Schrijf u in op onze nieuwsflash
e-mailadres:


twitter
stan lauryssens
De Catalaanse keuken
© Stan Lauryssens

Hoewel ik niets afweet van kunst, toch heb ik jarenlang �om den brode� kunst verkocht. Het was niet de kunst die mij plezierde, wel het geld dat ik ermee verdiende. Ik ken ook niets van koken en toch sta ik iedere avond na gedane arbeid een uurtje of zo te kokerellen. Maar ja, een stukje vis onder de grill leggen, iedere boerenlul kan dat, is het niet?

Waar ik wel iets van ken, is van eten. Ik doe het twee keer per dag, eerst een ontbijt, een potje yoghurt als tussendoortje, dan enkele plakjes fuet of gedroogde Catalaanse worst uit de streek van Vic met een glaasje of twee sprankelende cider als vieruurtje gevolgd door een lekker avondmaal overgoten met een half litertje witte of rode wijn.

In plaats van kookboeken te raadplegen, blader ik af en toe in El que hem menjat van Josep Pla (1897-1981), een veelschrijver en literaire duizendpoot maar eigenlijk een Catalaanse boer op sokken die in het boek culinaire herinneringen ophaalt aan de Catalaanse boerenkeuken uit zijn jeugd.

Wie gezond wil leven, moet volgens Josep Pla steeds hetzelfde eten: door de week escudella i carn d�olla dat het midden houdt tussen brokkensoep en een stoofpotje met bloedworst, op zondag een authentieke paella met arròs, kip, konijn, vis, botifarra of boerenworst en slakken. Op feestdagen en verjaardagen komt een zanglijstertje op tafel dat zomaar uit de lucht wordt geplukt en met veren en ingewanden wordt gestoofd of geroosterd waarna je de vogel – kleiner en fijner dan een mus – vastgrijpt bij de snavel en zoals een maatjesharing in één keer in je keel laat glijden.

Bij gebrek aan zanglijsters worden ook kanariepietjes of parkieten gestoofd en geroosterd en natuurlijk komen de slakken voor de zondagse paella niet uit de supermarkt maar uit de eigen moestuin: toen ikzelf in Spanje woonde, trokken wij er na de regen op uit om onder de olijfbomen cargols in het Catalaans of caracoles in het Spaans te zoeken en keerden na een uurtje terug met een volle emmer.

Josep Pla is mijn Jeroen Meus en zijn boek is mijn keukenbijbel.

Een vriend ging eens bij Pla thuis op visite en moest dringend naar de WC. Toen hij terug kwam, hing hij van onder tot boven vol spetters.

�Ik heb veel gezien in mijn leven,� zei de vriend, �maar zo�n vies schijthuis als bij jou, Pla, dat heb ik nooit eerder in mijn leven gezien.�

Pla lachte en antwoordde: �Wat erin gaat langs boven, komt er langs onder uit.�

Zo is het toch, of niet soms?



Lees ook: