou je �t mij niet aangeven, ik zit in de winter van mijn leven.

“Wat eten we vanavond?” vroeg ik.

Pata negra,” antwoordde Ana, mijn Spaanse vriendin, “en fuet de Vic met pan con tomate. Is de tomaat te hard, knijp ze dan even in de palm van je hand tot ze week en sappig wordt.”

“Wat drinken we erbij?”

“Roze cava uit Perelada.”

“Hebben we iets te vieren?”

“Een Spanjaard heeft altijd iets te vieren.”

Dat was toen ik full-time in Spanje woonde. Ik was verliefd op pata negra, de donkere, droge ham die naar noten smaakt, en fuet de Vic of gedroogde varkensworst kon ik eten en blijven eten. In het holst van de nacht schrok ik wakker en �s ochtends kon ik plots niet meer uit bed: mijn rug was stijf als een plank, mijn armen kon ik niet bewegen, mijn benen weigerden dienst. Na een uurtje dat een eeuwigheid leek, voelde ik een tinteling in mijn tenen en vingertoppen. Ik leef nog, dacht ik, ik leef nog en liet mij langzaam uit bed glijden en kroop over de vloer naar de keuken.

Est�s enfermo?” vroeg Ana.

“Weet je wat mijn probleem is, Ana?” zei ik. “Luister. Ik hak mijn leven in stukken en brokken en maak er teksten van, de ene tekst al wat beter dan de andere, zoals een slager een varken in stukken en brokken hakt en er costillas of kotelletjes, jam�n en pensen van maakt en zoals de slager de oren en poten van het varken verwerkt tot lekkere kipkap, zo verwoord ik het falen en de fiasco�s van mijn leven op zo�n manier dat zij op een stukje toast, met een likje mosterd, een echte lekkernij worden.”

“Oh, ik begrijp het,” lachte Ana, “je maakt pata negra en fuet de Vic van jezelf!”

Ik moest zo erg lachen, dat ik het bijna in mijn broek deed van plezier, alleen droeg ik geen broek.

De zon straalde aan de azuurblauwe hemel.

Met volle teugen genoot ik van het ochtendbriesje uit de zee.



Lees ook: