Home Nieuws En nu komen de Drie koningen

En nu komen de Drie koningen

15 minuten (lectuur)
168

In Spanje wordt Driekoningen nóg uitgebreider gevierd dan bij ons. Op 5 januari komen de Drie Wijzen aan in Spanje en is het één groot feest. Voor de Spaanse kinderen zijn die koningen wat Sinterklaas voor ons is. Met weliswaar één groot verschil: ze komen op de avond van 5 januari bij het invallen de duisternis aan en zijn om middernacht, na het uitdelen van de cadeautjes, weer vertrokken. Ze zitten dus geen maand op voorhand al in de supermarkten of op pleinen.

De kinderen worden in Spanje bedolven onder cadeautjes wanneer zij zich goed gedragen hebben. Wanneer ze stout zijn geweest worden ze hier niet in een jute zak gestopt zoals bij ons met Sinterklaas, maar krijgen ze carbón dulce, wat steenkool voor moet stellen. Niet dat dat een grote straf is, want het is gemaakt van suikergoed. Om cadeautjes te krijgen moeten de kinderen een brief schrijven aan de Driekoningen, la carta a los Reyes Magos, waarin staat wat ze willen krijgen. Op 5 januari, wanneer de Driekoningen aankomen, kunnen de kinderen deze brief persoonlijk geven.

De intocht is wel een spektakel en in grote steden duurt die soms uren en zijn er praalwagens en choreografische groepen die alles opluisteren, maar in de kleine dorpen is er een speciale optocht.

Dikke rijen families staan op 5 januari in de middag te wachten op de optocht, la Cabalgata de los Reyes Magos. Deze optocht wordt al gehouden sinds 1885. Tijdens de optocht komen de Driekoningen op dromidarissen aan gereden,of op praalwagens, of op paarden en soms met een helikopter, beladen met cadeautjes. Er rijden sierlijke wagens voorbij, geïnspireerd op de Driekoningen en in de sfeer van het Midden-Oosten. De wagens zijn mooi versierd met felle kleuren en glitters, van alles komt voorbij. Er wordt ook snoep gestrooid naar de kinderen. Tijdens de optocht zie je ook veel fakkels; die werden vroeger gebruikt om kwade geesten te verjagen.

De oudste en meest beroemde optocht kun je bekijken in Alicante, in het plaatsje Alcoi. In Barcelona komen de Driekoningen vanuit de zee aan. Ook in Valencia komen de koningen aan in de haven.

De kinderen zetten de avond dat de koningen cadeautjes komen brengen een bakje met water en wat brood neer voor de kamelen, zodat die kunnen eten en drinken. De Wijzen komen ’s nachts zachtjes door het raam naar binnen om de cadeautjes in de schoen van de kinderen te leggen. Het schoentje staat vaak onder de kerstboom. De volgende dag is het één groot feest. 6 januari is dan ook een vrije dag in Spanje en de kerstvakantie duurt voor Spaanse kinderen in ieder geval tot en met Reyes.

Families eten op deze dag Roscón de Reyes. Deze zoetigheid is vaak versierd met gekonfijt fruit, vijgen en kweepeer. In Roscón de Reyes zit een sorpresa, dit is vaak een boon. Wie deze vind mag de rest van de dag koning zijn. Roscón de Reyes wordt vaak ’s ochtends voor het ontbijt of ’s middags na de lunch gegeten.

De wijzen uit het oosten of drie koningen zijn, binnen de christelijke traditie, de wijzen die Jezus van Nazareth na zijn geboorte kwamen vereren en geschenken van goud, wierook en mirre brachten. De aanbidding der koningen is een populair thema in de religieuze kunst. De wijzen maken deel uit van een traditionele kerststal, waarin ze vaak samen met kamelen worden afgebeeld.

Het bezoek van de wijzen uit het oosten aan Jezus wordt in het westerse christendom oorspronkelijk gevierd op 6 januari. Sinds de vernieuwing van de liturgie wordt het feest in Nederland gevierd op de zondag tussen 2 en 8 januari, het hoogfeest van de Openbaring des Heren, in de volksmond Driekoningen.

De vermelding van de wijzen komt in het Nieuwe Testament alleen voor in Matteüs 2:1-12. Over hun herkomst wordt alleen gezegd dat ze uit het oosten kwamen. Ook hun aantal en hun namen worden niet vermeld.

Er wordt verteld dat de wijzen vanuit het oosten naar Jeruzalem kwamen omdat zij de ster hadden zien opgaan van de pasgeboren koning der Joden en zij wilden hem eer bewijzen. Dit kwam koning Herodes de Grote ter ore en hij schrok van het nieuws. Hij riep de schriftgeleerden en hogepriesters samen om te weten te komen waar de Messias geboren zou worden. Volgens de profetie was dat in Bethlehem. Daarna ontbood hij de wijzen en gaf hun de opdracht om de pasgeboren Messias in Bethlehem te gaan opzoeken. Hij zei dat hij wilde weten waar het kind was, zodat hij hem zelf ook eer kon gaan bewijzen.

Volgens Matteüs zagen de wijzen, terwijl ze in Jeruzalem waren, de ster die zij hadden zien opgaan weer aan het firmament. De ster ging voor hen uit en bleef staan boven de plaats waar het kind verbleef. In dat huis vonden de wijzen Maria en de pasgeboren Jezus. Ze vielen op hun knieën en boden het kind goud, wierook en mirre aan.

God waarschuwde in een droom de wijzen ten slotte niet naar Herodes terug te gaan. Ze keerden daarom langs een andere route naar hun land terug. Toen Herodes ontdekte dat hij misleid was, liet hij, afgaande op het tijdstip dat hij van de magiërs had gehoord, alle jongetjes in Bethlehem tot de leeftijd van twee jaar vermoorden (de kindermoord van Bethlehem). Jozef was echter door God gewaarschuwd en was tijdig met Maria en Jezus gevlucht naar Egypte.

Het verhaal in Matteüs werd in de loop van de eeuwen uitgebreid met allerlei elementen die niet worden genoemd in het Bijbelse verhaal. Mattheüs noemt het aantal niet, maar volgens de traditie in het westerse christendom zijn er drie wijzen. Dit getal van drie werd wellicht vastgesteld aan de hand van het aantal geschenken dat ze meebrachten. In tradities in het oosters christendom zijn er niet drie maar twaalf wijzen.

De koningen kwamen volgens de overlevering uit de drie verschillende werelddelen. Ze vertegenwoordigen de drie takken van het menselijk geslacht, volgens de Bijbel het nageslacht van de drie zonen van Noach: Sem, Cham en Jafet. De mannen vertegenwoordigen drie leeftijden van de mens. Volgens de legende werden de koningen later gedoopt door Sint-Thomas. Ze zouden daarna bisschoppen zijn geworden in India. Deze legende kan teruggeleid worden tot een schrijver in de 6e eeuw die zich baseerde op apocriefe bronnen.

De namen Balthasar, Melchior en Caspar dateren uit de middeleeuwen. Rond de 8e eeuw werden ze in de kroniek Excerpta latina barbari genoemd als Bithisarea, Melichior en Gathasp. In andere christelijke tradities komen andere namen voor. Bij de Syrische christenen bijvoorbeeld heten de drie wijzen Larvandad, Goesjnasap en Hormisdas.

De relikwieën van de Drie Koningen zijn de vermeende stoffelijke resten van de Wijzen uit het Oosten. Sinds 1164 bevinden deze relikwieën zich in een reliekschrijn in de Dom van Keulen. Het was Helena, de moeder van de Romeinse keizer Constantijn, die omstreeks 325 tijdens een reis door Palestina meende de overblijfselen van de Drie Koningen te hebben gevonden, in de vorm van bot- en kledingresten. Deze relikwieën werden volgens de overlevering door keizer Constans I in 344 aan de stad Milaan geschonken.

Pas in 1158 wordt opnieuw melding gemaakt van de relikwieën. De Franse abt Robert van de abdij van Mont Saint-Michel noteerde in dat jaar dat in een kerkje nabij Milaan de lichamen van de Drie Koningen terug waren gevonden. Omdat de stad in deze periode belegerd werd door de Duitse keizer Frederik Barbarossa, werden de relikwieën binnen de stadsmuren van Milaan gebracht en in de klokkentoren van de kerk van San Giorgio al Palazzo bewaard.

Na de overwinningen van Frederik Barbarossa in Lombardije, werden de resten van de Drie Koningen in 1164 door de Keulse aartsbisschop Reinald van Dassel naar Keulen overgebracht. De zeer belangrijk geachte relieken werden door de opvolger van Reinald van Dassel, aartsbisschop Filips I van Heinsberg in een zeer rijk bewerkt, verguld koperen reliekschrijn geplaatst, vervaardigd door de beroemdste edelsmid uit de middeleeuwen, Nicolaas van Verdun. Om dit grootste reliekschrijn ter wereld een waardig huis te bieden wordt gestart met de bouw van een nieuwe Keulse Dom. Keulen beleefde in de eeuwen erna een grote bloeitijd als pelgrimsoord.

In de eeuwen die volgden werd van Milanese zijde herhaaldelijk verzocht om teruggave van de drie koningen, maar tevergeefs. In 1903/04 werden wel enkele botfragmenten aan het aartsbisdom Milaan geschonken, die thans in de Sant’Eustorgiobasiliek worden bewaard.

In de jaren 1980 werden de vermeende kledingresten van de Drie Koningen onderworpen aan wetenschappelijk onderzoek. Volgens de uitkomsten van het onderzoek dateert het textiel van tussen de 2e en 3e eeuw na Christus.

Laad meer gerelateerde artikels
Laad meer artikels in Nieuws
Reacties niet meer mogelijk

Controleer ook

Wandelen met Vlamingen in de Wereld

De hevige wind schrikte vele wandelaars af voor de nochtans mooie tocht door de Marjal. Sl…